Berichten

Bij de STOP : Met de juiste reflex kunnen we infecties bestrijden !

U kan ons helpen om uw kinderen (onze patiënten) te beschermen … door te stoppen aan de STOP ! Wanneer u aankomt in het ziekenhuis, wanneer u een dienst binnen of buiten gaat, neem dan de reflex aan om steeds uw handen te desinfecteren! Hoesten, koorts of verkoudheid? Draag dan een masker!

Het team voor Preventie en bestrijding van infecties van het Kinderziekenhuis heeft verschillende STOP-borden geplaatst. Deze panelen zijn uitgerust met een desinfecterend middel voor de handen en beschermende maskers om neus en mond te bedekken. Het doel? De proliferatie van microben (infecties) beperken !

Het ziekenhuis is een plaats waar verschillende infecties en ziekten worden behandeld. Neem dus even de tijd om deze eenvoudige handelingen uit te voeren zodat we samen onze kinderen kunnen beschermen !

 

Nieuw screeningtool voor de diagnose van autisme in België

Vergissingen rond de diagnose van autisme vermijden, een degelijk instrument bieden aan de professionelen van de pediatrie, risicokinderen opsporen vanaf de kleuterklas: dit zijn de mogelijkheden van het nieuwe opsporingsmiddel voor autisme. Het Autism Discriminative Tool (ADT) laat toe om gemakkelijk, snel en nauwkeurig vast te stellen of er bij het kind met een atypische ontwikkeling een vermoeden van autisme is of indien het gaat om een andere ontwikkelingspathologie, taalachterstand of psychologische stoornissen. Een wetenschappelijk artikel rond deze screeningtool werd voor publicatie opgenomen in het tijdschrift Research in Autism Spectrum Disorders, met de nadruk op de mogelijkheid om vroegtijdig autisme op te sporen waardoor een snellere verwijzing van de  patiënten naar aangepaste tertiaire diagnostische diensten mogelijk wordt.

Het Autism Discriminative Tool of ADT, ontwikkeld door Sophie Carlier in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, is een screeningsinstrument voor autismespectrumstoornissen, voornamelijk voor tweedelijns gezondheidswerkers of -diensten die in contact staan met zogenaamde “risico”kinderen die ontwikkelingsmoeilijkheden vertonen in het kleuter- en lager onderwijs. In de praktijk wordt dit instrument onder de vorm van een vragenlijst ingevuld door kleuterleidsters. Nadien wordt het resultaat geanalyseerd en geïnterpreteerd door artsen, gespecialiseerd in de ontwikkeling van kinderen (bijv. pediaters, neuropediaters, kinderpsychiaters), maar ook door paramedici (bijv. psychologen), teams voor kinderpreventie en -bescherming, ondersteunende diensten, psycho-medisch-sociale centra, centra voor geestelijke gezondheidszorg of andere teams die in contact staan met kinderen met een atypische ontwikkeling. Deze snelle en eenvoudig te gebruiken vragenlijst geeft de clinicus de nodige informatie over de noodzaak om het kind door te verwijzen naar een centrum voor autisme voor een diagnostische oppuntstelling.

De beste voorspellers van autisme zijn vooral de leerkrachten
Aan de validatiestudie[1] van de tool namen 118 kinderen zonder ontwikkelingsstoornissen deel en 126 kinderen die al werden ontvangen door een centrum voor autisme voor een diagnose. Daaruit bleek dat in de omgeving van het autistische kind, de leerkrachten het meest geschikt zijn om te observeren, gevolgd door de vaders en daarna de moeders. De leerkrachten observeerden terecht meer tekenen van autisme dan de ouders en zij zullen vooral de moeilijkheden wat betreft groepssocialisatie evalueren. Moeders zullen beter presteren in de analyse van de interrelationele socialisatie, terwijl vaders een objectievere afstand nemen in hun analyse. “De combinatie van de evaluatie door een clinicus, de familie en de school maakt het mogelijk om, gebaseerd op diverse criteria, kinderen met autisme met grotere zekerheid te detecteren”, zegt Sophie Carlier, dokter in psychologie in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en ontwerpster van de tool.

Stereotypen en sociaal communicatieve criteria
De ADT is gemaakt om de valse positieven van bestaande vragenlijsten aan te passen en bestaat uit 35 items gebaseerd op de aan- of afwezigheid van specifiek gedrag, waarvan er 26 worden gebruikt voor screening op autismespectrumstoornissen. “Deze tool is de enige test die gebaseerd is op de nieuwe diagnose criteria voor autisme zoals gedefinieerd in de DSM-5. Naast vragen met betrekking tot sociaal communicatieve problemen, bevat de ADT vijftien vragen met betrekking tot stereotiepe criteria. De ADT belicht systematisch bepaalde zintuiglijke bijzonderheden en belangrijke markers bij kinderen metautistisme: zoals bijvoorbeeld: het kind kijkt opzij, bedekt zijn oren…”, verduidelijkt Mevrouw Carlier.

De patiënten van het UKZKF zijn dankzij deze tool opgespoord
De tool wordt sinds 2018 gebruikt in het UKZKF, meer bepaald in het Referentiecentrum ‘Anders’ voor autisme, maar ook tijdens de consultaties van de algemene kinderpsychiatrie. Dit maakt het mogelijk om sneller kinderen die nood hebben aan een autisme rapport te identificeren, maar ook om de irrelevante verwijzing naar het Referentiecentrum ‘Anders’ voor autisme te vermijden. De leerkrachten van de Therapeutische Kleuterschool integreerden de tool eveneens in hun pre-opname systeem en gebruiken de tool ook in de aanpassingsperiode van twee maanden waarna het autistische kind eventueel kan worden doorverwezen naar een gespecialiseerde zorg.

“De vraag naar krachtige tools is sterk in de sector. Een vroegtijdige opsporing is de sleutel voor de behandeling van autisme: hoe eerder een diagnose wordt gesteld, hoe gemakkelijker het zal zijn om de vooruitgang van het kind met deze aandoening positief te beïnvloeden. Naast het vermijden van problemen tijdens de ontwikkeling van het kind, helpen de teams die voor het kind zorgen na de screening, ook om problemen binnen het gezin te voorkomen, vaak door een gebrek aan begrip en kennis van het probleem, maar ook door de moeilijkheid om een autistisch kind te stimuleren zonder de juiste hulpmiddelen”, verklaart Prof. Véronique Delvenne, diensthoofd van de kinderpsychiatrie.

[1] De tool werd gevalideerd in 2 fasen, met een eerste verkennende studie en een tweede prospectieve studie. De validatiefase bracht 126 kinderen van 2 1/2 tot 6 1/2 jaar samen, in afwachting van een diagnostische beoordeling bij 3 Belgische en Franse centra voor autisme. De ontwikkeling verliep op een strikt wetenschappelijke wijze, via blinde noteringen, de inclusie van een controlegroep, een follow-up van de klinische cohorte en de naleving van internationale normen tijdens het laatste diagnostische proces. Aan het einde van deze studie werd een waarde van 0,94 verkregen voor de specificiteit en 0,83 in termen van gevoeligheid, waardoor het mogelijk was om het risico op ASS en de kans op een andere (neuro) ontwikkelingspathologie te bepalen.


Bronnen
http://www.adt-autism.com/

Carlier, S., Ducenne, L., Leys, C., Stanciu, R., Deconinck, N., Wintgens, A., Orêve,M-J., & Delvenne, V. Improving autism screening in French-speaking countries: Validation of the Autism Discriminative Tool, a teacher-rated questionnaire for clinicians’use. Research in Autism Spectrum Disorders, 61, 33-44. Accès gratuit jusque fin mars via https://lnkd.in/dXAR3jr

Carlier, S., Kurzeja, N., Ducenne, L., Pauwen, N., Leys, C., & Delvenne, V. (2017). Differential profile of four groups of children referred to an autism diagnostic service in Belgium: Autism-specific hallmarks. Journal of intellectual Disabilities, 22(4), 340-346. DOI:10.1177/1744629517713516.


Blog – Een vroegtijdige opsporing is de sleutel voor de behandeling van autisme !

www.huderf.be

La vaccination à l’heure des défis

“Le 8 février dernier, Bruxelles a accueilli le 1er Symposium Vaccination Saint-Valentin. En invité d’honneur, Stanley Plotkin, professeur émérite de l’université de Pennsylvanie (USA) et “père” du vaccin contre la rubéole, venu parler des réussites et des échecs de la vaccinologie actuelle”.

Interview croisée entre le Pr Plotkin et le Pr Smeesters sur l’efficacité du vaccin, l’hésitation vaccinale ou l’anti-vaccination, la formation des médecins et le partage des savoirs sur la vaccinologie.

Un article de Martine Versonne, republié avec l’aimable autorisation du Journal du Médecin (22 février 2019, n° 2575).

 

Article Journal du Médecin

Article Journal du Médecin

 

Pour plus d’informations sur la vaccination : www.huderf30.be/tag/vaccination

Une hésitation ? Posez toutes vos questions sur la vaccination à votre pédiatre ou votre médecin généraliste.

1er Symposium Vaccination de Saint Valentin, organisé par le GIEV, Groupe Interuniversitaire d’Expert en Vaccinologie (GIEV) ULB-UCLouvain-ULiège

 

Identificatie van uw kind: een kwestie van veiligheid!

In het kinderziekenhuis vragen de teams regelmatig om de deelname van ouders en kinderen om de identiteit van de kinderen en hun geboortedatum te herhalen. Niet omdat we de naam van de kinderen vergeten: we onthouden het heel goed! Maar vóór elke behandeling controleren we systematisch zijn identiteit, het is een kwestie van veiligheid.

De identificatiearmband is de mini-identiteitskaart voor gehospitaliseerde kinderen, overaal in het ziekenhuis. Altijd bij de hand, wij kunnen een tweede keer controleren of de juiste behandeling, verzorging, onderzoek … aan de juiste patiënt wordt toegediend.

 

Idem tijdens uw registratie voor een raadpleging: door de identiteit en geboortedatum van uw kind te verklaren, kunnen wij het juiste elektronische dossier en de nodige documenten met zijn identificatielabels afprinten. Elementen die in elke fase van de zorg worden gecontroleerd.

Kinderen mogen ook zeker mee doen! Hun naam zingen, spellen, tekenen… kan ook leuk worden!

Focus op de ‘overgang’

Dankzij de vooruitgang in de geneeskunde bereiken steeds meer pediatrische patiënten met een ernstige chronische ziekte tegenwoordig de volwassen leeftijd. Ze moeten dan overschakelen van een pediatrische afdeling naar een ‘volwassen’ afdeling. Hoe organiseren de teams van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en het UVC Brugmann zich om de overgang tussen deze twee types behandeling optimaal te laten verlopen? Ontdek het samen met ons …

Om de uitdagingen van deze overgang beter te begrijpen, vertrekken we vanuit een voorbeeld van een kind met een ernstige bloedziekte, sikkelcelziekte. Voor de meeste patiëntjes bestaat er geen behandeling om deze ziekte te genezen. Het is echter wel mogelijk – via een nauwgezette medische opvolging – om de complicaties verbonden aan sikkelcelziekte te voorkomen of behandelen.
Tegenwoordig bereikt een zeer grote meerderheid van onze sikkelcelziektepatiëntjes de volwassen leeftijd”, aldus prof. Alina Ferster, hoofd van de kliniek voor Hemato-oncologie van het UKZKF. Dat is bijvoorbeeld het geval voor ons patiëntje: hij is ondertussen een adolescent. Zijn lichamelijke problemen, maar ook zijn verwachtingen en bezorgdheden vallen niet langer binnen het domein van de pediatrie en hij zal weldra het UKZKF moeten verlaten. “Om continuïteit in de kwaliteit van de behandeling te garanderen, werken wij vooral samen met de medische teams van het UVC Brugmann”, vervolgt prof. Ferster. “Het UKZKF en het UVC Brugmann vangen al jaren een groot aantal sikkelcelziektepatiënten op. We hebben dus een erkende expertise kunnen opbouwen.”

Van het ene team naar het andere

Sikkelcelziekte geeft problemen met het bloed, maar ook de hersenen, het hart, de nieren, de ogen en moeilijkheden op psychologisch en sociaal vlak… Wanneer de patiënt de ene instelling verlaat om naar een andere te gaan, moet heel het multidisciplinaire team rond hem veranderen”, aldus prof. André Efira, honoraris kliniekhoofd in de kliniek voor Hemato-oncologie van het UVC Brugmann. “Wij hebben het geluk op dezelfde campus te beschikken over een groot kinderziekenhuis én een ziekenhuis voor volwassen, die een doorgedreven behandeling voor dit soort bloedziekte aanbieden. We komen vaak samen met onze collega’s van het UKZKF. We praten dan over patiënten die in de nabije toekomst zullen worden behandeld op de dienst ‘volwassenen’ van de afdeling Hemato-oncologie. Wat zijn hun specifieke kenmerken? Welke moeilijkheden ondervinden ze? Hoe zien de pediaters hun verdere behandeling? Ook de liaisonverpleegkundigen van elke instelling hebben voor de transfer van patiënten regelmatig contact. Op die manier wordt de continuïteit van de behandeling gegarandeerd”.

Voorbereiding van de overgang

De overgang wordt altijd voorbereid. Net als onze sikkelcelziektepatiënt zijn adolescenten die naar een volwassen afdeling gaan sinds hun geboorte regelmatig opgevolgd door hetzelfde team. De overschakeling van de ene naar de andere dienst moet dus zo geleidelijk mogelijk verlopen. “We praten erover met de patiënten gedurende ongeveer een jaar, voordat we de fakkel doorgeven aan onze collega’s”, preciseert prof. Ferster. “Bovendien komt een team van het UVC Brugmann minstens eenmaal per jaar naar het UKZKF om de dienst ‘volwassenen’ voor te stellen en de manier waarop de behandeling georganiseerd zal worden, toe te lichten. De pediatrische patiënten worden ook uitgenodigd voor een bezoek aan de afdelingen Hemato-oncologie van het UVC Brugmann.” Vorig jaar zijn overigens voor het eerst ontmoetingen georganiseerd tussen ‘volwassen’ patiënten en pediatrische patiënten die op het punt staan te worden getransfereerd. “Deze praatgroepen gericht op de patiënten waren een onverdeeld succes en leverden vruchtbare uitwisselingen op”, vertelt prof. Efira blij.

Credits: F. Raevens

5 sleutelfasen: de overgang stap voor stap

Veel afdelingen van de Osiris-campus zijn betrokken bij transfers. Elke afdeling heeft een specifiek traject voor haar patiënten ontwikkeld, maar de grote stappen in het proces zijn gemeenschappelijk voor alle afdelingen. Een voorbeeld.

#1: therapeutische educatie in de pediatrie

Het voorbeeld van sikkelcelziekte
Op het moment van de diagnose – wanneer het kind nog heel klein is – richten we ons voornamelijk tot de ouders”, aldus Malou Ngalula, referentieverpleegkundige ‘sikkelcelziekte’ in het UKZKF. In een tweede fase richten de teams zich steeds meer tot het kind. “Naarmate de patiënt opgroeit, praat ik direct met hemzelf”, bevestigt Malou Ngalula. “Ik vraag hem hoe hij zich voelt, welke geneesmiddelen hij neemt … Ik baseer mij op zijn dagelijkse leven (school, vrije tijd, excursies …) om samen te zoeken naar oplossingen voor de problemen die hij mogelijk ondervindt. Het doel is het kind opnieuw centraal te stellen in de gesprekken. Dat helpt de overgang die enkele jaren later zal plaatsvinden, voor te bereiden.”

Op het moment van de overgang naar een dienst voor volwassenen moet de patiënt zijn ziekte kennen, beslissingen in verband met zijn behandeling kunnen begrijpen, weten hoe hij de symptomen onder controle moet houden, in staat zijn alarmsignalen te herkennen en dus weten wanneer hij naar het ziekenhuis moet komen. Kortom, hij moet actor van zijn eigen gezondheid zijn.”

#2: de patiënt als ‘actor’ van zijn gezondheid

Credits : F. Raevens

Het voorbeeld van mucoviscidose
Al heel vroeg hebben we een georganiseerd en gestructureerd overgangsproces ontwikkeld”, benadrukt dr. Laurence Hanssens, kliniekhoofd van Pneumologie aan het UKZKF. “In de loop der tijd hebben we onze projecten verfijnd. Het proces dat we aan onze patiënten aanbieden, is gespreid over verschillende jaren en heet MOVE UP, als duidelijke verwijzing naar het idee van progressie in de behandeling.”
Rond de leeftijd van 14 of 15 jaar worden onze patiënten met hun ouders ontvangen door een psychologe van het team. Ze worden uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen waarmee een stand van zaken kan worden opgemaakt van hun kennis over de ziekte en de behandeling ervan. De idee is ook de vragen die de patiënt zich mogelijk stelt, de problemen die hem bezighouden, de angsten die hij misschien heeft, enz., te belichten. Deze vragenlijst vormt de basis van de overgang die we later samen met hem realiseren. Gedurende ongeveer een jaar wordt de patiënt in het UKZKF gezien door elk lid van het team (artsen, apotheker, kinesitherapeut, maatschappelijk werker, diëtist, psycholoog …)”, vervolgt dr. Hanssens. “Na afloop van dat jaar wordt hij uitgenodigd om dezelfde vragenlijst nog een keer in te vullen om te evalueren hoe zijn kennis geëvolueerd is. Vervolgens krijgt hij een informatiebrochure die door onze afdeling is opgesteld. In deze brochure wordt het team van het Erasmusziekenhuis voorgesteld, een team waarmee wij nauw samenwerken. We leggen er ook in uit hoe de behandeling zal verlopen gedurende de drie komende jaren, meer specifiek met afwisselend consultaties in elke instelling.”

#3: het doorgeven van de fakkel

Credits : L. Bazzoni

Het voorbeeld van stofwisselingsziekten
De overgang is een cruciale stap voor de patiënten. Het is een kritieke periode, waarin het risico dat ze aan de behandeling ontsnappen, reëel is. We moeten er dus heel goed op letten dat de overgang van de ene naar de andere dienst optimaal verloopt”, aldus dr. Corinne De Laet, kliniekhoofd op de afdeling Stofwisselingsziekten. “We werken samen met de dienst Interne geneeskunde van het UVC Brugmann”, gaat ze verder.
We organiseren eenmaal per week gemeenschappelijke consultaties in het UKZKF. De patiënten worden uitgenodigd op twee of drie van dit soort afspraken voordat ze overgaan naar een dienst voor volwassenen. Op die manier leren ze het medisch team kennen dat hen zal opvolgen en krijgen ze informatie over de manier waarop de behandeling zal verlopen en over wat ze zelf zullen moeten doen, enz.

 

#4: de patiënt als belangrijkste gesprekspartner

Het voorbeeld van aangeboren hartziekten
De medische behandeling van aangeboren hartziekten is verdeeld over twee verschillende entiteiten. “Een goede samenwerking tussen de teams is essentieel voor een geslaagde overgang”, benadrukt prof. Pierre Wauthy, diensthoofd Hartchirurgie. “Daarom hebben we een pediater (dr. Hugues Dessy) en een cardioloog voor volwassenen (dr. Marielle Morissens), die de verbinding tussen de twee soorten behandeling garanderen.”

Credits : F. Raevens

In de pediatrie zijn de voorkeursgesprekspartners nog vaak de ouders. Maar tijdens de ‘overgangsconsultatie’ die ik wekelijks in het UKZKF houd, richt ik mij vooral tot de patiënt, zelfs wanneer zijn ouders aanwezig zijn”, aldus dr. Marielle Morissens. “In de praktijk is deze consultatie bestemd voor jongeren van 16 tot 18 jaar met een aangeboren hartaandoening. Maar het gebeurt dat bepaalde patiënten die nog niet klaar zijn om de pediatrische omgeving te verlaten, langer naar deze consultaties blijven komen”, preciseert dr. Morissens. “Deze consultaties zijn voor de patiënten een gelegenheid voor een eerste contact met een cardioloog voor volwassenen in een vertrouwde omgeving, soms in aanwezigheid van een pediater die hen tijdens hun kindertijd heeft opgevolgd. Tijdens deze afspraken stel ik mij voor en leg ik de patiënt uit waarom hij voortaan als ‘volwassen’ patiënt zal worden behandeld. Ik kom ook terug op de hartaandoening waaraan hij lijdt en leg hem de redenen uit waarom hij levenslang moeten blijven worden opgevolgd. Dat is cruciaal om te vermijden dat de patiënt zijn behandeling gaat verwaarlozen.”

#5: de therapeutische educatie gaat door

Het voorbeeld van sikkelcelziekte
Eens volwassen hebben ook sikkelcelziektepatiënten behoefte aan een nauwgezette medische opvolging. “Naarmate de ziekte evolueert, moet de behandeling aangepast worden. Het is cruciaal dat duidelijk uit te leggen aan de patiënt om de therapietrouw te bevorderen”, legt Blanche Dohet, referentieverpleegkundige ‘sikkelcelziekte’ in het UVC Brugmann uit. “De adolescentie is een bijzondere periode voor de patiënt”, voegt ze toe. “Hij zal belangrijke keuzes moeten maken op het vlak van zijn studies, zijn beroepsleven, de plaats waar hij zal wonen … Dat betekent dat hij zal moeten omgaan met veel veranderingen, en tegelijk met de overgang naar een andere afdeling. En dan vergeten we nog dat de adolescentie soms samengaat met een rebelse houding: weigeren zich te identificeren met de ziekte, absoluut willen kunnen leven zoals iedereen … Allemaal parameters waarmee we rekening moeten houden.”


Zich aanpassen aan de patiënt

Het voorbeeld van de diabetologie

De overgang bestaat in de meeste afdelingen van de Osiris-campus al jaren, maar het traject dat wordt aangeboden aan diabetespatiënten is nog maar onlangs ingevoerd. Tot begin juli 2017 had het UKZKF namelijk een dubbele conventie voor diabetologie (voor pediatrische en volwassen patiënten). Een groot aantal volwassen diabetespatiënten werd nog opgevolgd in het kinderziekenhuis. “Het RIZIV heeft echter een einde gemaakt aan deze volwassen conventie in het UKZKF en we werden verplicht op zeer korte tijd een overgangsproces te organiseren”, legt dr. Hakan Bodur, adjunct-kliniekhoofd Endocrinologie in het UVC Brugmann. “Concreet brengt de pediater het onderwerp voorzichtig aan en als de patiënt zich er klaar voor voelt, stellen we hem een eerste gemeenschappelijke consultatie voor. We willen ons echt aanpassen aan zijn ritme!

Sommige patiënten zien de overgang als iets positiefs”, stelt dr. Sylvie Tenoutasse, kliniekhoofd  diabetologie in het UKZKF, vast. “Deze overgang van de pediatrie naar een ‘volwassen’ behandeling is voor hen synoniem voor autonomie, meer vrijheid. Andere patiënten voelen zich dan weer ‘losgelaten in de natuur’. Daarom is een gepersonaliseerd, aan de patiënt aangepast proces zo belangrijk.”

 

Credits : F. Raevens

 ‘Tot ziens’

De relatie die in de loop der jaren is opgebouwd tussen de patiënten en de teams is duurzaam. We leggen hen uit dat onze deur altijd openblijft! Ze weten dat we altijd beschikbaar zijn als ze vragen of zorgen hebben, of als ze ons willen terugzien, dag willen komen zeggen en – wie weet – ons hun partner en kinderen willen voorstellen.

Malou Ngalula

 

 

 

 

 

 

 


www.huderf.be

www.uvc-brugmann.be

Aude Dion
Bron : Osiris News (n° 48, december 2017 – februari 2018)

Vaccinatie: ouders aan het woord

Het verhaal van Sofia

“Wij hebben zopas de twee zwaarste weken in ons leven achter de rug. Ons kleine meisje van amper twee maand heeft namelijk een tijdje in het ziekenhuis gelegen en daar voor haar leven moeten vechten. Vaccineren is belangrijk om je baby alle kansen te bieden! Wij mogen ons gelukkig prijzen dat zij er nog is. Wij hebben geluk gehad: kinkhoest, da’s immers 50/50.
Sofia die aan het stikken was, dat was veruit de ergste nacht in mijn leven…”

Sofia was amper twee maand oud toen zij kinkhoest kreeg. In het kader van de week van de vaccinatie willen haar ouders ons daarom graag hun getuigenis meegeven.

 

 

 

Het verhaal van Raphaël

“Hij zou over drie dagen zijn vaccin hebben moeten krijgen. De vaccinatie had de situatie helemaal kunnen doen keren. Laat je kinderen vaccineren en houd je daarbij aan de officiële aanbevelingen van de instanties voor volksgezondheid. Vaccineren kan gerust tijdens de zwangerschap. Pas op voor wat je hieromtrent op het internet kunt lezen; ga met je vragen naar de kinderarts en houd je strikt aan het vaccinatieschema. Als wij andere kinderen kunnen redden door deze informatie en onze ervaringen op dit vlak door te geven, dan moeten wij dat zeker doen. Het is té belangrijk. [Je kind verliezen] is traumatisch. De jaren gaan voorbij, maar het is alsof het pas gisteren is gebeurd. Het gemis, het verdriet verandert nooit…”

Raphaël was amper twee maand oud toen hij aan kinkhoest is bezweken. In het kader van de week van de vaccinatie wou de moeder graag het verhaal van haar zoontje met ons delen.

De mama van Raphaël verbindt er zich toe om de ouders op dit vlak te sensibiliseren, met name via de sociale media. Had je graag wat meer geweten over kinkhoest, dan kun je altijd een kijkje gaan nemen op Facebook.

https://www.facebook.com/kinkhoest/

 

 

Interviews door Dr. Isabel Castroviejo Fernandez, post graduaat in pediatrie in het UKZKF


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Spreek met uw arts of de kinderarts van uw kind om u te informeren.

Lees in dit verband ook ons artikel over de terugkeer van kinkhoest en mazelen

 

Twee aanbevolen vaccins voor de zwangere vrouw

In tegenstelling tot wat velen denken, heeft het toedienen van sommige vaccins tijdens de zwangerschap wel degelijk zijn nut bewezen. In de eerste plaats zal de zwangere vrouw zelf beschermd zijn tegen de ziekte waartegen ze is ingeënt en de complicaties. Vervolgens zal ze veel antilichamen tegen die ziekte aanmaken die, via de placenta, naar de foetus kunnen getransfereerd worden waardoor deze laatste gedurende de eerste 3 tot 6 maanden van zijn leven beschermd is. Het is precies tijdens die eerste levensmaanden dat een pasgeborene het meest kwetsbaar is en dat zijn immuunsysteem nog niet klaar is om op vaccins te « reageren ».

Tijdens de zwangerschap zijn twee vaccins aanbevolen om de moeder en het nog niet geboren kind te beschermen

Als de zwangerschap in het griepseizoen plaatsheeft, is het griepvaccin sterk aanbevolen. Zwangere vrouwen behoren tot de groepen met een hoog risico op complicaties, hoewel griep de reputatie heeft een lichte ziekte te zijn. Vooral tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap komt hospitalisatie wegens griep 7x meer voor bij zwangere vrouwen dan onder de bevolking met dezelfde leeftijd en het risico op overlijden is reëel. De complicaties betreffen vooral het hart en de ademhaling. In Frankrijk bijvoorbeeld worden elk jaar 30 tot 60 zwangere vrouwen op intensive care opgenomen wegens een zware griep. Men denkt dat griep hen harder treft omdat hun immuunrespons tegen de infectie door de zwangerschapshormonen verstoord is. Ook kan hun longcapaciteit verminderd zijn. Griep stelt zwangere vrouwen ook bloot aan het risico op een miskraam, foetale sterfte (risico maal 2 in geval van griep) en vroeggeboorte.

Ook zuigelingen, vooral vóór de leeftijd van 6 maanden, lopen risico op ernstige griep en opname op intensive care. Helaas mag het antigriepvaccin niet voor de leeftijd van 6 maanden worden toegediend: het zou weinig doeltreffend zijn want het immuunsysteem is op die leeftijd nog niet voldoende ontwikkeld.

Veel studies tonen het positieve effect van het griepvaccin tijdens de zwangerschap aan, en dat zowel op de hospitalisatie van zwangere vrouwen als op het optreden van bevestigde griep en de complicaties van griep. Ook werd aangetoond dat de pasgeborenen van zwangere vrouwen die tijdens hun zwangerschap gevaccineerd werden, gedurende meerdere maanden tegen de griep beschermd waren. Net die eerste maanden waarin ze het meest kwetsbaar zijn.

Het griepvaccin werd bij honderdduizenden zwangere vrouwen bestudeerd. Er is geen enkele nadelige bijwerking aangetoond voor de vrouw, de foetus, de pasgeborene of het verloop van de zwangerschap. Het vaccin kan dus zonder risico op elk moment van de zwangerschap toegediend worden.

 

De rode lijn (grafiek links) toont aan dat bevestigde griep minder vaak voorkomt bij gevaccineerde mama’s en bij baby’s tot de leeftijd van minstens 6 maanden geboren uit een gevaccineerde mama (grafiek rechts).

De terugkeer van kinkhoest

Het is eveneens aanbevolen zich tijdens de zwangerschap tegen kinkhoest te laten vaccineren, bij voorkeur tussen de 24e en de 32e zwangerschapsweek. Sinds 2011 stellen we in onze landen en meerdere regio’s een heropleving van deze zeer besmettelijke ziekte vast, zelfs in gebieden met een hoge vaccinatiedekking. In meerdere landen van de Europese Unie steeg het aantal gevallen, hoofdzakelijk bij zeer jonge zuigelingen, adolescenten en volwassenen.

Kinkhoestgevallen 2011-2014

Weerom zijn de heel kleine baby’s, de zuigelingen jonger dan 6 maanden, het meest kwetsbaar voor kinkhoest en lopen ze het risico een potentieel fatale complicatie te ontwikkelen: apneus. Deze zuigelingen worden doorgaans door adolescenten en volwassenen besmet, vaak binnen het gezin.

Als een vrouw bij elke zwangerschap gevaccineerd wordt, zal dat haar antilichamen tegen kinkhoest een boost geven. Zo verhoogt het aantal antilichamen dat naar de foetus wordt getransfereerd en verbetert de passieve bescherming van de pasgeborene. Bij zijn geboorte zal hij het aantal beschermende antilichamen gedurende meerdere maanden behouden.

Studies tonen aan dat vaccinatie tijdens de zwangerschap 91-93% van de kinkhoestgevallen bij pasgeborenen voorkomt. Ze bewijzen ook dat het kinkhoestvaccin tijdens de zwangerschap veilig is. De meest beschreven bijwerking is een verharding op de plaats van de infectie, gevolgd door een lichte zwelling op dezelfde plaats. Deze kleine ongemakken zijn binnen de 72 uur na de vaccinatie verdwenen.

Alle beschikbare studies tonen geen enkel neveneffect van deze vaccinatie voor de zwangere vrouw, de foetus, de pasgeborene of het verloop van de zwangerschap.

Tot besluit kunnen we stellen dat duidelijk is aangetoond dat de vaccins tegen griep en kinkhoest nuttig en veilig zijn voor de moeder en het ongeboren kind. Als zorgverlener is het onze taak deze vaccins aan zwangere vrouwen aan te bevelen. Toekomstige mama’s kunnen gerust zijn. U doet er goed aan u tijdens uw zwangerschap te laten inenten. U beschermt er uzelf en uw baby mee.

 

Dr. Charlotte Martin

Adjunct-kliniekhoofd Infectieziekten

Verantwoordelijke Travel & Vaccine Clinic

UMC Sint-Pieter

 

Referenties

  • Omer Maternal Immunization N Engl J Med 2017;376:1256-67.
  • Madhi et al. Influenza Vaccination of Pregnant Women and Protection of Their Infants N Engl J Med 2014;371:918-31.
  • Kourtis et al.   N Engl J Med. 2014 ; 370(23): 2211–2218
  • Zaman et al. New Eng J Med 2008 ; 359(15):1555-6
  • Vaccination anticoquelucheuse (avril 2014) (Conseil Supérieur de la Santé n° 9110)

Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Vraag het aan uw arts. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

 

Video: veelgestelde vragen over vaccinatie

Jennifer en Chahnez zijn studenten geneeskunde (ULB) en met de Belgian Medical Students Association hebben ze een video gemaakt op basis van veelgestelde vragen van mensen op straat. De topic van de week: vaccinatie.

  • Kunnen we ons verdedigen tegen alle ziektes?
  • Vaccins, hoe werkt het?
  • Wat zit er in een vaccin?
  • Zijn vaccins veilig?
  • Is aluminium giftig?
  • Griepvaccin: wat heeft het voor zin?
  • Wat te denken van polemiek?
  • Uw kind laten vaccineren / zelf gevaccineerd zijn: is het de moeite waard?

Dit zijn hun antwoorden.

Referenties:

www.kindengezin.be

www.huderf30.be


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Vraag het aan uw huisarts of de pediater van uw kind. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

 

Vaccinatie en pijn: ons advies voor zorgverleners en artsen

De pijn waarmee de injectie van vaccins gepaard gaat, blijft een bron van ongerustheid en angst bij zowel kinderen als ouders. Volgens ramingen is bijna 25 % van de bevolking bang voor naalden en vermijdt 10 % vaccinatie en zorgcentra uit angst. Die angst ontwikkelt zich voornamelijk in de kinderjaren. De pijn blijft een herinnering. Het is dus belangrijk om processen in te voeren om pijn tijdens de injecties te verminderen, zodat er geen angst en vermijdingsgedrag kan worden ontwikkeld. Hoe kunnen we pijn en angst verminderen bij de toediening van vaccins?

Begin bij uzelf! Als u zich rustig en begripvol opstelt, de bezorgdheden van het kind en zijn ouders ter harte neemt, dan creëert u al een gunstig klimaat. Toon dat u beschikbaar bent voor hen. Maak tijd om uitleg te geven en vraag het kind ook wat het graag doet, zodat u de ouder stimuleert om het kind af te leiden. Een geïnformeerde ouder die een rol speelt tijdens de verzorging, is vaak zelf kalmer en meer op zijn gemak.

Bereid u goed voor

Hou alles wat u nodig hebt, binnen handbereik. Richt het gezicht van het kind indien mogelijk weg van de zorgingreep en bereid het materiaal buiten zijn gezichtsveld voor.

Wat is de beste positie voor uw patiënt?

De positie is belangrijk en hangt af van de leeftijd van het kind. Baby’s en jonge kinderen (< 3 jaar) moeten in de armen worden genomen door hun begeleider; oudere kinderen kunnen op hun knieën zitten om de angst te verminderen. Liggen verhoogt de angst en het gevoel van pijn. Deze houding is enkel aan te raden als er antecedenten van malaise zijn.

Het moment van de injectie

Intramusculaire injectie moet zo snel mogelijk gebeuren (dus geen aspiratie en/of langzame injectie). Wanneer verschillende vaccins moeten worden gegeven in één enkele sessie, dan wordt eerst het orale vaccin toegediend, daarna de vaccins via injectie, van de minst onaangename tot de pijnlijkste.

Borstvoeding

Borstvoeding geven tijdens de injectie is een krachtig analgeticum gebleken, door een combinatie van factoren: het kind bevindt zich in een comfortabele en vertrouwde positie tijdens de borstvoeding, er is ‘huid-tegen-huid’-contact, de melk smaakt zoet en de zuigbeweging heeft een geruststellend effect. Een vaccin toedienen hoeft niet zo vaak te gebeuren, en daardoor zal het kind de borstvoeding niet gaan associëren met een pijnlijke ervaring. Sommige kinderen willen niet drinken en sommige moeders wensen geen borstvoeding te geven op dat vervelende moment. Dat is een keuze die we moeten respecteren.

En een suikeroplossing?

De toediening van een suikeroplossing tijdens de injectie heeft een analgetisch effect bij baby’s. Daardoor komen endogene opioïden vrij en wordt het kind afgeleid. Dit is doeltreffend bij kinderen tot 12 maanden. Het orale vaccin tegen het rotavirus bevat trouwens suiker en kan de pijn van de daarop volgende injecties verminderen.

Hoe leidt u uw patiëntjes het best af?

Elke leeftijd heeft zo zijn kenmerken als het op spelen aankomt, maar de ervaring leert ons dat kinderen ook zelf voorkeuren hebben: een poppenkast, zeepbellen blazen, spelen met kleuren, licht of geluid, een film … Virtuele realiteit werkt ook erg goed. Hoewel dit elke dag en van de ene dienst tot de andere kan verschillen, is het belangrijk nieuwe dingen te blijven proberen. De ouders van de patiënten kunnen ook helpen: stel vragen, betrek hen erbij! Een gesprekje en muziek zijn ook efficiënt bij grotere kinderen en volwassenen. Goed om te weten: het is belangrijk dat de afleiding begint vóór de toediening van het vaccin, zodat de patiënt zijn aandacht al op iets anders heeft gevestigd.

Wat met analgetica

Orale pijnstillers (paracetamol, ibuprofen) zijn niet aan te raden voor of tijdens de vaccinatie omdat ze geen effect hebben op pijn tijdens de injectie. Ze zijn wel effectief voor eventuele gevolg van het vaccin: ongemak, prikkelbaarheid, pijn op de injectieplaats en koorts na de toediening van de vaccins. Analgetische crèmes (EMLA) zijn een mogelijkheid, als ze voldoende op voorhand worden aangebracht. Ze worden echter niet systematisch aanbevolen.

De behandeling van pijn en angst is een belangrijk aspect dat we niet over het hoofd mogen zien voor een doeltreffende en rustige vaccinatie. Afleiding, comfort talk: recent onderzoek toont het belang en effect hiervan op de zorgkwaliteit en op de relatie met de patiënt aan.

 

Dr. Sarah Jourdan, kinderarts Iris Ziekenhuizen Zuid

Dr. Tessa Goetghebuer, kliniekhoofd pediatrie in het UMC Sint-Pieter

Wij danken de opvoeders en de Pijn Resource-Eenheid van het Kinderziekenhuis om hun ervaring met ons te delen!

—-

[Toolbox] Afleiding om pijn te voorkomenwww.jeutesoigne.be

Het Universitaire Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (HUDERF) en de vereniging ABELDI hebben in 2016 een instrument gelanceerd om kinderen en ouders te helpen om beter om te gaan met pijn. Het platform www.jeutesoigne.be pleit voor afleiding als instrument om pijn te voorkomen en stelt de ouders, patiënten en zorgverleners spelletjes en informatie voor om beter om te gaan met pijn.

http://www.huderf30.be/nl/nieuws/pijn-bij-kinderen-tijdens-de-zorg-voorkomen-een-elementair-recht-van-de-patient/


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Vraag het aan uw huisarts of de pediater van uw kind. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

In beeld: het voedingsteam van het Kinderziekenhuis

Ter gelegenheid van de Week van de Diëtist willen we de betrokkenheid van het voedingsteam binnen ons ziekenhuis bij de behandeling van bepaalde ziekten in beeld brengen. Ze werken met kinderen die lijden aan diabetes, stofwisselingsziekten, nierziekten, voedselallergieën, inflammatoire darmaandoeningen, neurologische aandoeningen, mucoviscidose …

Het team van de eenheid Voeding en dieet van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola is verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit en het evenwicht van het dieet van alle gehospitaliseerde kinderen en heeft als doel het opmaken van specifieke diëten. Het therapeutisch aspect van hun missie is essentieel. Zo organiseert het team dieetworkshops maar ook geïllustreerde infobrochures… dit  voor de kinderen en hun gezinnen, om de voedingseducatie zo leuk, positief en aangenaam mogelijk te maken.

Enkele afbeeldingen als voorbeeld…

Workshop Allergologie

 

Dialyseboekje

 

Metabolische workshop

 

Binnen deze eenheid werken diëtisten samen met gespecialiseerde pediaters nutritionisten, de melkkeuken, de moedermelkbank en de dieetkeuken waar hulpkokken en kinderverzorgsters dagelijks tewerkgesteld zijn.