Hittegolf: hoe uw kinderen beschermen tegen een zonnesteek?

De thermometer klimt ! Deze temperatuurstijging treft ook kinderen en vereist maatregelen om hen te beschermen. Volg de aanbevelingen van de autoriteiten strikt op!

Drink, drink, drink …

Het is erg belangrijk om de waterinname van uw kind aan te passen, zij drogen bij warm weer sneller uit. Uw kind drinkt best elke 30 minuten een beetje water, ook als het geen dorst heeft (en zeker als het koorts of diarree heeft).

Als de baby jonger is dan 6 maanden, geef dan geen water! Als u borstvoeding geeft, doe dit dan regelmatiger of langer. Moeders moeten ook veel water drinken. Geef bij flesvoeding een extra flesje melk of zelfs nog vaker, maar dan in een kleinere hoeveelheid. Als het kind ouder is dan 6 maanden, geef het dan zoals gewoonlijk te drinken (melk / water) en voeg water toe na de maaltijd en gedurende de dag. Probeer suikerhoudende dranken en sappen te vermijden.

Voorkom oververhitting van de woning

Om je huis koel te houden zijn er verschillende technieken. Houd ramen, luiken en gordijnen overdag gesloten, ventileer en ververs de lucht ’s morgens vroeg,’ s avonds laat of ’s nachts. Wanneer je een ventilator of airconditioningsysteem gebruikt, zorg er dan voor dat deze niet rechtstreeks op je kind is gericht. Je kunt ook een natte handdoek voor het raam hangen om de kamer te koelen door middel van waterverdamping, maar leg nooit een natte handdoek op een ventilator!

Nog steeds een te warm? Overweeg een lauwwarm waterbad (tenzij het kind koorts heeft) om kinderen af ​​te koelen, evenals katoenen lakens en lichte pyjama’s voor een dutje en een goede nachtrust. Een simpele body of gewoon in de luier volstaat voor de kleintjes.

We passen onze activiteiten en kleding aan

Als je tijdens deze COVID-19-periode wat frisse lucht wilt halen, raden we je aan om wandelingen in het bos te maken, uitstapjes naar het zwembad (niet overvol) of zelfs andere educatieve uitstapjes in geklimatiseerde plaatsen zoals musea, grotten.

Een lichte katoenen outfit, een hoed, een pet of een hoofddoek, zonnebril, zonnecrème en je bent klaar voor een leuke dag! Ga echter niet tussen 12.00 en 16.00 uur naar buiten en laat uw kinderen dan zeker niet intensief sporten, dit is heetste moment van de dag. Laat uw kind niet in de zon spelen, geef de voorkeur aan schaduwplekken. Ook waterspelletjes of een spuitfles met water zijn een leuk alternatief. Bovendien, als het KMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut) code rood  aangeeft, dan is binnenblijven en zo veel mogelijk rusten, de enige gezonde optie. Volg deze voorzorgsmaatregelen goed op!

Zwembad, zee, auto: blijf waakzaam!

Aan de gelukkigen die een zwembad in de tuin hebben: laat een kind nooit zonder toezicht. Zelfs als het zwembad ondiep is, is de kans op verdrinking of een ongeval groot. Hetzelfde geldt voor het strand. Geef de voorkeur aan bewaakte badzones en blijf tijdens het zwemmen altijd in de buurt van je kinderen.

Pas op voor de weerkaatsing van UV-stralen op het zand en aan de rand van zwembaden, zelfs op een winderige, bewolkte dag, is het onontbeerlijk om regelmatig (volgens indicatie van het product) zonnecrème aan te brengen (index 50 voor deze kwetsbare huid). Het dragen van een pet en een anti-UV-T-shirt wordt sterk aanbevolen.

Zwembadranden kunnen snel heet worden in de zon. Brandwonden aan de vingertoppen (“pool palms”) van de kleintjes komen frequent voor, door het herhaaldelijk in en uit het zwembad gaan. Pas op met hete tegels rondom het zwembad, of heet zand op het strand, bescherm hun voeten met zwemschoenen of -sokken.

Waarschuwing! Laat een kind nooit in een auto in de zon achter. De temperatuur loopt erg gevaarlijk op: als het buiten 35°C is, is het na 20 minuten 55°C in de wagen. Het is belangrijk op te merken dat het openen van de ramen niets verandert, aangezien de lucht niet circuleert. Staat er een lange reis op de planning? Geef de kinderen regelmatig water, zet de airconditioning aan en neem regelmatig een pauze in de schaduw. Pas op voor zandbakken en glijbanen in de speeltuin, deze kunnen erg heet zijn.

Kinderen lopen meer risico tijdens hittegolven: welke signalen moeten ouders waarschuwen?

Hoofdpijn, vermoeidheid, zich zwak voelen, misselijkheid, bleekheid van het kind, verhoogde lichaamstemperatuur, duizeligheid … Wat kan in deze gevallen worden gedaan? Begin met het afkoelen van het kind (dep op voorhoofd, slapen en nek met een natte doek), geef hem een ​​kleine hoeveelheid orale rehydratieoplossing en controleer zijn temperatuur. Geen verbetering? Ga naar een dokter.

Een hoge polsslag, moeilijk ademen moeilijk, een droge, warme en rode huid, veranderd bewustzijn… dit zijn alarmsymptomen, je moet onmiddellijk naar de spoedgevallen, of zelfs 112 bellen!

Het is belangrijk om het verschil te kennen tussen hyperthermie en koorts. Wanneer de lichaamstemperatuur stijgt door externe factoren (zon, hitte, intensieve sport, illegale drugs), is het hyperthermie. In dit geval blijft de interne thermostaat op normale temperatuur. Als de interne thermostaat van het lichaam omhoog gaat, is dat koorts. In geval van hyperthermie, geef dan geen koortswerende middelen, maar koel af met drankjes, een lauw bad, koude doeken. In geval van koorts, niet afkoelen, maar koortswerende middelen geven.

Een roadbook voor gehospitaliseerde kinderen

De psychologen van het UKZKF hebben een ‘roadbook’ gemaakt voor tieners en tweens om hun ziekenhuisopname te ondersteunen. Het roadbook is een soort dagboek waarmee jongeren de balans kunnen opmaken en de evolutie van hun emoties kunnen nagaan. Het is ook een communicatiemiddel dat de tiener eventueel kan delen met  zijn verzorgers of familie. Onder de vorm van een aanpasbaar logboek, is het roadbook gemaakt om de creativiteit en het verwoorden van gevoelens te stimuleren: het hoofdpersonage is de tiener zelf!

“Betrekken, kalmeren, stimuleren… Elke adolescent heeft andere behoeften. Ons doel is om hen zoveel mogelijk acteur te maken van hun welzijn en gezondheid ”.

Klik hier om het hele roadbook te zien!

 

InTijdenVanCorona#10: De slaap van de kinderen tijdens de lockdown

Het slaappatroon van de kinderen is sinds het begin van de lockdown enigszins veranderd. Het late tijdstip van opstaan, de moeilijkheid om in slaap te vallen of een rusteloze slaap, volgens de deskundigen speelt de lockdown een belangrijke rol bij de vermindering van de slaapkwaliteit. Dr Sonia Scaillet, onze slaapspecialist, geeft hieronder haar advies en enkele raadgevingen.

Het verlies van de dagelijkse routine en bepaalde referentiepunten zijn de belangrijkste redenen voor deze slaapverstoring. Kinderen leven niet meer volgen het schoolritme, wat soms hun rusteloosheid of slapeloosheid verklaart.

De schermen

Het vinden van nieuwe activiteiten voor kinderen kan een moeilijke taak zijn voor ouders die hun inspiratie snel verliezen. Kinderen brengen dan meer tijd door voor de schermen van hun tv, computer, tablet of smartphone.

Het wordt aan de ouders aangeraden om hun kinderen geen schermen te laten gebruiken voor het slapengaan. Het is zelfs het beste als ze er minstens 2 uur voor het slapengaan niet aan worden blootgesteld. Voor tieners kan dit ingewikkelder zijn. Het is raadzaam om de telefoon minstens 30 minuten voor het slapengaan uit te schakelen.

Angst bij de ouders

Deze nogal eigenaardige periode kan angst in sommige gezinnen teweeg brengen. Kinderen voelen reeds op zeer jonge leeftijd wanneer hun ouders zich zorgen maken of gestresst zijn. Angst in huis kan ook de kwaliteit van de slaap beïnvloeden.

Behoud hetzelfde ritme en dezelfde gewoonten als daarvoor

Het is belangrijk dat ouders ervoor zorgen dat ze dezelfde gewoonten als voor de lockdown behouden. Ouders moeten ervoor zorgen dat hun kinderen op dezelfde tijd naar bed gaan als wanneer ze de volgende dag naar school zouden gaan. Als ze vroeger ook een verhaaltje vertelden, dan moet deze gewoonte worden behouden om de kinderen te kalmeren en het hen makkelijker te maken om in slaap te vallen.

Kinderen kunnen tekenen van vermoeidheid vertonen als ze niet slapen (veel geeuwen, in de ogen of oren wrijven, donkere kringen hebben, enz.). Het is belangrijk dat ouders zich hiervan bewust zijn. Het ideale aantal uren slaap hangt af van de leeftijd van het kind. Een kind onder de 10 jaar zal tussen 9 en 11 uur per nacht moeten slapen, terwijl dat voor een tiener ongeveer 9 uur is.

Jongeren denken vaak dat ze niet vroeg hoeven te gaan slapen en hebben daarom de neiging om heel laat op te blijven. Hierdoor zullen ze ook laat in de ochtend opstaan en zal hun hele dag worden verschoven. Wij raden ouders aan om met hun tieners te onderhandelen over een tijdsspanne voor het naar bed gaan (bijvoorbeeld tussen 22.00 en 23.30 uur) en een tijdsspanne voor het opstaan (maximaal 10.00 uur).

Een frisse kamer

Ons lichaam produceert van nature melatonine als we in het donker zijn. Het is het hormoon waarmee we in slaap kunnen vallen. Wanneer dit hormoon zijn hoogtepunt bereikt, voel je je moe en wil je naar bed.

Het is raadzaam om de kamer te ventileren om een goede nachtrust te bevorderen. Als het in de kamer te warm is, kan de lucht te droog zijn en de slijmvliezen en de neus irriteren. De ideale kamertemperatuur bedraagt 18°.

Met dank aan Dr Sonia Scaillet voor deze nuttige raadgevingen.

____

Vragen in verband met de gezondheid van uw kind ? Praat erover met uw huisarts of uw kinderarts !

www.huderf.be

FaceAuCovid #9 : Quand le coronavirus fait la météo de nos émotions

Dès les premiers jour du confinement, l’équipe des psychologues du Service de Pédopsychiatrie de l’HUDERF s’est mobilisée pour offrir des ressources à leurs patients, aux enfants du personnel, aux parents, déboussolés par tant de changements. Leur objectif ? Aider les parents à accueillir, exprimer et comprendre les émotions des tout petits, en lien avec le coronavirus et toutes ses conséquences sur la vie des enfants de 2 à 6 ans.

Extrait du carnet “Quand le Coronavirus fait la météo des émotions”

 

A découvrir en intégralité ici et ci-dessous

Des questions sur la santé mentale de votre enfant ? Parlez-en avec un professionnel de la santé  !

www.huderf.be

InTijdenVanCorona#8 – Mijn lievelingsdag, na mijn verjaardag, is de dag dat ik weer naar school mag gaan

« Mijn lievelingsdag, na mijn verjaardag, is de dag dat ik weer naar school mag gaan ». Dit zijn de zeer symbolische woorden die een meisje van 10 jaar langs haar neus weg heeft gezegd op een avond toen haar papa haar in bed stopte … Inderdaad, de opsluiting duurt lang, erg lang, zo ook voor onze kinderen … maar wordt er ook geluisterd naar hen wanneer ze hun mening zeggen? Hoe zit het met de kinderen op het moment dat de opsluitingsmaatregelen worden versoepeld ?

Hoewel er veel gepraat wordt over de kinderen, stellen we vast dat ze vergeten worden in de discussie over het versoepelen van de opsluitingsmaatregelen. Het merendeel van hen zal niet naar school kunnen gaan voor september. En wat wordt er dan voorzien voor hen? Wat is het plan B?

We wensen hun belangen en rechten voorop te zetten.

Er is voor ons geen enkele valabele medische reden te vinden om kinderen nog langer uit de gemeenschap te sluiten.

Zij zijn niet de super-overdragers zoals verondersteld wordt bij influenza.

Op basis van de actuele beschikbare gegevens kunnen we vooropstellen dat de meerderheid van de besmette kinderen het virus hebben opgelopen nadat ze in contact geweest zijn met een volwassene die positief testte op Covid.

In het geval van een besmetting zijn de maatregelen identiek aan die maatregelen die gelden voor de rest van de maatschappij. Een ziek kind moet onmiddellijk uit de gemeenschap genomen worden. Het zal dan getest worden, en als het positief test zal het veertien dagen in quarantaine geplaatst worden met zijn familie.

Niemand wil dat zijn kind ziek wordt, iedereen wil dat zijn kind vordert in zijn studies en algemene ontwikkeling. Natuurlijk is het risico op besmetting nooit volledig uit te sluiten. Maar als we de maatschappij beschouwen als een globaal systeem dat alle individuen respecteert, hierin inbegrepen onze kinderen, dan is dat kleine risico noodzakelijk voor het welzijn van iedereen.

In Denemarken heeft de heropening van scholen niet geleid tot een heropflakkering van de gevallen meer dan 4 weken na de hervatting.

Bovendien geraken kinderen zeer weinig besmet en als ze besmet zijn met het virus zijn ze in de overgrote meerderheid van de gevallen een beetje ziek. Ernstige vormen zijn zeer zeldzaam en veel minder frequent dan in het geval van influenza of bronchiolitis. Onlangs zijn gevallen van late ontstekingscomplicaties waargenomen (Kawasaki-syndroom) in gebieden waar het virus heeft gecirculeerd, maar dit treft een zeer beperkt aantal kinderen. Kinderartsen kennen deze ziekte goed, er is een behandeling en de prognose is gunstig als de diagnose vroeg wordt gesteld.

Het is dus logisch dat de kinderen de eersten moeten zijn die niet meer opgesloten worden.

Kinderen laten terugkeren naar school en naar de gemeenschap is essentieel om secundaire effecten te voorkomen. De school biedt, naast haar educatieve en sociale rol, een omgeving die het mogelijk maakt om de tekenen van fysiek en psychisch lijden van bepaalde kinderen te detecteren. Opsluiting vergroot de ongelijkheden met een verhoogd risico op verwaarlozing, mishandeling en gebrek aan toezicht, wat kan leiden tot meer ongevallen in het huishouden. We zien ook meer slaap- en angststoornissen en ontwikkelingsachterstanden die schadelijk kunnen zijn voor het kind en zijn ontwikkeling. Het langdurig gebruik van schermen, dat nog erger is tijdens de opsluiting, heeft ook een schadelijk effect dat al goed is ingeburgerd.

Andere voordelen, zoals de gratis kantine op bepaalde scholen, zijn belangrijke elementen om in overweging te nemen voor de meest kansarme gezinnen. Kinderen de mogelijkheid ontnemen om toegang te krijgen tot een uitgebalanceerd dieet is een andere aanval op hun basisbehoeften.

Laat ons positief en pragmatisch blijven

Voor degenen die de mogelijkheid hebben om terug te keren naar de gemeenschap, staan ​​wij erop dat deze terugkeer kan worden gedaan in serene en aangename omstandigheden. Overmatig beschermende maatregelen (zoals het verwijderen van speelplekken, kinderen verbieden om met elkaar te spelen of het onvermogen om een ​​kind te troosten) zijn niet gebaseerd op evidentie en kunnen leiden tot angstopwekkende situaties voor het kind, de leerkrachten en de ouders.

Het kind moet op een normale wijze zich kunnen ontwikkelen, interageren en spelen.

We vertrouwen erop dat de leerkrachten, maar ook de kinderen, die volledig betrokken moeten kunnen worden bij dit nieuwe leven op school, creatief zijn en de juiste balans vinden tussen de noodzakelijke afstands- en hygiënemaatregelen en de harmonie van samenleven. De aanbevolen essentiële maatregelen zijn regelmatig handen wassen en het organiseren van kleinere klassen (bubbels) zonder contact te verbieden. De WHO benadrukt dat kinderen de beste ambassadeurs kunnen zijn op het gebied van hygiënemaatregelen en dat ze daartoe positief aangemoedigd moeten worden. We benadrukken ook de belangrijke rol van ouders bij het respecteren van veiligheidsinstructies, vooral op straat en bij de schoolingang.

Ten slotte willen we ouders herinneren aan het belang van de gebruikelijke medische opvolging van hun kinderen en ook de opvolging van hun vaccinaties. Het is absoluut noodzakelijk om te voorkomen dat de pandemie van COVID-19 een opleving veroorzaakt van meningitis, kinkhoest of mazelen (veel gevaarlijker voor kinderen dan Covid) ten gevolge van een vaccinatieachterstand. Daarom moet zo spoedig mogelijk een inhaalslag worden georganiseerd om een ​​toekomstige uitbraak van epidemieën te voorkomen. Een onderbreking van de conventionele medische opvolging kan ook de diagnose van bepaalde medische problemen vertragen.

Concluderend verzoeken we de autoriteiten uitdrukkelijk om een ​​sterk signaal te geven zodat de situatie van het kind centraal gesteld wordt in het debat, zodat hun basisrechten worden gerespecteerd.

  1. Dimitri Van der Linden, pédiatre infectiologue aux Cliniques universitaires Saint-Luc
  2. Petra Schelstraete, pédiatre infectiologue, hôpital universitaire de Gand
  3. Marc Raes, président de la Société Belge de Pédiatrie
  4. Tyl Jonckeers, président de l’association professionnelle belge des pédiatres
  5. Pierre Philippet, président du Groupement Belge des Pédiatres de langue Française
  6. An Bael, présidente du Vlaamse Vereniging voor Kindergeneeskunde
  7. Georges Casimir, président de l’ Académie Belge de Pédiatrie
  8. Ann De Guchtenaere, secrétaire générale du European Academy of Paediatrics
  9. Marie Christine Seghaye, chef de service de pédiatrie, CHU Liège
  10. Stéphane Moniotte, chef de département de pédiatrie, Cliniques universitaires Saint-Luc
  11. Pierre Smeesters, infectiologue pédiatre, chef de département de pédiatrie, Hôpital Universitaire des Enfants Reine Fabiola
  12. Anne Tilmanne, pédiatre infectiologue et hygiéniste, Hôpital Universitaire des Enfants Reine Fabiola
  13. Julie Frère, pédiatre infectiologue, CHU Liège
  14. Marc Hainaut, pédiatre infectiologue, CHU Saint-Pierre
  15. Marianne Michel, vice-présidente de l’association professionnelle belge des pédiatres
  16. Gunnar Buyse, chef de département de pédiatrie, Hôpital Universitaire de Louvain (KULeuven)
  17. Stijn Verhulst, chef de service de pédiatrie, Hôpital Universitaire d’Anvers
  18. François Vermeulen, pneumologie et infectiologie pédiatrique, Hôpital Universaire de Louvain (KULeuven)
  19. Daan Van Brusselen, Pédiatrie Tropicale, Hôpitaux GZA, Anvers
  20. Herman Goossens, professeur de Microbiologie, Université d’Anvers
  21. Pierre Van Damme, professeur à l’Université d’Anvers, Faculté de Médecine et des Sciences de la Santé
  22. Koen Vanden Driessche, infectiologue pédiatre, hôpital universitaire d’Anvers
  23. Els Duval, chef de service des soins intensifs pédiatriques, hôpital universitaire d’Anvers
  24. Siel Daelemans, pneumologie pédiatrique, UZ Brussel
  25. Luc Cornette, néonatologie, AZ Sint-Jan
  26. Françoise Smets, doyenne de la Faculté de Médecine, UCLouvain
  27. Sabine Van Daele, chef de service de pédiatrie, UZGent
  28. Annick Covents, pédiatre, St Nicolas
  29. Bénédicte Van Grambezen, néonatologie, Cliniques universitaires Saint-Luc
  30. Ana Onnela, néonatologie, Cliniques universitaires Saint-Luc
  31. An Van Damme, hématologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  32. Nathalie Godefroid, néphrologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  33. David Tuerlinckx, chef de service de pédiatrie, CHU Dinant -Godinne, UCL Namur
  34. Olga Chatzis, pédiatre infectiologue, Cliniques universitaires Saint-Luc
  35. Tessa Goetghebuer, pédiatre, CHU Saint-Pierre et conseillère pédiatre ONE Bruxelles
  36. Catheline Hocq, néonatologie, Cliniques universitaires Saint-Luc
  37. Pierre Maton, néonatologie, CHC-Groupe santé- Montlegia
  38. Cécile Boulanger, hémato-oncologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  39. Etienne Sokal, gastro-entéro-hépatologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  40. Xavier Stephenne, gastro-entéro-hépatologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  41. Jean-Philippe Stalens, chef de service de pédiatrie, Centre Hospitalier de Wallonie Picarde
  42. Elisabeth Rebuffat, chef de service de pédiatrie, CHU Saint-Pierre
  43. Patricia Carlier, pédiatre en pratique privée
  44. Valérie Vandresse, pédiatre en pratique privée
  45. Michèle Loop, pédiatre en pratique privée
  46. Nathalie Debroux, pédiatre en pratique privée
  47. Vanessa Largent, pédiatre en pratique privée
  48. Sybille Andries, pédiatre en pratique privée
  49. Françoise Weerts, pédiatre
  50. Catherine Barrea, cardiopédiatre, Cliniques universitaires Saint-Luc
  51. Thierry Sluysmans, chef de service de cardiologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  52. Dominique Hermans, chef de service de pédiatrie générale, Cliniques universitaires Saint-Luc
  53. Diane Stroobant, pédiatre infectiologue, Grand Hôpital de Charleroi
  54. Thierry Detaille, soins intensifs pédiatriques, Cliniques universitaires Saint-Luc
  55. Stephan Clément de Cléty, soins intensifs pédiatriques, Cliniques universitaires Saint-Luc
  56. Bénédicte Brichard, chef de service d’hématologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  57. Nadegda Ranguelov, néphrologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  58. Annelise Bruwier, pédiatre hématologue, Grand Hôpital de Charleroi
  59. Olivier Danhaive, chef de service de néonatologie, Cliniques universitaires Saint-Luc
  60. Benoit Brasseur, pédiatre infectiologue, clinique Saint-Pierre Ottignies
  61. Christiane Vermylen, professeur émérite de pédiatrie, UCLouvain
  62. Jack Levy, professeur émérite de pédiatrie, CHU Saint-Pierre
  63. Fiammetta Piersigilli, néonatologie, Cliniques universitaires Saint-Luc
  64. Caroline Dolieslager, présidente de la société flamande des infirmiers specialisés en Pédiatrie et Néonatologie (VVKV)
  65. Tom Luyckx, infirmier en chef spécialisé en Pédiatrie Centre en réhabilitation Pulderbos
  66. Jeroen Verlinden, infirmier spécialisé en Pédiatrie; coordinateur KinderThuisZorg et Kindzorgtraject
  67. Jordaan Pollet, infirmier spécialisé, Association des Infirmiers Spécialisés en Pédiatrie et Néonatologie
  68. Catherine Wanty, pédiatre gastro-entérologue, Grand Hôpital de Charleroi
  69. Jean-Jacques De Bruycker, rhumatologie et immunologie pédiatrique, CHU Sainte-Justine, Montréal, Canada
  70. Alec Aeby, neurologie pédiatrique, Hôpital Universitaire des Enfants Reine Fabiola
  71. Armand Biver, chef de service de pédiatrie, Centre Hospitalier Luxembourg
  72. Anne Mostaert, pédiatre néonatologue, CHR Namur
  73. Philippe Cuvelier, pneumo-allergologie pédiatrique, CHIREC-Delta
  74. Laurie Lecomte, pédiatre infectiologue, hôpital de Jolimont
  75. Silvia Berardis, pneumopédiatrie et mucoviscidose, Cliniques universitaires Saint-Luc
  76. Christophe Vô, cardiologie pédiatrique, Cliniques universitaires Saint-Luc
  77. Laurence Dedeken, hémato-oncologie pédiatrique, HUDERF
  78. Levi Hoste, immunologie pédiatrique, UZGent
  79. Anneliese Dussart, néonatologie, CHU Tivoli, La Louvière
  80. Alice Ferster, hémato-oncologie pédiatrique, HUDERF
  81. Anne Johansson, néonatologie, HUDERF
  82. Saskia Vande Velde, gastro-entérologue pédiatre, UZGent
  83. Kristien Kamoen, pédiatre, coordinatrice du conseil d’administration de l’Association flamande de pédiatrie
  84. Quoc Le Phy, HIS Etterbeek-Ixelles
  85. Hilde Van Hauthem, pédiatre, Sint-Maria, Halle
  86. Chantal Dangoisse, dermatologue pédiatrique, HUDERF
  87. Catherine Heijmans, Chef de service de pédiatrie Centre Hopitalier de Jolimont, hématologue HUDERF
  88. Anne Monier, neuro-pédiatre, HUDERF
  89. Christine Quentin, pédiatre, HUDERF
  90. Bertrand Richert, Faculté de Médecine et FSM
  91. Inge Roggen, pédiatre, HUDERF
  92. Sonia Scaillet, pédiatre, HUDERF
  93. Ingrid Thomas, pédiatre, CHU A. Paré, Mons
  94. Françoise Vermeulen, chef de service de pédiatrie, Hôpital Erasme
  95. Valentine Weber, pédiatre, HUDERF
  96. Christine Devalck, pédiatre, HUDERF
  97. Cynthia Prigogine, pédiatre, HUDERF
  98. Nathalie Berneim, HUDERF
  99. Laurence Goffin, pédiatre, HUDERF/Chirec Delta
  100. Véronique Delvenne, pédo-psychiatre, HUDERF
  101. Eric Cavatorta, CHU Marie-Curie, Charleroi
  102. Karin Mathe, pédiatre, CHU Brugmann
  103. Hughes Dessy, pédiatre, HUDERF
  104. José Groswasser, pédiatre, HUDERF
  105. Mouna Al Husni AL Keilani, HUDERF
  106. Corinne De Laet, pédiatre, HUDERF
  107. Christine Versteegh, pédiatre, Chirec Braine-L’Alleud
  108. Thierry Schurmans, pédiatre, HUDERF et CHU Liège
  109. Sophie Lhoir, HUDERF
  110. Erika Boros, pédiatre, HUDERF
  111. Aurélie Empain, pédiatre, HUDERF
  112. Justine Van Gaver, pédiatre, HUDERF
  113. Benedetta Chiodini, pédiatre, HUDERF
  114. Abdel Kanfaoui, pédiatre, HUDERF
  115. Nicolas Lefevre, pédiatre, HUDERF
  116. Pascal Perlot, pédiatre, HUDERF
  117. Jean-Christophe Beghin, pneumologie pédiatrie, HUDERF
  118. Christine Fonteyne, soins palliatifs pédiatriques, HUDERF
  119. Céline Mignon, infectiologue pédiatre, HUDERF
  120. Elise Hennaut, pédiatre, HUDERF
  121. Anissa Messaaoui, pédiatre, HUDERF
  122. Brigitte Adams, pédiatre, HUDERF
  123. Nicolas Arribard, pédiatre, HUDERF
  124. Anna Bruscaglia, pédiatre, HUDERF
  125. Laura Slegers, pédiatre, HUDERF
  126. Caroline Bossicard, pédiatrie générale, HUDERF
  127. Anouk De Ganseman, HUDERF
  128. Sylvie Tenoutasse, pédiatre, HUDERF
  129. Diane Franck, chirurgienne pédiatrique, HUDERF
  130. Cécile Brachet, pédiatre, HUDERF
  131. Sophie Blumental, pédiatre infectiologue, HUDERF
  132. Isabelle Dagneaux, Chercheure au Centre de recherche en Bioéthique UNamur
  133. Paloma Carrillo-Santisteve, médecin épidemiologiste
  134. Roberta Cilio, neuropédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  135. Astrid Haenecour, pédiatrie, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  136. Bouchra El M’Kaddem, neuropédiatre Cliniques Universitaires Saint-Luc
  137. Laurent Houtekie, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  138. Christophe Goubau, pédiatre pneumologue, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  139. Maëlle de Ville de Goyet, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  140. Emilien Derycke, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  141. Laetitia Vanhoutte, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  142. Stéphanie Paquay, neuropédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  143. Marie-Cécile Nassogne, neuropédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  144. Bénédicte Michel, pédiatre néonatologue, CHIREC Delta
  145. Emeline Bequet, pédiatre, CHU CHR Liège
  146. Marie-Laura Godet, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  147. Georges De Bilderling, pédiatre, CHR Namur
  148. Ariel de Selys Longchamps, pédiatre, Clinique St-Jean Bruxelles, Clinique Gabrielle Uccle
  149. Allison Gilis, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  150. Julia Cornet, pédiatre, Cliniques de l’Europe – St-Michel
  151. Aude Helsmoortel, pédiatre néonatologue, CHIREC Delta
  152. Marc Hannesse, pédiatre en pratique privée
  153. Françoise Delmelle, neuropédiatre, CHWAPI Tournai
  154. Annick Sauvage, pédiatre, Cliniques de l’Europe – Ste-Elisabeth
  155. Anne Wintgens, psychiatre infanto-juvénile, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  156. Claire de Halleux, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  157. Ludivine Hougardy, pédiatre, Clinique Notre Dame de Grâce, Gosselies
  158. Sophie Lambert, pédiatre, CHC Montlégia, Liège
  159. Cyrielle Gobert, neuropédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  160. Céline Ridremont, pédiatre néonatologue, CHIREC Delta
  161. Nicolas Delvaux, pédiatre, CHU Charleroi – Marie Curie
  162. Antoine Bachy, pédiatre néonatologue, Grand Hôpital de Charleroi
  163. Sybille de Montpellier, pédiatre en pratique privée
  164. Bernadette Dejong, pédiatre en pratique privée
  165. Aurélie Lievens, pédiatre, CHR Namur
  166. Christine Bonnier, neuropédiatre, Centre neurologique William Lennox
  167. Christine de Montpellier, pédiatre en pratique privée
  168. Harold du Roy de Blicquy, pédiatre en pratique privée
  169. Virginie Schellekens, pédiatre, Cliniques de l’Europe – Saint-Michel
  170. Chryssoula Panagiotaraki, pédiatre, CHIREC Delta & en pratique privée
  171. Marie Jossart, pédiatre en pratique privée
  172. Julie Peeters, pédiatre, CH Jolimont
  173. Chloé Brunelle, pédiatre, CHWAPI Tournai
  174. Gaëlle Van De Poel, pédiatre, Clinique Notre Dame de Grâce Gosselies
  175. Sophie Merckx, pédiatre, Clinique Notre Dame de Grâce Gosselies
  176. Louis Alexandre Zeligzon, pédiatre, CHU Brugmann et en pratique privée
  177. Yaël Weinblaum, pédiatre, CHIREC Delta
  178. Christelle Berce, pédiatre, CHU Charleroi – Marie Curie
  179. Nathalie Blavier, pédiatre, Clinique Notre Dame de Grâce Gosselies
  180. Géraldine Gilbert, neuropédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  181. Justine Pêtre, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  182. Olivier Robaux, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  183. Emmanuel de Becker, psychiatre infanto-juvénile, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  184. Imezzia Giovinazzo, pédiatre en pratique privée
  185. Thérèse Delattre, pédiatre retraitée, Clinique Notre Dame de Grâce Gosselies
  186. Laurence Pratte, pédiatre, Clinique Saint-Pierre Ottignies
  187. Sophie Gerard, neuropédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  188. Nathalie Mercier, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  189. Laura Dikuta Mayaula, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  190. David Weynants, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  191. Thierry Hecquet, pédiatre en pratique privée
  192. Emmanuelle Gueulette, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  193. Zoé Van Lier, pédiatre, Clinique Notre Dame de Grâce Gosselies
  194. Sophie Symann, psychiatre infanto-juvénile, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  195. Delphine Jacobs, psychiatre infanto-juvénile, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  196. Julien Mergen, pédiatre, Clinique Saint-Pierre Ottignies
  197. Yolande de Hemptinne, neuropédiatre en pratique privée
  198. Katarzyna Zakrzewska Jagiello, pédiatre en pratique privée
  199. Baudouin Petit, pédiatre en pratique privée
  200. Marion Depermentier, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  201. Violaine Somville, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  202. Angélique Lhomme, pédiatre en pratique privée
  203. Nadia Zarrouk, cardiopédiatre, CHWAPI Tournai
  204. Solange Béatrice Kouo Epa, pédiatre en pratique privée
  205. Bénédicte Mondovits, pédiatre, Clinique St-Jean Bruxelles
  206. Tharcisse Nsengiyumva, pédiatre, CHIREC Delta et pratique privée
  207. Pauline Filaine, pédiatre
  208. Grégory Delannoy, pédiatre, Clinique St-Jean Bruxelles
  209. Marie Deprez, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  210. Jean Goffaux, pédiatre en pratique privée
  211. Catherine Denoncin, pédiatre, VIVALIA Arlon
  212. Nathalie Albrecht, pédiatre, Centre Hospitalier Reine Astrid Malmédy
  213. Emilie Nicolaï, neuropédiatre, Clinique St-Jean Bruxelles
  214. Elisabeth Henrion, pédiatre néonatologue, Chef de Service de Néonatologie, CHR de Namur
  215. Anne-Sophie Truant, pédiatre néonatologue, CHR de Namur
  216. Ludovic Legros, pédiatre, CHR de Namur
  217. Valérie Gillet, neuropédiatre, CHC Montlegia Liège
  218. Pascaline Boes, pédiatre en pratique privée
  219. Coralie Steisel, pédiatre en pratique privée
  220. Nathalie Dujardin, pédiatre en pratique privée
  221. Agnese Vicari, pédiatre, CHU Charleroi – Marie Curie
  222. Chantal Lecart, pédiatre néonatologue, Grand Hôpital de Charleroi
  223. Douchka Peyra, pédiatre en pratique privée
  224. Valérie Leclercq, pédiatre en pratique privée
  225. Catheline Hocq, pédiatre néonatologue, pédiatre, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  226. Christine Halut, pédiatre, CHR de Namur
  227. Jean Vanclaire, pédiatre, Clinique St-Jean Bruxelles
  228. Cécile Dunga, pédiatre, Cliniques de l’Europe – Ste-Elisabeth
  229. Brigitte Henrot, pédiatre en pratique privée
  230. François Leclercq, pédiatre cardiopédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  231. Virginie de Halleux, pédiatre néonatologue, CHR La Citadelle
  232. Elena Bradatan, pédiatre, CHR de Namur
  233. Michel Maka, pédiatre, Centre Hospitalier du Grand Hornu – EpiCURA
  234. Leentje Peetermans, pédiatre néonatologue, Cliniques Universitaires Saint-Luc
  235. Mathieu Thimmesch, pédiatre pneumologue, CHC Montlégia Liège
  236. Amaury de Meurichy, pédiatre, Clinique Notre Dame de Grâce Gosselies
  237. Nathalie Hemelsoet, pédiatrie, Chef de Service, Grand Hôpital de Charleroi
  238. Alexandre Targnion, pédiatrie, Grand Hôpital de Charleroi
  239. Hélène Hariga, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  240. Viviane Goldberg, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  241. Mahaut de Crombrugghe, pédiatre, Clinique St-Jean Bruxelles
  242. Donatienne Lagae, pédiatre néonatologue, Grand Hôpital de Charleroi
  243. Thierry Mouraux, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  244. Philippe Lannoo, pédiatre en pratique privée
  245. Simon Vandergugten, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  246. Jean Evrard, pédiatrie, CHR de Namur
  247. Anaïs Wojcik, pédiatre en pratique privée
  248. Carole Olive, pédiatre, CHIREC Delta
  249. Claire Vandenbergh, pédiatre, CHR de Namur
  250. Vincent Cassart, pédiatre néonatologue, Grand Hôpital de Charleroi
  251. Didier Lebrun, pédiatre en pratique privée
  252. Jerry Cousin, pédiatre, Grand Hôpital de Charleroi
  253. Maryline Mattot, pédiatre en pratique privée
  254. Priscilla Jijon Morantes, pédiatre, CHR de Mouscron
  255. Caroline De Vreese, Médecin scolaire au centre PSE d’Ixelles
  256. Marie-Thérèse Dequevy, pédiatre en pratique privée
  257. Marie-Paule Guillaume, pédiatre, CH Jolimont
  258. Marie Van Schaftingen, pédiatre retraitée
  259. Lutty Kaïmba Mumba, pédiatre, VIVALIA, Hôpital d’Arlon
  260. Anne-Catherine Gillot, pédiatre, Clinique St-Jean et pratique privée
  261. Nathalie Sannikoff, pédiatre en pratique privée
  262. Marguerite Landsberg, pédiatre responsable des crèches communales d’Uccle
  263. Sara Peeters, pédiatrie en pratique privée
  264. Isabelle Loeckx, cardiopédiatre, CHC Montlégia Liège
  265. Marie-Françoise Dresse, pédiatre, CHU Liège
  266. Emmanuelle Carlier, pédiatre en pratique privée
  267. Eva Latus, pédiatre, Hôpital St- Nicolas, Eupen
  268. Natacha Cortisse, pédiatre, Hôpital St- Nicolas, Eupen
  269. Susanna Kreitz, pédiatre, Hôpital St- Nicolas, Eupen
  270. Joanna Merckx, pédiatre infectiologue et épidémiologiste, Université McGill, Montréal
  271. Sabine Jespers, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  272. Nathalie Dejonge, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  273. Laurence Dubois, pédiatre en pratique privée
  274. Baudouin De Bont, pédiatre, CH Jolimont
  275. Clément Israël, pédiatre en pratique privée
  276. Didier Moulin, professeur émérite de pédiatrie, UCLouvain
  277. Marc Maes, professeur émérite de pédiatrie, UCLouvain
  278. Gaston Verellen, professeur émérite de pédiatrie, UCLouvain
  279. Christine Verellen, professeure émérite, généticienne, UCLouvain
  280. Olivier Gilliaux, rhumatologie pédiatrique, CHU Charleroi – Marie Curie
  281. Véronique Maes, pédiatre générale, Clinique Notre-Dame de Grâce, Gosselies
  282. Marie-Sophie Kupper, pneumopédiatre, Clinique Notre-Dame de Grâce, Gosselies
  283. Frédéric Motte, pédiatre, Cliniques de l’Europe – Ste-Elisabeth
  284. Cécile de Montpellier, pédiatre en pratique privée
  285. Lucie Rouffiange, pédiatrie, CHC Montlégia Liège
  286. Frédéric Piérard, pédiatre pneumologue, CHC Montlégia Liège
  287. Christine Coremans, cardiopédiatre, CHC Montlegia Liège
  288. Vincent Bernier, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  289. Caroline Champagne, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  290. Françoise Mascart, cardiopédiatre, CHC Montlégia Liège
  291. André Mulder, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  292. Pierre Demaret, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  293. Stéphanie Colinet, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  294. René Stevens, neuropédiatre, CHC Montlégia Liège
  295. Charline Morgenthal, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  296. Anne Vervoort, pédiatre néonatologue, CHC Montlégia Liège
  297. Caroline Genin, pédiatre infectiologue, CHC Montlégia Liège
  298. Tifenn Carichon, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  299. Marie Messens, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  300. Nicole Seret, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  301. Claudie Rensonnet, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  302. Hélène André, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  303. Marine Creuven, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  304. Iolaine Nuyts, pédiatre, CHC Montlégiat Liège
  305. Caroline Dadoumont, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  306. Maïté Dagnélie, pédiatre, Cliniques de l’Europe – Saint-Michel
  307. Larissa Tomme, pédiatre néonatologue, CHC Montlégia Liège.
  308. Sophie Smeets, pédiatre néonatologue, CHC Montlégia Liège
  309. Arnaud Marguglio, pédiatre néonatologue, CHC Montlégia Liège
  310. Nathalie Kreins, pédiatre néonatologue, CHC Montlégia Liège
  311. Marie Hoyoux, pédiatrie, CHR La Citadelle
  312. Catherine Pieltain, pédiatre néonatologue,CHU Liège
  313. Adeline Van Rymenam, pédiatre, CHU Liège
  314. Véronique Thiry, pédiatre, CHC Montlégia, Liège
  315. Jean-Paul Sacré, pédiatre, CHU Liège Notre Dame des Bruyères
  316. Amaury Brever, pédiatre, CHU Liège
  317. Marie-Pierre Soumoy, pédiatre, Cliniques de l’Europe – St-Michel
  318. Laurent Servais, pédiatre, CHU Liège
  319. Françoise Dominé, pédiatre, CHU Liège
  320. Françoise Hoyoux, pédiatrie, CHR Namur
  321. Delphine Smal, pédiatre, CHR Namur
  322. Mélanie Léonard, pédiatre, CHU Liège
  323. Annabelle Lefevre, pédiatre, CHU Liège
  324. Marie Hoyoux, pédiatre, CHU Liège
  325. Sandra Pannizzotto, pédiatre, CHU Liège
  326. Véronique Schmitz, pédiatre, CHU Liège
  327. Marie Pierre Mohring, pédiatre, CHU Liège
  328. Laura Kasongo, pédiatre, CHU Liège
  329. Anastasia Anthopoulou, pédiatre, CHU Liège
  330. Françoise Ravet, pédiatre, CHU Liège
  331. Marylène Nguyen, Pédiatre, CHR de la Citadelle de Liège
  332. Marion Delbos, pédiatre, CHU Liège
  333. Véronique Heinrichs,  pédiatre, CHU Liège
  334. Marie-Christine Lebrethon, pédiatre, CHU de Liège
  335. Mariane Saliba, pédiatre, CHU Liège
  336. Valérie Domken, pédiatre, CHU Liège
  337. Aurore Daron, neuropédiatre, CHU Liège
  338. Julie Longton, pédiatre, CHU Liège
  339. Jean-Yves Hayez, professeur émérite de pédopsychiatrie, UCLouvain
  340. Marie-Agnès Hayez, pédiatre en pratique privée
  341. Sandra Eiras Da Silva, cardiopédiatre, CHC Montlégia Liège
  342. Caroline Lefebvre, pédiatre néonatologie, CHU Liège
  343. Emilie Poitoux, pédiatre hôpital de Nivelles groupe Jolimont
  344. Élodie Strebelle , CHU Tivoli, neonatologie.
  345. Thierry Van Pachterbeke Pédiatre, chef de service pédiatrie Hôpital Nivelles Groupe Jolimont
  346. Geneviève Thonon, pédiatre, hôpital de Nivelles groupe Jolimont
  347. Kathia Zylberberg, pédiatre, hôpital de Nivelles, groupe Jolimont
  348. Christine Mievis pédiatre pratique privée Laeken
  349. Loredana Guzganu, pédiatre hôpital de Lobbes groupe Jolimont
  350. Raphaela Pennetreau, pédiatre en cabinet privé au Grand-Duché de Luxembourg
  351. Valérie Godart, neonatologue à Érasme
  352. Marie Hayez , pédiatre privé
  353. Anne-Sophie Crochelet, service universitaire de Pédiatrie, CHR Citadelle, Liège
  354. Céline Roman, pédiatre à Erasme
  355. Dana Colceag-Földes Dana pédiatre Centre Hospitalier EpiCURA.
  356. Alessandra Redondi, pédiatre privé
  357. Sandra Eiras da Silva, cardiopédiatre, CHC Montlégia Liège
  358. Sophie Stormacq, pédiatre CHU Tivoli
  359. Audrey Van Hecke, neuropédiatre CHU Saint-Pierre et HUDERF
  360. Nathalie Schrayen, pédiatre cabinet privé Braine-le-Comte et CHR Haute Senne Soignies
  361. Marie Uyttendaele, CHIREC HBW
  362. Isabelle Courtoy, pédiatre privé tubize – nivelles
  363. Aurore Stievenart, pédiatre CHU Ambroise Paré
  364. Mehdi Ablali, pédiatre hôpital de Nivelles groupe Jolimont
  365. Anne Rassart, néonatalogie CHU Charleroi – Marie Curie
  366. Zoé Depuis, Pédiatre, CHU de Liège
  367. Stefaan Van Lierde, infectiologue pédiatre et chef de service de pédiatrie de l’hôpital de Tirlemont
  368. Catherine Lerusse, pédiatre, CHU Liège
  369. Caroline Jacquemart, pédiatre, CHU Liège
  370. Anne-Marie Tomat pédiatre, CHU Liège
  371. Sylvie Jamart, pédopsychiatre, Centre de Réadaptation ambulatoire CEL. Tournai
  372. Sandrine Vaessen, pédiatre, CHU CHR Liège
  373. Jacques Lombet, pédiatre, CHU Liège
  374. Julie Harvengt, pédiatre, CHU – Sart Tilman, Liège
  375. Marie Melchior, pédiatre, CHU UCL Namur / Ste-Elisabeth
  376. Céline Kempeneers, pneumologue pédiatre, CHU de Liège
  377. Nathalie Mazoin, pédiatre, CHU Liège
  378. Iyawa Astadicko, pédiatre, CHU Liège
  379. Serpil Alkan, neurologie pédiatrique, CHU de Liège.
  380. Laure Collard, néphrologue pédiatre, CHU Liège
  381. Claire Vandenberghe, Gastropediatre, CHR de Namur
  382. Nathalie Mélice, pédiatre, Liège
  383. Marie-Sophie Ghuysen, néphrologie pédiatrique, CHC- CHU Liège
  384. Laurence Sprimont, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  385. Christian Mossay,pédiatre pneumologue, CHC Montlégia Liège
  386. Patrick Schlesser, pédiatre, CHC Montlégia, Liège
  387. Nathalie Demonceau, neuropédiatre, CHC MontLegia, Liège
  388. Alexandra Dreesman, pédiatre pneumologue, CHU St-Pierre, Bruxelles
  389. Christel Baguette, cardiopédiatre, CHC Montlégia, Liège
  390. An-Sofie Lemmens, Pediater, ZOL Genk
  391. Sara Lecoutere, kinderarts, AZ Vesalius Tongeren
  392. Birgit Roosens, kinderpsychiater verbonden aan CGG-VBO Afdeling kinderen en jongeren Leuven
  393. Els Devleeschouwer, AZ Sint Blasius Dendermonde
  394. Sara Willems, Kinder-en jeugdpsychiater KAS Brugge (AZ St-Lucas)
  395. Marc Raes, Voorzitter Belgische Vereniging Kindergeneeskunde
  396. Els Vanlommel, kinderarts, AZ Herentals
  397. Annelies Verhoeven, pediater St-Trudo ziekenhuis
  398. Joke Debroey, kinder- en jeugdpsychiater, Sint-Katelijne-Waver
  399. Catherine De Groof, kinder- en jeugdpsychiater, Multiversum campus Sint-amedeus
  400. Alexandra Boie, Kinder- en Jeugdpsychiater OC ‘Nieuwe Vaart’
  401. Marieke Vercruyssen, Kinder- en Jeugdpsychiater, Groepspraktijk Parkoers, Herk-de-Stad
  402. Emmanuel Thill, pédopsychiatre, CHWAPI Tournai
  403. Valérie Provost, pédiatre, CHWAPI Tournai
  404. Lore Leempoels, kinder- en jeugdpsychiater, Kessel-Lo
  405. Katia Van Vaerenbergh, Pediater, Spoedgevallendienst pediatrie, UMC Sint-Pieter Brussel
  406. Dr Bart Rutteman, Kinderarts AZ Sint Blasius Dendermonde en UZ Brussel
  407. Andries Verpraet, kinder- en jeugdpsychiater
  408. Yentl Driesen, kinderarts ZNA Jan Palfijn en Stuivenberg, consulent kinderpneumologie UZA
  409. Liselot Vanderlinden, Kinderarts AZ Zeno Knokke
  410. Ann Spaepen, kinderpsychiater, Kortrijk-dutsel
  411. Michel Cassiers, pédiatre, CH Jolimont
  412. Nathalie Marien, pediater prive-praktijk. Hertsberge (Oostkamp)
  413. Elisabeth De Greef, Gastro- pediater, UZ Brussel
  414. Kate Sauer, Kinderarts, Az Sint Jan Brugge
  415. Tessi Beyltjens, toegevoegd arts kinderneurologie UZ Antwerpen
  416. Leen Cuypers, kinder- en jeugdpsychiater privé-praktijk, Rotselaar
  417. Shari Anseeuw, kinderarts en kinderneuroloog, AZ Sint-Jan Brugge
  418. Greet Pauwels, kinderarts-kindernefroloog, AZ Sint Jan Brugge-Oostende.
  419. Linde De Keyzer, Kinderarts – kinderlongziekten, AZ Sint Jan Brugge-Oostende
  420. Joke Inderadjaja, kinderarts, St. Jozefskliniek Izegem
  421. Valerie Van Bogaert, kinderarts AZ Nikolaas
  422. Anne François, pédiatre néonatologue, CHC Montlégia Liège
  423. Ilse Van Horebeek Kinderarts en fellow neonatologie UZLeuven
  424. Tineke Eeraerts Pediater, Gent
  425. Anneleen Notebaert, pediater in AZ Sint- Vincentiusziekenhuis, Deinze
  426. Delphine Vanhamme, kinder- en jeugdpsychiater, Oudenaarde
  427. Leen Wouters, kinderarts-kinderneuroloog ZOL Genk
  428. Isabelle Mussche, Kinder-en jeugdpsychiater
  429. Nele Baeck – diensthoofd Kinderafdeling – AZ JAN PALFIJN GENT
  430. Inge Van Wambeke. kinderarts en diensthoofd pediatrie H Hart Leuven
  431. Kaatje Van Aerschot, kinderarts, kinderpneumoloog, Regionaal ziekenhuis Heilig Hart Leuven
  432. Marja Deplancke , Kinderarts, Sint Maarten Ziekenhuis Mechelen
  433. Annelien Coppens, kinderarts, AZ Nikolaas
  434. Liesbeth Van Damme, pediater AZ Nikolaas
  435. Laura Cauwenberghs, Kinderarts, AZ Monica Deurne
  436. Ine Van Dijck, kinderarts UZLeuven
  437. Ingrid van Ingelghem, Kinderarts Kinderneurologie, AZ Klina Brasschaat UZAntwerpen
  438. Els Ide, kinderarts AZ Delta Roeselare
  439. Caroline Lemoine, Pédopsychiatre, Centre Hospitalier Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage Pédopsychiatre
  440. Julie Bruyère, Pédopsychiatre, Centre Hospitalier Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage
  441. Valentine Godeau, Pédopsychiatre, Centre Hospitalier Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage
  442. Noémy Gérard Pédopsychiatre, Centre Hospitalier Universitaire et Psychiatrique de Mons-Borinage
  443. Florence counson. Chc mont legia
  444. Aurelie collins chr verviers
  445. Olivia Bauraind. Chc. Mont Legia Liège
  446. Anne Rassart, néonatalogie CHU Charleroi – Marie Curie
  447. Mona Gandea, neuropédiatre CHU Marie Curie- Charleroi
  448. Delphine Nassel, pédiatre
  449. Bogdan Dima, Pédiatrie – Cliniques de l’Europe, Bruxelles
  450. Colette Van Helleputte, pédiatre retraitée CHU Tivoli La Louvière
  451. Lindsay Devogeleer, CHU St-Pierre
  452. Jonas Dewulf – Kinderarts-kinderpneumoloog AZ Groeninge Kortrijk
  453. Monique Lequesne, Mucocentrum UZA Antwerpen
  454. Veerle Vanwing, Kinderpsychiater, Herk-de-Stad.
  455. Eva ter Haar, Kinderarts – pneumologie, ZNA Jan Palfijn
  456. Isabelle Broux, pédiatre, CHC Montlégia Liège
  457. Célia FONTAINE, pédiatre, CHC – Sites Mont Légia et Waremme
  458. Maarten Sabbe – ASO Kinderpsychiatrie verbonden aan UZ/KU Leuven
  459. Ann-sofie Alderweireldt, Kinderarts, AZ Jan-Palfijn Gent
  460. Carlo Oud, Kinderarts, Heusden Zolder
  461. Sara Van de Winkel, Kinder- en jeugdpsychiater CAR, Jeugdzorg en privé-praktijk, Gent
  462. Pieter Cuypers, Kinder- en jeugdpsychiater, Hasselt
  463. Rita Vanhecke, kinderarts Jan Palfijn Gent
  464. Ann Verschelde, Kinderarts, AZ Sint Jan Brugge Oostende campus Serruys
  465. Grace Tan, Kinderarts H.Heilig Hart zh Leuven
  466. Sari Daelemans, Aso pediatrie
  467. Kevin Hendrickx, ASO Kinder- en Jeugdpsychiatrie, UPC KULeuven
  468. Severine Van Hulle, kinderarts AZ Jan Palfijn Gent
  469. Joke Joossens, kinder- en jeugdpsychiater, CGG Kempen
  470. Eveline Snoeck, fellow kindergastro- enterologie, UZ Gent
  471. Caroline Buyck, Kinderarts De Copiloot Boutersem
  472. Liesbeth De Pourcq, kinderarts AZ Jan Palfijn Antwerpen
  473. Els Deloof, Pediater, regionaal ziekenhuis Heilig Hart Leuven
  474. Caroline de Bruyn, Kinderarts
  475. Sara Pillen, assistent kinder-en jeugdpsychiater
  476. Lien Verhelst, kinder- en jeugdpsychiater, Deinze
  477. Elien Baert, Kinderarts AZ Sint-Lucas Gent
  478. Ilse Meerschaut, Kinderarts, UZ Gent
  479. Tine Jaspers, Kinder- en jeugdpsychiater – Medisch diensthoofd K-Delta, Medisch Centrum Sint-Jozef, Bilzen
  480. Edith Schoubben, Kinderarts AZ West Veurne
  481. Sophie Vanspeybroeck, Kinderarts Jan Palfijn Gent
  482. Marijke Traen, pediater, AZ Monica, Deurne
  483. Sarah De Schryver, pediater, AZ Sint-Lucas, Gent
  484. Ann Vander Auwera, Kinderarts, GZA campus St. Augustinus Wilrijk
  485. Dirk van West, Kinder- en Jeugdpsychiater, ZNA-UKJA; UA-VUB
  486. Ilse Vlemincx, Diensthoofd pediatrie AZ Monica Deurne/Antwerpen
  487. Ruth Van der Looven, kinderrevalidatie-arts UZGent
  488. Patricia Leroy, Neuro pédiatre, CHU de Liège
  489. Tania Claeys, Kindermaag- en darmziekten en voedingsproblemen, AZ Sint-Jan Brugge – Oostende AV
  490. Celine Perceval, pediater, UZ Brussel
  491. Auriane Thiéry, pédiatre, Hôpitaux Iris Sud et Linkebeek
  492. Elfi Van den Haute, Kinder- en jeugdpsychiater, Groepspraktijk In-Zicht, Gent
  493. Johan Marchand, Pediatre, Universitair Kinderziekenhuis Brussel
  494. Jeroen Steels, huisarts, Gent.
  495. Marjolein Mattheij – pediatrische urgentie-arts UZA Antwerpen
  496. Jurn Haan, Kinderneurologie revalidatie
  497. Sofie Ryckx, Kinderarts – ZNA Koningin Paola Kinderziekenhuis
  498. Hilde Van Hauthem, VVK (bestuur), VBS (bestuur), Hoge Raad, College Pediatrie, KA AZ Sint Maria Halle
  499. Santens Delphine, Kinderarts
  500. Elke Dierckx, kinderarts GZA St Augustinus
  501. Karlijn Van Damme, kinderarts en fellow neonatologie UZA
  502. An Backaert, Privé kinderarts, Zepperen
  503. Yves Gillerot, professeur émérite, génétique, UCLouvain
  504. Emmi Van Damme, Pediater Medisch Diensthoofd, ZNA Jan Palfijn Merksem
  505. Susanne van Steijn, Kinderarts ZNA Koningin Paola KinderZH Antwerpen
  506. Ann Demeester, kinderarts AZ Delta campus Menen
  507. Koen Vanlede, Kinderarts AZ Nikolaas
  508. Chris Verelst,, kinderarts op rust, Hasselt
  509. Brigitte Lambelin, pédiatre
  510. Karl Logghe, Diensthoofd pediatrie AZ Delta Roeselare
  511. Jan De Koster, Kindergeneeskunde/Kinderpneumologie, ZOL, Campus Sint-Jan, Genk
  512. Mohamed Elyahyioui, pédiatre, Chef de service de pédiatrie, Epicura Hornu
  513. Stephanie Verheyden, kinderarts OLVziekenhuis
  514. Elke Van Hoyweghen, kinderarts/kindernefroloog, Zol Genk / UZ Leuven
  515. Myriam Vaerenberg, Kinderarts Edegem en Rivierenland
  516. Philippe Jeannin, Kinderarts, Gent
  517. Laurence Muyshont, Pédiatre, Hôpital Civil Marie Curie Lodelinsart
  518. Kristel Delanghe kinderarts AZ Turnhout
  519. Ivo Corthouts, Diensthoofd Kindergeneeskunde, AZ Sint-Blasius Dendermonde
  520. Oscar Ponsar, pédiatre
  521. Marijke Vandepite, Kinder en jeugd psychiater, Brugge
  522. Thijs Joke, pediater, AZ Nikolaas, Sint Niklaas
  523. Michel Pletincx, Secrétaire francophone de l’Association professionnelle belge de pédiatres
  524. Geneviève Thonon, pédiatre
  525. Kristine Desager, pediater, Aartselaar
  526. Benjamin Davidovics, pédiatre CHIREC et pratique privée
  527. Herman Willekens, Kinderarts-kinderneuroloog
  528. Annick Le Brun, chef de clinique adjoint, Unité néonatale intensive, HUDERF
  529. Michaela Maes, Kinderarts kinderneuroloog, AZ Nikolaas COS Gent
  530. José Voz, pédiatre
  531. Ariane Annicq, pédiatre
  532. Dimitri P. Dourdine Mak, Pédiatre
  533. Jacques Baudouin Leclercq, G.B.S. PÉDIATRE
  534. Mark Claeys, Staflid kinderarts Gza Antwerpen
  535. Lieve Verstraete, H. Hartziekenhuis Lier
  536. Stefaan Peeters, pediater, ASZ – Aalst
  537. Corinne Saintes, pédiatre, Clinique St Jean  Bruxelles
  538. Jutte van der Werff ten Bosch, Kinderoncologie, UZ Brussel
  539. Johan Franckx, Kinderarts, Mollem – Asse
  540. Winnie Van Roey, kinder-en jeugdpsychiater, Brussel
  541. Tine Ysenbaert, Kinderarts AZ Sint Lucas Brugge
  542. Mahmoud Zaqout, Kinderarts en kindercardioloog, ZNA Antwerpen
  543. Luc Vandenbossche, Kinderarts, Mariaziekenhuis Noord Limburg, Pelt
  544. Frank Derriks, kinderarts/neonatoloog, Hôpital Erasme
  545. Lien Ceulemans, Kinderarts-neonatoloog, ZNA Middelheim Antwerpen
  546. Vanessa Guy-Viterbo, pédiatre
  547. Brigitte Verbruggen, Chef du Service de Pédiatrie, Cliniques de l’Europe / Ste-Elisabeth, Uccle
  548. Chantal De Troch, Kinder- en Jeugdpsychiater
  549. Greet Stevens, kinderarts-lactatiekundige, ZNA Koningin Paola Kinderziekenhuis, Antwerpen
  550. Dielman Charlotte, kinderneuroloog, Paolaziekenhuis-ZNA
  551. Lore Winters, kinderarts, Sint-Trudo Ziekenhuis
  552. Johan Hellinckx, kinderarts-diensthoofd, Algemeen ziekenhuis KLINA, Brasschaat
  553. Colette Vanhelleputte, pédiatre, CHU Tivoli, La Louvière
  554. Jean Simar, pédiatre en pratique privée, Genval
  555. Leen De Wispelaere, neonatoloog UZA Antwerpen
  556. Fredéric De Meulder, Kinderarts, Diensthoofd Kindergeneeskunde, Kindercardiologie, GZA Ziekenhuizen Wilrijk
  557. Annemieke Van Damme, Pediater, ZNA-Paola Kinderziekenhuis
  558. Lut Van den Berghe , kinderarts, Sint-Vincentiusziekenhuis Deinze
  559. Thierry Devreker, Dienst kindergastro-enterologie, Kidz Health Castle, Universitair Ziekenhuis Brussel
  560. Els Vanderschaeghe, kinderarts
  561. Tania Mahler, Kindergastroenterologie en nutritie, Hulpbronnen kliniek voor pijnbehandeling, Antwerpen
  562. Denil Dominique, pediater, Koningin Paola Kinderziekenhuis Antwerpen
  563. Helene Verhelst, Kinderarts, kinderneuroloog, UZ-Gent
  564. Els Verlinden, kinderarts, GZA Ziekenhuizen, Wilrijk
  565. Eric Vandenbussche, Kinderarts, Heist-op-den-Berg
  566. Daniel Klink ZNA Paola Kinderziekenhuis Antwerpen
  567. Jean-Luc Belche, Médecin Généraliste, Département de Médecine Générale ULiège
  568. Benjamin Fauquert, Médecin Généraliste, Département de Médecine Générale ULB
  569. Michel De Volder , President de la Fédération des Associations de Médecins généralistes de Bruxelles
  570. Patricia Eeckeleers, Médecin généraliste
  571. Michel Dechamps, neuropédiatre, président du collège des conseillers pédiatres de l’ONE
  572. Thierry Lebrun, Médecin- chef, Hôpital psychiatrique pour enfants et adolescents la Petite Maison

     

  573. Marie François, pédiatre GBPF, Clairs Vallons Ottignies

     

  574. Barbara Gevers, chef de clinique à l’HUDERF

     

  575. Shaida Kassam, Pédiatre libéral et à l’hôpital Saint-pierre  à Bruxelles

     

  576. Kristien Garmyn, kinderarts, Lier

     

  577. Ellen Peeters, kinderarts – kindergastroenterologie en voeding, ZNA Koningin Paola Kinderziekenhuis, Antwerpen

     

  578. Luminita Beldean, kinderarts AZ Lokeren en Docent -Lucian Blaga Universiteit van Sibiu

     

  579. Sabine Vandeputte, Prive- pediatrie

     

  580. Julie Leuris , Chef de service de pédiatrie – Ste Anne St Rémi

     

  581. Anne-Marie Rentmeesters, pédiatre

     

  582. Louis Oosterlynck, Kinderarts

     

  583. Roland Lemaire, Pédiatre, CHC montlegia et libérale à liège.

     

  584. Kirsten Mintjens, Kinderpsychiater, Privépraktijk Ruimte de_Link Deurne

     

  585. Caroline Oosterlynck, Kinderarts, AZ Groeninge Kortrijk

     

  586. Ann De Wandeleer, pédiatre, Cliniques de l’Europe – St-Michel

     

  587. Nele Bockaert, Kinderneuroloog

     

  588. Els Verlinden, Kinderarts, St-Augustinusziekenhuis, Wilrijk

     

  589. Joery Verbruggen, pediater, Paola kinderziekenhuis Antwerpen

     

  590. Els Sercu,  kinderarts

     

  591. Maryse Levieux, pédiatre

     

  592. Dominique Moës, pédiatre

     

  593. Ilse Ryckaert, algemeen kinderarts in AZNikolaas

     

  594. Sarah Hayen, kinder- en jeugdpsychiater CGG Vagga

     

  595. Rainer Kuhlins, kinderarts, Heusden-Zolder

     

  596. Katleen Poschet, Kinderarts

     

  597. Ann van de Casteele, kinderarts, Kontich

     

  598. Veerle Mondelaers, Arts-specialist Pediatrie, Pediatrische Hemato-oncologie en Stamceltransplantatie, UZ Gent

     

  599. Sophie Baré, Kinderarts- neonatoloog ZNA Middelheim

     

  600. Koen Kairet – Kinderarts AZ Turnhout

     

  601. Marijke Ysebaert, Kinderarts in opleiding (ASO kindergeneeskunde)

     

  602. Claude Brumagne , pédiatre privée

     

  603. Catherine Ruyssen, pédiatre, Wavre

     

  604. Annelies Lemay, Kinderarts AZ Turnhout

     

  605. Stéphanie Coquelet, pédiatre-néonatologue, CHL Luxembourg

InTijdenVanCorona #7 : de kinderen mogen terug naar school

Het UKZKF staat achter de beslissing om kinderen terug naar school te laten gaan. De recente pediatrische cijfers zijn geruststellend en die terugkeer draagt bij tot de mentale gezondheid en ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Bent u ongerust om een specifieke reden of lijdt uw kind aan een chronische ziekte? Neem dan contact op met uw behandelende arts of specialist.

Pediatrische cijfers rond Covid-19 zijn over het algemeen geruststellend. Sinds het begin van de epidemie is maar een klein aantal kinderen besmet met het virus. Ernstige besmettingen zijn bovendien eerder uitzonderlijk. De beschikbare cijfers tonen aan dat er bij kinderen voornamelijk asymptomatische of pauci-symptomatische vormen van de ziekte voorkomen. Het gaat daarbij maar over 1 à 2% van de gevallen (1, 2).

In tegenstelling tot andere respiratoire virussen blijkt uit de huidige epidemiologische cijfers dat kinderen minder vatbaar zijn voor SARS-CoV-2 dan volwassenen (3). De beschikbare cijfers over de besmetting bij kinderen en tussen kinderen en volwassenen zijn geruststellend en wijzen erop dat kinderen waarschijnlijk geen grote rol hebben gespeeld in het overdragen van SARS-CoV-2 binnen gezinnen. Ook al moeten we nog steeds voorzichtig zijn, het virus wordt beduidend minder overgedragen van kinderen op volwassenen. Er is vooral een besmettingsrisico tussen volwassenen (4, 5). Dat bevestigt ook een IJslands onderzoek. Daar zijn lagere scholen opengebleven. Uit het onderzoek blijkt dat de besmettingsgraad van SARS-CoV-2 bij kinderen onder de 10 jaar veel zwakker is. (6)

Het UKZKF steunt de beslissing om kinderen terug naar school te laten gaan. Die terugkeer is belangrijk voor hun emotionele en educatieve ontwikkeling.

De hygiënische maatregelen blijven desondanks noodzakelijk. Ook bij kinderen moeten die zo goed mogelijk nageleefd worden:

  • Regelmatig de handen wassen
  • Neus en mond bedekken bij hoesten of niezen
  • Snuiten in een papieren zakdoek en die daarna weggooien

Bent u ongerust om een specifieke reden of lijdt uw kind aan een chronische ziekte? Neem dan contact op met uw behandelende arts of specialist.


Te bekijken

Covid-19: et les enfants dans tout ça ? Prof. Véronique Delvenne en Prof. Pierre Smeesters waren te gast op LN24 om het te hebben over kinderen en hun fysieke en mentale gezondheid tijdens deze epidemie.


Aangehaalde bronnen in dit artikel:

  1. Parri N, Lenge M, Buonsenso D. Children with Covid-19 in Pediatric Emergency Departments in Italy. New England Journal of Medicine. 2020.
  2. Tagarro A, Epalza C, Santos M, Sanz-Santaeufemia FJ, Otheo E, Moraleda C, et al. Screening and Severity of Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) in Children in Madrid, Spain. JAMA Pediatrics. 2020.
  3. Wu Z, McGoogan JM. Characteristics of and Important Lessons From the Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) Outbreak in China: Summary of a Report of 72314 Cases From the Chinese Center for Disease Control and Prevention. Jama. 2020.
  4. Li W, Zhang B, Lu J, Liu S, Chang Z, Cao P, et al. The characteristics of household transmission of COVID-19. Clinical Infectious Diseases. 2020.
  5. Bi Q, Wu Y, Mei S, Ye C, Zou X, Zhang Z, et al. Epidemiology and transmission of COVID-19 in 391 cases and 1286 of their close contacts in Shenzhen, China: a retrospective cohort study. The Lancet Infectious Diseases.
  6. Gudbjartsson DF, Helgason A, Jonsson H, Magnusson OT, Melsted P, Norddahl GL, et al. Spread of SARS-CoV-2 in the Icelandic Population. New England Journal of Medicine. 2020.

Extra’s

Het Kinderziekenhuis blijft beschikbaar voor informatie en antwoorden op al uw vragen per telefoon, tijdens een bezoek in het Kinderziekenhuis

Nog informatie nodig?

… Ontdek de vele initiatieven om met u in contact te blijven op onze Facebookpagina.

 

 

 

 

InTijdenVanCorona#6: Kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis

In deze periode van lockdown als gevolg van Covid-19 zijn hier enkele tips en nuttige informatie voor gezinnen die getroffen zijn door autisme.

1. « Structureer ruimte en tijd ».

Door de lockdown zagen de meeste kinderen hun dagelijkse referentiepunten door elkaar geschud worden. Door het verlies van referentiepunten en routines kan een kind met ASS destabiliseren. Het kan leiden tot angst, verhoogd stereotiep gedrag en zelfs de ontwikkeling van probleemgedrag. Het is daarom belangrijk om een minimum aan referentiepunten te behouden en na te denken over een dagschema. Visuele schema’s helpen de tijd te structureren: aarzel niet om ze op een belangrijke plaats in het huis te hangen waar uw kind naar kan verwijzen. Het kan ook nuttig zijn om de leefruimte te structureren, vooral met een duidelijk herkenbare plek om te ontspannen, en een andere die gewijd is aan meer gestructureerde activiteiten (bijv. omkaderde spelletjes), of zelfs leren. Wissel individuele bezigheden af met bezigheden die een gedeelde aandacht van uw kind vragen.

2. « Houd contact met de verzorgers van je kind. »

Probeer zoveel mogelijk contact te houden met externe verzorgers: opvoeders, leerkrachten, therapeuten … (bij voorkeur via video). Het behoud van deze link zal helpen om uw kind gerust te stellen en, in sommige gevallen, om het leren en de fysiotherapie die werden aangeboden vóór de coronavirus pandemie voort te zetten.

3. « Ga door met de medische behandeling. »

Als uw kind een medische behandeling ondergaat, is het essentieel om deze voort te zetten in overleg met uw huisarts of de specialist die u meestal ziet. Het abrupt stoppen van de medicatie kan leiden tot aanzienlijke bijwerkingen en/of een toename van het aanvankelijke probleem, vooral in het geval van behandelingen die worden voorgeschreven voor aan autisme gerelateerde aandoeningen (bijv. slaapstoornissen, agitatie). Zorg ervoor dat u voorschriften in reserve hebt en anticipeer op de verlenging ervan. Bel ons als het nodig is.

4. « Aarzel niet om een attest van uitzondering voor verplaatsingen te vragen. »

De federale overheid heeft uitzonderingen gemaakt voor verplaatsingen, fysieke activiteiten en wandelingen voor mensen met speciale behoeften of een handicap. Als uw kind vaker de openlucht moet opzoeken, langs bekende plaatsen moet lopen of een korte rit moet maken, is dit toegestaan. Aarzel niet om ons een medische verklaring te vragen om dergelijke uitstapjes te rechtvaardigen; u zult deze nodig hebben. Meer informatie op info-coronavirus website.

5. « Wees je bewust van de verborgen gevaren in je huis. »

Thuisblijven betekent een verhoogd risico op huiselijke gevaren, vooral als uw kind geen gevoel van gevaar heeft. Het kan zijn dat hij of zij het verschil niet kan zien tussen wat eetbaar is en wat niet, of dat hij of zij zintuiglijke eigenaardigheden heeft zoals het niet voelen van pijn of warmte. Wees extra voorzichtig. Maak het huis veilig door gevaarlijke voorwerpen en producten buiten bereik te plaatsen, controleer de stabiliteit van het meubilair, beveilig deuren en ramen… Een verhoogde waakzaamheid is essentieel om ongelukken in huis te voorkomen.

Het hele team van het Referentiecentrum Autismespectrumstoornissen staat tot uw beschikking om uw vragen te beantwoorden, om de sociale opvolging van uw dossier te verzekeren of om u te adviseren over de uitvoering van de bovenstaande aanbevelingen. Indien nodig kunnen raadplegingen per telefoon of videoconferentie worden georganiseerd.

Tot slot is onze telefonische permanentie Allo! Pédopsy van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 16.30 uur te bereiken op het nummer 02/477.31.80 om u te adviseren en u te helpen de moeilijkste momenten het hoofd te bieden.

Bedankt aan Dr. Sophie Carlier voor deze waardevolle tips.

Vragen over de gezondheid van uw kind? Praat erover met een dokter!

www.huderf.be

Bronnen:

  • https://deux-minutes-pour.org/
  • https://autismeenfance.blogspot.com/2015/05/activites-pour-enfants-autistes.html
  • https://handicap.gouv.fr/IMG/pdf/covid-19_autisme_vf.pdf
  • https://www.pedopsydebre.org/post/autismeetcovid19
  • https://www.participate-autisme.be/fr
  • https://comprendrelautisme.com/
  • https://www.craif.org/quest-ce-que-lautisme-44

InTijdenVanCorona#5: Kinderen met gedragsproblemen (opstand, woedeaanvallen)

Tegenstand is voor een kind een manier om te leren en het maakt deel uit van zijn ontwikkeling. Het is voor hem een manier om de grenzen te testen of aandacht van de ouders te zoeken. Tijdens deze lockdown periode, kan dit gedrag sterk worden uitvergroot, vooral bij kinderen met een aandachtsstoornis met hyperactiviteit (ADHD) of een opstandige gedragsstoornis. De sleutel om dit gedrag te voorkomen of met dit gedrag om te gaan, zit vaak in de communicatie die altijd moet afgestemd zijn op de leeftijd van uw kind.

Er zijn meerdere strategieën:

om opstandige gedragsstoornissen te voorkomen

  • Duidelijkheid: Wees duidelijk en precies in de instructies die u geeft. Het is belangrijk dat u communiceert door eenvoudige regels te geven die uw kind kan begrijpen. Geef de voorkeur aan één instructie per keer en formuleer ze op een positieve en respectvolle manier. Vraag hem bijvoorbeeld eerder: “Praat stilletjes alsjeblieft” in plaats van “Stop met roepen”.
  • Begrip: Zorg ervoor dat uw kind goed naar de instructie heeft geluisterd en deze goed heeft begrepen. Vraag hem bijvoorbeeld om in uw ogen te kijken of vraag hem om de instructie te herhalen om zeker te zijn dat hij het heeft begrepen. U kan ook enkele seconden naast hem blijven om u zich ervan te verzekeren dat hij goed aan de taak begint. Aarzel niet om hem in het begin te helpen indien nodig.
  • Prioriteit: Geef voorrang aan opdrachten die het toelaten om een goede dynamiek in de familie te behouden. Bewaar uw energie voor de belangrijkste opdrachten. Stel regels op die te verwezenlijken zijn en houd rekening met de leeftijd van het kind. Deel de ingewikkelde taken op in verschillende deeltaken zodat hij niet geconfronteerd wordt met iets onverwezenlijkbaars.
  • Anticiperen: Structureer de omgeving van uw kind, mondeling of met een planning, door hem bijvoorbeeld te zeggen of te schrijven “avondmaal binnen 5 minuten” of “eten om 12 30u als het op een planning staat”.
  • Motivatie. Wanneer de instructies moeilijk blijken, deel ze op in meerdere kleinere instructies en voorzie kleine beloningen die het kind in de loop van de dag kan krijgen om zijn motivatie te verhogen (bv. 10 minuutjes zijn favoriete spel spelen met mama of papa vanavond of een deel van het avondmaal kunnen kiezen). Houd in gedachten dat een verkregen beloning definitief is en niet mag worden ingehouden, anders zal het kind deze bron van motivatie verliezen en zou hij minder vertrouwen in dit systeem kunnen krijgen.
  • Positieve bekrachtiging: Feliciteer en moedig uw kind aan nadat hij de instructies heeft uitgevoerd. Als uw kind de regels respecteert, is het een uitstekende oplossing om goed gedrag aan te houden. Geleidelijkaan zal dit gedrag routine worden.
  • Consistentie: Wees vanaf het begin duidelijk over wat is toegestaan en wat niet. Een kind zal niet begrijpen waarom u hem de ene dag iets laat doen en waarom u de volgende dag tegen hem roept voor dezelfde activiteit. Het is ook belangrijk om dezelfde opvoedingsregels met de andere ouder te delen en te vermijden dat u niet akkoord gaat met uw partner wanneer u de opvoedingsregels van het huis opstelt. Bespreek zoveel mogelijk alle situaties die zich kunnen voordoen (bv. bedtijd, toegelaten activiteiten, beloningen voor goed gedrag, …).
  • Respect : Vermijd kwetsende, vernederende, beschuldigende en onherroepelijke opmerkingen. Dit is een heel belangrijk punt. Wanneer u een opmerking maakt tegen uw kind, bekritiseert u zijn gedrag en niet hem. Zeg hem bijvoorbeeld: “Ik vind het niet fijn wanneer je mij onderbreekt”. Alle woorden die uw kind kunnen vernederen of minachten (“je bent een nul” of “je bent echt een idioot”) zijn te vermijden. Vermijd eveneens uw kind te beschuldigen met zinnen zoals “het is jouw schuld dat het slecht gaat”. Dat versterkt het negatieve zelfbeeld van het kind in deze situaties van opstand en dat kan zelfs leiden tot het versterken van de opstand (“Waarom zou ik moeten luisteren als iedereen mij toch een nul vindt?”).
  • Volharding: Wees mild tegenover uzelf als deze methodes niet onmiddellijk werken. Aanvaard om hen door de tijd aan te houden: het is mogelijk dat deze strategieën de eerste paar keren niet werken. Het is door dit gedrag door de tijd te blijven aanhouden dat deze methodes efficiënter zullen worden.

Tijdens opstandig gedrag

Soms doet opstandig gedrag zich toch voor en is het moeilijk hiermee om te gaan. Wanneer er opstandig gedrag is:

  1. Oogcontact. Begin met oogcontact te maken met uw kind. Als hij u niet gehoorzaamt, benader hem zonder hem te bedreigen met uw fysieke aanwezigheid. Breng u op zijn hoogte en behoud oogcontact. U kan ook fysiek contact maken, door zijn hand te nemen indien nodig. Eens u zijn volledige aandacht hebt, leg hem uit wat hij niet mag doen en stel hem een alternatief voor.
  2. Evenredigheid. Reageer in functie van de ongehoorzaamheid, geleidelijkaan. Begin met een kort en begrensd gevolg, bijvoorbeeld het afnemen van een tablet of speeltje voor enkele minuten, terwijl u hem opnieuw duidelijk uitlegt waarom u dit doet. Geef hem terug wat u heeft afgenomen na de tijdsduur die u hebt afgesproken. Als het gedrag dat u heeft verboden zich herhaalt, neem hetzelfde object weg voor een langere tijd. In het geval van een woedeaanval, stel een kalme periode van 5 à 10 minuten voor zodat hij kalmeert.
  3. Uw reactie controleren en u zich daaraan houden: We hebben vaak de neiging om strenge limieten aan onze kinderen op te leggen “Je mag een hele week geen videospelletjes spelen” “Je mag je vrienden een hele week niet bellen”. Vermijd straffen waaraan u zich niet kan houden. Als u beslist om een straf op te leggen, moet deze meetbaar en verwezenlijkbaar zijn. Zo niet, zal uw kind begrijpen dat u zich niet aan uw straffen houdt en dat verstrekt het idee van onstrafbaarheid en het idee om het niet wenselijke gedrag te blijven aanhouden. Blijf streng maar rechtvaardig en verkies belonen boven straffen.

Tijdens de driftbui of de woedeaanval

Deze periode stelt een familie, die dagelijks wordt blootgesteld aan extra spanningen en frustraties, meer dan gewoonlijk op de proef. Driftbuien en woedeaanvallen kunnen zich voordoen op zo’n momenten. Het is belangrijk om dit op de best mogelijke manier aan te pakken met de middelen waarover u beschikt, om de harmonie binnen uw gezin te bewaren. De kernboodschap is om de crisis niet te laten escaleren, namelijk door niet als een spiegel tegenover uw kind te reageren. Hier volgen enkele pistes en strategieën die u tijdens zo’n situatie kan toepassen:

  1. Blijf kalm tegenover uw kind. Dit is verre van eenvoudig, vooral wanneer uw kind u slaat of u beledigt. Uw kind zal proberen u mee te trekken in zijn crisis door u uit te dagen, door te roepen of door u in het huis te volgen om een reactie van u uit te lokken. Dit weten zal u helpen om afstand te nemen en om kalmer te zijn in deze situaties.
  2. Zorg voor een ‘time out’. Probeer ervoor te zorgen dat de interactie met uw kind word onderbroken door hem in zijn kamer of een andere kamer te zetten. Begeleid hem als hij er niet zelf naartoe wil gaan. Deze fase is vaak heel moeilijk. Probeer niet teveel te praten en doe hem geen pijn terwijl u hem begeleidt. Daarom is hem begeleiden een goede oplossing. In het algemeen zal het kind u gemakkelijk volgen als u zich verplaatst.
  3. Als hij de ‘time out’ niet respecteert, probeer de deur te sluiten terwijl u hem uitlegt dat het nodig is om terug kalm te worden. Onderhandel niet met hem door de deur. Kom niet tussen, behalve wanneer het kind in gevaar is.
  4. Als hij de ‘time out’ nog altijd niet respecteert en op de deur bonkt, kan u de kamer binnengaan, u op een stoel zetten en doen alsof u leest. Doe alsof u hem niet ziet, geef de indruk dat u bezig bent een boek of een krant te lezen. In het algemeen haten kinderen het dat hun ouders onverschillig zijn tegenover hun crisis. Probeer niet met hem te onderhandelen. Blijf kalm. Kom niet tussen, tenzij het kind in gevaar is.
  5. Vermijd dat de crisis zich naar de hele familie uitbreidt. Probeer aan de andere kinderen te vragen om naar hun kamer of een andere kamer te gaan. Vermijd het om tussen volwassenen te ruzieën. Wanneer een crisis als deze zich voordoet, begint iedereen heel snel te ruzieën.
  6. De andere broers en zussen mogen niet deelnemen aan de crisis. In deze tijd van lockdown is het niet mogelijk om hen naar buiten te laten gaan. U moet dus proberen hen naar een andere kamer te sturen.
  7. Als u thuis met twee volwassenen bent, probeer onderling af te lossen tegenover het kind in crisis. Dat laat het ook toe om te ademen. In het algemeen, ervaart men zelf ook veel spanning.
  8. Praat niet teveel tijdens de crisis. Hou het simpel. Het is niet het moment om uw kind te ondervragen over wat hij voelt en ook niet om te moraliseren. Uw kind is overmand door zijn emoties, hij staat niet open voor een gesprek. Hoe meer u probeert, hoe langer u de crisis maakt.
  9. Na de crisis (oef), moet u de situatie met uw kind terug koel terug in de hand nemen. U moet koel reageren, eens u en uw kind zich in een stabiele emotionele staat bevinden.
  10. Vermijd straffen want uw kind heeft niet genoeg controle over zijn gedrag om deze crisissen te vermijden. Straf kan zijn woede verhogen en zijn zelfvertrouwen verlagen. Geef voorkeur aan herstel, door uw kind toe te laten de materiële schade te herstellen die hij tijdens de crisis heeft veroorzaakt. Geef hem taken van algemeen belang, zoals de tafel dekken of stofzuigen. Begeleid uw kind tijdens de eerste taken.

Is de woede die ik als ouder voelde normaal?

U hebt misschien woede gevoeld tegenover uw kind, schuld als u de controle over uw gedrag bent verloren tijdens de crisis, maar ook empathie voor uw kind dat afziet, of zelfs een gevoel van ontmoediging in uw rol als ouder. Deze emoties kunnen ook overlappen, u moet dit aanvaarden.

De lockdown is een stresserende periode voor de hele familie, maar het kan een goed moment zijn om familieactiviteiten te organiseren waarvoor u geen tijd hebt tijdens de schoolperiode. U kan een planning opstellen met tijd voorbehouden voor taken/werk van de ouders en tijd voor ontspanning/individuele en familieactiviteiten.

Aarzel niet om uw huisarts via mail te raadplegen. Dat is het eenvoudigst opdat hij beschikbaar is om u te antwoorden.

Ten slotte blijft onze permanentie Hallo! Kinder-en jeugdpsychiatrie bereikbaar op 02/477.31.80 van maandag tot vrijdag van 9u tot 16 30u om u raad te geven en u te helpen om te gaan met de moeilijkste momenten.

Bedankt aan Anthony Beuel, Neuropsycholoog voor deze waardevolle tips.

____

www.huderf.be

Bronnen:

InTijdenVanCorona#4 : Patiënten met een specifiek dieet

Sommige kinderen moeten om medische redenen een specifiek dieet volgen. Dat dieet vormt soms de essentiële basis van een medische behandeling. In andere gevallen maakt het samen met andere maatregelen deel uit van een bepaalde therapie.

Wat voor dieet ook gevolgd wordt, het kind en zijn gezin moeten hun eetgewoontes aanpassen, voedingsetiketten leren lezen, vindingrijk omspringen met recepten of nieuwe keukentalenten ontwikkelen om met speciale producten te werken (vb. eiwitarme producten).

De lockdown heeft ons dagelijks leven omgegooid en kan ook een effect hebben op onze eetgewoontes. Volwassenen grijpen vaak naar snacks en andere soorten comfort food. Ze verminderen op die manier hun stress of zorgen voor een beter humeur. Maar eten ze er te veel van, dan kan dat schadelijk zijn voor de gezondheid. Voor onze kinderen is dat niet anders. Structuur die wegvalt, verveling, minder beweging… Het heeft allemaal een effect op het eetpatroon. Bij sommige kinderen kan dat ernstige gevolgen hebben.

Dit zijn enkele tips om de quarantaine beter door te komen, vooral wanneer je kind een specifiek dieet moet volgen:

  • Zorg voor structuur.
  • Voer vaste eetmomenten met het gezin in, zonder schermpjes of andere media. Kinderen koesteren die momentjes samen.
  • Houd een stramien van 4 maaltijden per dag aan: ontbijt, middagmaal, vieruurtje en avondeten. Een klein tussendoortje halverwege de ochtend kan eventueel als je kind heel vroeg heeft ontbeten.
  • Eet fruit en groenten, op verschillende manieren. Ze zijn rijk aan vitaminen, essentiële voedingsstoffen en antioxidanten. Bepaalde zoetigheden of snacks zijn toegelaten, maar probeer die te houden voor na het eten.
  • Zorg dat je zoals anders genoeg vitaminen opneemt, zoals vitamine D.
  • Profiteer van de lockdown om nieuwe recepten te ontdekken. De kinderen kunnen zelfs meehelpen in de keuken. Jonge kinderen vinden dat heel fijn. Het helpt hen ook om eten als iets positiefs en leuks te ervaren. Contacteer gerust onze dienst Dieet en Voeding voor meer ideeën. Ook op onze Facebook-pagina vind je allerlei eenvoudige recepten terug.
  • Wat dacht je van een eigen moestuintje nu de tuincentra terug open zijn? Heb je geen tuin? Kerstomaatjes kweken op het terras is een leuk alternatief.
  • Zorg voor een regelmatig slaapritme. Laat je kinderen op tijd naar bed gaan en zorg ervoor dat zowel jij als je kinderen genoeg slaap krijgen.

Vind je het moeilijk om het voorgeschreven dieet van je kind te volgen? Onze dienst Dieet en Voeding denkt graag met je mee over mogelijke aanpassingen.

Bedankt aan de dienst Voeding voor deze waardevolle tips.

www.huderf.be

InTijdenVanCorona#3 : Kinderen met aandachtstekortstoornis met of zonder hyperactiviteit

Voor veel families kan de huidige situatie momenten van spanning en ontreddering veroorzaken. Deze situatie kan nóg moeilijker te beheersen zijn, wanneer een familielid een aandachtstekortstoornis meedraagt. U zal in deze fiche advies, “tips and tricks” vinden om uw kind(eren) zo goed mogelijk te helpen in het dagelijkse leven, zowel wat de dag betreft als om te anticiperen op momenten van de dag waarop de impulsiviteit of de hyperactiviteit een hoogtepunt kunnen bereiken.

1. « Als uw kind in behandeling is, zet de behandeling met medicijnen verder, tenzij bij tegenindicatie van uw dokter”

De medicatie helpt uw kind om de symptomen van zijn/haar stoornis beter te beheersen. Het is dus belangrijk de gewone behandeling verder te zetten. Als het voorschrift voor zijn/haar behandeling verlopen is, contacteer dan uw referentiearts en hernieuw het voorschrift via teleconsultatie.

2. « Organiseer de dagen van uw kind volgens een vaste routine »

De dagen van onze kinderen worden normaal door het schoolritme gestructureerd. Routines en rituelen zijn belangrijk voor kinderen en adolescenten met ADHD, en dit des te meer in een periode zoals de huidige waarin ze hun oriëntatiepunten verliezen.

Voorzie dus een tijdsindeling (geschreven, met behulp van pictogrammen, etc.) om zijn/haar dagen te structureren. Als hij/zij er de leeftijd al voor heeft, kunnen jullie deze indeling samen maken of kan u voorstellen dat hij/zij dit alleen doet. Zorg ervoor dat de planning compatibel is met wat uw kind gewoonlijk doet in de schoolperiode. Een tijdsindeling die plots gevuld is met ongewone activiteiten of met te bereiken doelstellingen riskeert het tegenovergestelde effect te hebben dan datgene wat verwacht wordt.

Het is belangrijk dagelijks vaste oriëntatiepunten te hebben zoals :

  • Een vast uur om op te staan en om te gaan slapen
  • Uren voor wel omlijnd werk en te verwerken leerstof
  • Momenten van vrije tijd
  • Het moment van de maaltijden
  • De sportieve activiteiten
  • De eventuele te realiseren taken, het wasmoment, etc.

Formaliseer de leertijden en gebruik het pedagogische materiaal dat door de school geleverd wordt. Houd in het achterhoofd dat de leercontext anders is dan deze van de school en dat u dus niet dezelfde verwachtingen moet hebben. Het belangrijkste is dat hij/zij leert of werkt, het kader mag soepeler zijn (mag rechtstaan, wiebelen, zittend/rechtopstaand/op de grond werken, mondeling werken, etc.). Aarzel niet om regelmatig aangename activiteiten te doen om de zwaarmoedige alledaagsheid van het leven “in uw kot” een beetje te doorbreken.

Vind, indien mogelijk, opdrachten of objectieven voor uw kind na het einde van de werkdag of de sportsessie. Dat zal hem/haar toestaan om zijn/haar impulsiviteit en agitatie te kanaliseren. U kan hem/haar bijvoorbeeld benoemen tot “chef-kok voor de bereiding van een taart” of hem/haar vragen zich bezig te houden met de kleine broertjes en zusjes.

Voorbeeld van tijdsindeling voor een weekdag

Uurrooster maandag Te realiseren activiteit
8u-8.30u Wakker worden ⏰ — Vrije tijd *
8.30u-9u Ontbijt ? — Wassen ? — Aankleden ?
9u-10.30u ? Thuisschool: wiskunde ?
10.30u-11u Vrije tijd ? ? ?
11u-12.30u ? Thuisschool : Nederlands ?
12.30u-13.30u Middageten?
13.30u-14.30u Vrije tijd ? ? ?
14.30u-16u ? Thuisschool : W.O. ?
16u-16.30u Vieruurtje ? — Ontspanning ??♂️
16.30u-17u Fysieke activiteit ⛹?♀️
17u-19u Vrije tijd ??
19u Avondeten ?
20u Klaarmaken om naar bed te gaan ?
20.30u Naar bed * ?

* Let, in de mate van het mogelijke, op de schermtijd die al snel oploopt in de loop van een dag. Vermijd ook best een te lang gebruik van schermen vóór het slapengaan. Geef de voorkeur aan andere activiteiten, zoals lezen bijvoorbeeld, die gunstiger zijn om in slaap te vallen.

3. «Behoud socialisatie-tijd, houd contact met uw naasten »

Het is belangrijk, evenzeer voor u als voor uw kinderen, om regelmatige contacten te onderhouden met uw naasten buitenshuis. Moedig uw kinderen, als ze er de leeftijd voor hebben, aan om dagelijks familieleden of schoolvrienden te contacteren. Geef zo veel mogelijk de voorkeur aan visuele contacten, door de huidige communicatiemiddelen te gebruiken (bvb.: Skype/ FaceTime/ WhatsApp/ Viber/ Messenger). Voor de groteren, als ze geen telefoon hebben: laat hen met mekaar praten in alle discretie. Ze zullen meer op hun gemak zijn. Voor degenen die een telefoon bezitten: maak u geen zorgen, ze zullen niet op u gewacht hebben om met hun vriend of vriendin te praten.

4. « Behoud een dagelijkse sportieve activiteit »

Uw kinderen, zeker als ze ADHD hebben met een uitgesproken hyperactiviteit, hebben het nodig om zich uit te leven. De agitatie en de impulsiviteit riskeren inderdaad nog opvallender te zijn na 16u, het is dus een activiteit die je zeker niet links mag laten liggen. Stel binnen activiteiten voor van het type yoga, relaxatie, dans of turnparcours (met behulp van meubels die niet stuk gaan, zoals boeken, stoelen, kussens, etc.). Eenmaal het parcours is afgewerkt, aarzel niet om uw kind aan te sporen om meteen na het eerste parcours alleen een andere te maken, om zijn creativiteit en zijn motivatie voor een activiteit te mobiliseren.

Zeker als u geen tuin heeft of op een appartement woont: stel een fysieke buitenactiviteit voor van minstens 30 minuten per dag (wandeling, looptocht, fietstocht maar waak er hierbij over om de nodige afstand tot de andere wandelaars te respecteren).

Verschillende internetsites kunnen u helpen i.v.m. sport voor binnenshuis:

5. « Maak u niet ongerust en stel uw kind gerust over de eventuele pedagogische achterstand die deze periode van lockdown met zich mee kan brengen »

Hun mentaal evenwicht is belangrijker dan hun schoolniveau ! Denk eraan dat alle jongeren zich in dezelfde situatie bevinden. Bij de terugkeer naar de klas, zullen hun leerkrachten zich aanpassen aan deze onuitgegeven situatie. Het belangrijkste is om te blijven leren.

Profiteer van de schooltijd/leertijd om ook andere werktypes aan te moedigen : organiseer manueel werk gedurende de dag, zoals tekenen, zoutdeeg, schilderen, muziek- eveneens zoals echte lessen op school. Het gaat hier niet om speeltijd. Het is ook het goede moment om hen te leren koken, zingen, tekenen, dansen, knutselen, etc. Aarzel niet om digitale ondersteuning en Youtube-tutorials te gebruiken om hun interesse te wekken.

6. «Organiseer een moment voor spelletjes met het gezin ’s avonds »

Dit zal éénieder toelaten om allemaal samen te zijn in een aangenaam moment en de spanningen te kalmeren, indien nodig. Het is ook een moment waarop éénieder zich serener zal kunnen uitdrukken. Probeer activiteiten te voorzien van minstens 10 minuten, zoals karate, dans, gezelschapsspelletjes, om allemaal samen te lachen en uitwisseling te bevorderen.

7. « Praat over de huidige situatie met uw kind »

Wees open tegen uw kind, praat met hem/haar over de situatie op een kalme manier die aangepast is aan zijn/haar begripsniveau. Vermijd onnodige details. Vraag wat zijn/haar bezorgdheden zijn. Praat ook over de huidige hygiënemaatregelen, over wat de barrièremaatregelen zijn en waartoe ze dienen. Uw kind heeft er nood aan te begrijpen wat het nut van deze maatregelen is. U kan bijvoorbeeld een workshop doen met glitters om te tonen waartoe het wassen van de handen dient. Beperk ook de tijd waarin uw kinderen blootgesteld zijn aan de media, aan de informatie van de televisie en van de sociale media. Heb dit gesprek regelmatig met uw kinderen. Kinderen zijn ongerust, maar drukken dit niet uit zoals volwassenen.

8. « Zorg voor uzelf als ouder »

Angst wordt overgedragen : wanneer de ouders angstig zijn, zullen de kinderen dit ook zijn. Het is belangrijk ook voor uzelf als ouder te zorgen. U moet zich informeren maar let erop dat u niet eindeloos naar de nieuwszenders luistert, die de angst kunnen doen toenemen. Beperk de media tot maximum 30 minuten per dag.

Probeer ademhalings- of relaxatiesessies te houden, met of zonder de kinderen. Wees mild ten opzichte van uzelf en de andere gezinsleden. We brengen zelden zoveel tijd allemaal samen door, gedurende een zo lange periode. Sta uzelf momenten van alleen-zijn toe, binnen in huis of door te gaan stappen. Stel vaste tijdschema’s op waarop uw kinderen zichzelf bezig houden opdat u tijd voor uzelf zou kunnen nemen.

9. « In geval van crisis »

De spanning veroorzaakt door de situatie die we meemaken kan crisissen of verzettend gedrag bij uw kinderen teweegbrengen. Aarzel niet onze praktische fiche te raadplegen om u te helpen dit type van gedrag te voorkomen, maar ook om de meer kritieke situaties te managen.

Tot slot blijft onze permanentie Hallo! Kinder- en jeugdpsychiatrie bereikbaar op het nummer 02/477.31.80 van maandag tot vrijdag van 9u tot 16.30u, om u raad te geven en u te helpen het hoofd te bieden aan de meest moeilijke momenten.

Bedankt aan Anthony Beuel, Neuropsycholoog voor deze waardevolle tips.

____

www.huderf.be

Bronnen:

www.tdah.be

www.pedopsydebre.org

www.pieceofpie.ca/the-best-indoor-activities-for-adhd-kids/

www.caddra.ca