Babyknuffelaars in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola

Sinds maart 2019 werkt de Intensive Care Unit van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola met vrijwilligers die ouders helpen om hun baby’s van 0 tot 2 jaar te verwennen wanneer zij zelf niet aanwezig kunnen zijn.

Het Intensive Care-team maakt al jaren gebruik van de diensten van verenigingen om het welzijn van patiënten te verbeteren, ouders te ondersteunen en een zorgzame omgeving te bieden tijdens de ziekenhuisopname. De vereniging Câlineurs de Bébés (Babyknuffelaars) maakt deel uit van een hele reeks diensten die aan de patiënten worden aangeboden: de massagetherapie van de vzw ‘Mes Mains pour toi’, de clowns Dr. Zinzins, de leerkrachten van de Robert Dubois School, de kunstenaars van de Pont des Arts…

In de Verenigde Staten is de praktijk van ‘cuddlegrannies’ gebruikelijk en goed geaccepteerd: surrogaatgrootouders brengen hun dag door met baby’s op de intensive care. Initiatieven in Frankrijk en Nederland zijn de afgelopen jaren succesvol verlopen. In het verleden heeft het Intensive Care team gepensioneerden of vrijwilliger van het Rode Kruis verwelkomd om deze missie te vervullen. Punctuele initiatieven waarvan het succes vooral afhing van de persoonlijkheden van de vrijwilligers, zogenaamde “parels”, waarop de teams konden vertrouwen. Maar parels zijn zeldzaam en niet iedereen heeft de mogelijkheid om baby’s te begeleiden in een intensieve zorgomgeving op lange termijn.

Een samenwerking in overleg

Met aandacht voor het welzijn van de kinderen en de noodzaak om wisselbeurten aan te bieden aan de ouders, ging het Intensive Care team gedurende een goed jaar in dialoog met de initiatiefnemers van de vzw Câlineurs de Bébés, wat leidde tot een samenwerking en de eerste knuffelsessies in maart 2019, met een kerngroep van 11 uitgekozen vrijwilligers die duurzaam in het project hebben geïnvesteerd. Een lange maar essentiële periode, want als vrijwilliger kan je niet improviseren met kinderen die soms ernstig ziek zijn, in een hoog-technologische omgeving: de zorgverlening, de integratie binnen het team, de communicatie met de ouders, het behoud van de juiste afstand, hygiënetraining, respect voor het medisch beroepsgeheim, ethische vragen, psychologische ondersteuning, enz. zijn elementen die moeten worden besproken zodat iedereen zijn of haar plaats vindt. De vrijwilligers kennen de voornamen van de kinderen, ze mogen geen foto’s maken en moeten een uniform dragen. Als er een alarm afgaat, weten ze wat ze moeten doen om een zorgteam in te schakelen. Als ze dat willen, kunnen de ouders de vrijwilligers op voorhand ontmoeten. De psychologen en de hoofdverpleegkundige van de afdeling zijn hun belangrijkste contactpersonen en er wordt regelmatig feedback gegeven om de balans op te maken en zo nodig bij te sturen.

Vrijwilligersrituelen

Afhankelijk van de gezondheidstoestand van het kind passen de vrijwilligers hun aanpak aan. Met elk kind wordt een relatie opgebouwd en elke vrijwilliger heeft zijn of haar eigen ritueel: ‘Ik stel mezelf voor, ik knuffel, ik wieg, ik zing, ik masseer de handen,…’, legt vrijwilligster Chantal uit. Vrijwilligers brengen een aanwezigheid en menselijke warmte. De duur van de sessies varieert, ofwel ’s morgens vanaf 11 uur, ofwel in de namiddag, om de dagelijkse verzorging niet te verstoren. Huid-op- huidcontact blijft echter het voorrecht van de ouders.

“Een mama die andere kinderen heeft en die in Charleroi woont, zal niet constant bij haar baby in het ziekenhuis kunnen blijven. We zijn hier om het over te nemen. Aan de andere kant hebben we veel aandacht voor de moeder/kindrelatie. Er is geen sprake om dat over te nemen. Dus we doen ook geen huid-op-huidcontact. Dat is veel te intiem. “, legde Mélanie McCluskey, algemeen secretaris van de vereniging, uit aan de Sociale Gids in september.

Crédit : Frédéric Raevens

Veel van de oprichters van de vereniging hebben op een of andere manier ervaring in het ziekenhuis, in de medische of psychiatrische omgeving of op het gebied van de vroege kinderjaren of de voorbereiding op de bevalling. Hoe kan je niet gehecht raken aan baby’s? Hoe kan je je niet te sterk binden? Hoe kan je een relatie met de ouders aangaan zonder hen te vervangen of te beoordelen? Deze essentiële vragen zijn steeds aanwezig in de geest van de vrijwilligers van de vereniging.

Fysiek contact draagt bij tot het gevoel van welbehagen

Talrijke studies tonen aan dat genegenheid een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van kinderen. Dankzij deze momenten van rust en zachtheid ontwikkelen hun lichamen dopamine en serotonine, die hen een gevoel van welzijn en ontspanning geven. Het contact in een ziekenhuiscontext verzacht en kalmeert : “We merken op dat de kinderen meer ontspannen lijken. Ook voor ouders is de wetenschap dat hun kind niet alleen is, een opluchting”, verklaart Dr. Biarent, hoofd van de Intensive Care van het UKZKF. Op deze hoog-technologische afdeling, waar de zorg zwaar is, bieden de psychologen de mogelijkheid aan de ouders om zich door een vrijwilliger te laten vervangen, zodat zij voor de andere broers en zussen kunnen zorgen, of om naar het werk te gaan, of gewoon om de tijd te nemen om op adem te komen; wetende dat hun baby niet alleen zal zijn. De medische en verpleegkundige teams, die zich volledig inzetten voor de zorgverlening en het permanente toezicht, kunnen tot hun grote spijt niet altijd de nodige tijd nemen voor deze affectieve momenten, die net zo goed zijn voor de patiënten als voor hen.

Het initiatief werd uitgebreid naar de afdeling Intensieve Neonatologie van het Kinderziekenhuis voor alle baby’s, de co-constructiefase ging eind 2019 van start. De ervaring is ook overtuigend, vrijwilligers van de vereniging komen drie keer per week naar deze dienst.

 

Op dit moment werft de vereniging geen nieuwe vrijwilligers aan buiten de entourage van haar leden. Maar als andere Belgische ziekenhuizen beslissen om hun deuren te openen, zal de vereniging communiceren op haar Facebook-pagina: https://www.facebook.com/calineursdebebes

De getuigenissen van Elodie Schar, psychologe en van Séverine Goenen, hoofdverpleegster van de Intensieve Zorgen en van Chantal, vrijwilligster van de vzw “Les Câlineurs de Bébés” – bron BX1:

Volg ons op Facebook, Twitter, LinkedIn en Instagram

www.huderf.be

Een koninklijk bezoek aan het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola

Hare Majesteit de Koningin bracht vandaag een bezoek aan het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola om langs te gaan bij enkele afdelingen van het ziekenhuis en kennis te maken met het personeel, de patiënten en hun familie. Ook Sinterklaas kwam de kinderen met een bezoekje verrassen.

Uitwisselingen en discussies

Het bezoek van de koningin startte met een rondetafelgesprek waarbij verschillende onderwerpen werden aangesneden, waaronder de vooruitstrevende ondersteuning van de verschillende disciplines, maatschappelijke hervormingen die het zorgaanbod beïnvloeden, en mogelijke preventiemaatregelen. Daarbij werden de karakteristieke multidisciplinariteit van het Kinderziekenhuis, het voortdurend streven naar onderzoek en ontwikkeling, en de belangrijke rol van de Hubert Dubois school belicht. De uitdaging van de steeds evoluerende beroepsinhoud en de noodzaak om het toonaangevende model van het kinderziekenhuis, vooralsnog het enige in België, te blijven verdedigen, werden eveneens besproken. De koningin had bijzondere aandacht voor de ontwikkelingen in de geneesmiddelenleer bij specifieke medicijnen voor kinderen, de kinderpsychiatrische projecten die kwetsbare moeders ondersteunen en de concrete oplossingen het groeiende probleem van schoolfobie.

Face to face contact

Vervolgens begaf de koningin zich naar de dialyseafdeling waar momenteel 10 patiënten zijn opgenomen met acuut of chronisch nierfalen. De kinderen en jongeren vertelden koningin Mathilde over hun ziekte en dagelijkse behandeling. Het verzorgend personeel kreeg daarbij de kans toelichting te geven bij de werking van hun dienst. De dialyseafdeling van het Kinderziekenhuis vormt één van de twee erkende centra voor pediatrische hemodialyse in België. Gemiddeld worden 1.200 hemodialysesessies per jaar uitgevoerd, waarbij een patiënt per week ongeveer drie sessies van telkens vier uur doorloopt.
Het is een speciale dag vandaag. We kregen bezoek van Sinterklaas én van de koningin. Het is goed om even uit onze ziekenhuisroutine te zijn”, zegt de mama van Emir, een dialysepatiënt.

Daarna ging het bezoek verder naar de afdeling intensieve zorgen, waar een gespecialiseerd team elk jaar honderden kinderen opvangt die nood hebben aan zeer intensieve verzorging en geavanceerde apparatuur. De intensive care unit droeg bij tot de introductie van ECMO in België, een extracorporale circulatietechniek om falende organen te vervangen. Deze techniek werd begin jaren negentig overgenomen uit de Verenigde Staten. De koningin kon waarnemen hoe ouders zeer goed ondersteund en geïnformeerd worden over de werking van deze techniek. Door hen voldoende te informeren, voelen families zich meer betrokken en minder machteloos in een wereld van zeer geavanceerde technische ingrepen.

In het gloednieuwe operatiekwartier van 2.000m², dat in september werd ingehuldigd, ontdekte de koningin het grote belang van de chirurgische robot voor kinderchirurgie. Deze robot biedt een 3D-visie aan de chirurg en zorgt ervoor dat chirurgische handelingen preciezer worden uitgevoerd.

Dankzij de robot kan het operatieteam meer instrumenten gebruiken en verlopen operaties minder invasief. Daarnaast biedt de robot ook een grote meerwaarde voor het opleidingsprogramma. Zo kunnen beginnende chirurgen eenzelfde handeling herhalen tot wanneer ze deze perfect onder de knie hebben. Ook verpleegkundigen die de chirurg of anesthesist bijstaan, worden specifiek opgeleid voor deze nieuwe operatietechnieken. Een simulatiecentrum vormt een van de lopende projecten van het ziekenhuis.

Een onvergetelijke afsluiting

Tenslotte bracht de koningin een bezoek aan de Robert Dubois school, waar momenteel 50 kinderen, gaande van kleuters tot tieners, schoollopen. Hier krijgen kinderen en jongeren die noodgedwongen in het ziekenhuis moeten verblijven, toch de kans om onderwijs te genieten.

De kinderen waren verrukt door de komst van Sinterklaas en samen met de koningin verwelkomden zij de goedheiligman al zingend.
Na een bezoek van anderhalf uur bedankte Hare Majesteit de Koningin de stafdelegatie, met afgevaardigden van alle diensten, die bij de uitgang op haar wachtte.

 

Vind ons nieuws op onze pagina FacebookTwitterLinkedIn et Instagram

www.huderf.be

Het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en Brussels Football verenigd tegen obesitas

Woensdag 13 november 2019 zal het Brussels Football samen met het  Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola hun gloednieuw medisch sportief project uit de doeken doen aan de hand van een infosessie en een demotraining voor kinderen met obesitas. Het Kinderziekenhuis staat bekend als het enige Belgische ziekenhuis voor kinderen en jongeren en besliste daarom om de levenskwaliteit van hun patiënten te verbeteren, nu ook via aangepaste voetbalactiviteiten op maat. Deze bekendmaking is het startschot voor de aangeboden voetbalactiviteiten in 2020 en daarmee wil het Brussels Football sterk inzetten op het welzijn van al zijn jeugdspelers.

Op werk naar duurzame samenwerking

Op woensdag 13 november 2019 krijgen een 20-tal jongeren hun laatste workshop van hun 6-delig programma aangeboden door het Kinderziekenhuis. En die laatste workshop wordt ingekleed in het thema voetbal. Op het complex van Ritterklub Jette & RSD.Jette organiseert Brussels Football een infomoment over de inhoud van hun nieuwe samenwerking met het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola. Deze samenwerking berust op twee aspecten. Enerzijds zullen kinderen die patiënt zijn van het ziekenhuis met één van de drie verschillende pathologieën (obesitas, astma of psychiatrische aandoeningen), periodiek een aangepaste voetbalactiviteit op maat aangeboden krijgen. Anderzijds kunnen ook alle jeugdspelers, aangesloten bij een Brusselse voetbalclub, snel medisch gescreend worden en in geval van een (vermoedelijke) blessure binnen de week een afspraak bekomen bij de desbetreffende sportarts.Sport voor beter comfort

“Sport kent heel wat voordelen waaronder de persoonlijkheidsontwikkeling en de sociale integratie bij kinderen. Dit project draagt hieraan toe, zowel de fysieke als mentale aspecten komen hier aan bod en daar zijn we fier op. Via dit medisch verhaal werken we preventief en brengen we op een laagdrempelige manier voetbal naar de jongeren van het ziekenhuis”, zegt Benjamin Vasseur, Voorzitter van Brussels Football.

Het project vindt plaats in de installaties van Ritterklub Jette & RSD.Jette met daarop aansluitend een voetbalactiviteit voor de doelgroep.   Deze ondersteuning wordt aangeboden door onder andere sportarts Dr. Raymond Edelman (ex-R.S.C.A.) en Nationale jeugdcoach David Van Renterghem. Zij werkten de voorbije maanden nauw samen om oefeningen op maat uit te werken die gelinkt zijn aan de medische pathologieën.

“Door al het mogelijke te doen voor het welzijn van het kind draagt ons ziekenhuis bij aan de eigen ontwikkeling van het kind en zijn ontplooiing in de samenleving. We zijn blij dat we vanuit onze medische professionaliteit dit project naar een hoger niveau kunnen tillen. Sporten is gezond, het wordt ook aan onze patiënten voorgesteld zodra hun medische toestand het toe laat, dus ik ben zeer tevreden dat het Brussels Football samen met ons dit wil vormgeven”, zegt Dirk Tielens, Algemeen Directeur ad interim van het Kinderziekenhuis. 

Vind ons nieuws op onze pagina FacebookTwitterLinkedIn et Instagram

www.huderf.be

Het belang van de zorg in een pediatrisch operatiekwartier

Het operatiekwartier van een ziekenhuis is zoals een “black-box”. Onze collega’s bereiden hun patiënten voor op de operatie en komen hen terug ophalen in de verkoeverkamer na de operatie. Maar wat is er ondertussen gebeurd? De beperkte toegang, om de veiligheid van de patiënt te waarborgen, creëert een afstand die voor heel wat misvattingen kan zorgen. Techniciteit, teamwerk, fysieke veiligheid, emotionele veiligheid: Lauriane Rouard, hoofdverpleegkundige in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, heeft twintig jaar in het operatiekwartier gewerkt. Zij maakt een portret en legt de specificiteit uit van het beroep van verpleegkundige in deze omgeving.

De specifieke anatomie van het kind, de pediatrische pathologieën, enz… vormen soms obstakels voor bepaalde interventies, en geven dan weer voordelen bij andere behandelingen. De pediatrische versie van de operatiekunst vereist de vertegenwoordiging van vele operatieve disciplines; met technieken, uitrusting en teams die volledig gewijd zijn aan kindergeneeskunde. We herhalen het vaak, hier in het Kinderziekenhuis, op de scholen waar we lesgeven, tijdens de training die we aanbieden: een kind is geen miniatuur volwassene, zeker niet in het geval van een heelkundige ingreep. Een grondige kennis van de anatomie en fysiopathologie van het kind in alle stadia van zijn evolutie is zeer belangrijk voor het begrijpen van de chirurgische technieken. Het is ook van essentiëel belang voor elke verpleegkundige in een operatiezaal, voor wie het vermogen om te anticiperen op de chirurgische procedure en de anesthesietechniek gebaseerd is op inzicht in alle beïnvloedbare factoren.

Een teamwerk dus, waarbij de jonge patiënt altijd centraal staat temidden van een sterk trio: een chirurg, een anesthesist en een verpleegkundige. Iedereen oefent een cruciale rol uit in het belang van de patiënt, vooral bij de operationele veiligheid die wordt verbeterd door de beveiligingschecklist en het professionalisme van alle teamleden. Ze zijn er zich allemaal van bewust: deze korte momenten van uitwisseling zijn heel belangrijk. We doen dan ook ons best om een ​​klimaat van vertrouwen op te bouwen en de patiënt en zijn gezin zo goed mogelijk te omringen. In deze zeer technische omgeving mogen de basisbehoeften van de jonge patiënt en zijn gezin niet worden vergeten. De pediatrische patiënt die naar de operatiezaal wordt overgebracht, is en blijft een individu, met een gezin waar ouders, broers en zussen soms angstig zijn vanwege de pathologie of de behandeling. Goede zorg omvat ook de emotionele veiligheid van de patiënt. Een ouder vergezelt zijn kind gedurende de pre- en postoperatieve periode in de herstelkamer en zelfs in de operatiezaal voor de inductie. Van zodra het kind slaapt, begeleidt het personeel mama of papa naar buiten en zij halen hen terug op als de operatie voorbij is.

U heeft het begrepen, de rol van de verpleegkundige in deze omgeving is niet enkel beperkt tot de operatiekamer, waar de taken al heel divers zijn: zorgen voor het vervoer en de instrumenten, hulp bij de anesthesie en tijdens de ingreep… Dit werk vereist constante aandacht en nieuwsgierigheid. In het kader van een ziekenhuisopname of een One-Day ingreep, moeten de verpleegkundigen heel goed kunnen omgaan met de kinderen en moeten zij instaan voor het onthaal van de familie. Het multimodaal beheer van pijn is ook specifiek in de kindergeneeskunde. Elk kind moet individueel worden opgevangen en vooral in deze hightech-omgeving moet een goede zorg altijd centraal staan.

Lauriane Rouard


Zomer 2019: opening van het nieuw operatiekwartier

In juli 2019 wordt een nieuw operatiekwartier geopend in het Kinderziekenhuis: een ruimte van meer dan 2.000 m² in een gloednieuw pand. Vier traditionele operatiezalen en drie ambulante operatiezalen zullen hun deuren openen in een infrastructuur, specifiek ontworpen voor het comfort van de patiënt,  het welzijn van het personeel en de toegangkelijkheid tot spitstechnologieën (hybride kamer, chirurgische robot).

Meer informatie: Blog & www.huderf.be 

Salle d’opération One Day


Vacatures: oproep voor superhelden

Het tirannieke kind: hoe (re)ageren? Illustratie van het geweldloos weerstandsmodel in het kinderziekenhuis

Alle ouders zullen je vertellen dat het opvoeden van een kind of tiener een taak op zich is, die veel energie vereist in het dagelijkse leven. Sommige kinderen zijn “moeilijker”, ze kunnen onevenredige reacties hebben en soms gewelddadig en agressief zijn tegenover zichzelf en anderen. Ze zijn wat we in het jargon van de kinderpsychologie ‘tirannieke kinderen’ noemen. Hoe reageren op dit soort (auto) destructief gedrag? Illustratie met het team kinderpsychiatrie van het Kinderziekenhuis, dat de principes van geweldloos verzet in de psychotherapie toepast om conflicten elke dag onschadelijk te maken of te voorkomen.

 

Lange tijd stonden twee onderwijsmodellen tegenover elkaar. Aan de ene kant is er het autoritaire model waar het educatieve kader erg strikt is, berisping, bedreigingen en straffen. Anderzijds is er het vrijheidsmodel waar de grenzen van dit kader integendeel zeer flexibel zijn en het kind weinig beperkingen worden opgelegd. Beide modellen hebben hun voordelen en hun gebreken. Sommige gedragsproblemen kunnen inderdaad in beide gevallen optreden: delinquentie, gebrek aan zelfvertrouwen … Kortom, het ene model is niet beter dan het andere … Een derde model is naar voren gekomen Het is een soort midden, “een nieuwe autoriteit”, zoals ontwikkeld door Haim Homer.

Een derde onderwijsmodel: geweldloos verzet        

Haïm Hoder is professor in de psychologie aan de universiteit van Tel Aviv. Wanneer hij ouders ontmoette zonder educatieve hulpmiddelen om met het agressieve gedrag van hun kind om te gaan, kwam het idee bij hem op om het principe van geweldloos verzet bruikbaar te maken voor de psychotherapie.

Geweldloos verzet is een concept dat op veel gebieden van toepassing is, waaronder sociaal-politieke doctrines. Gandhi, Martin Luther King of Rosa Parks zijn echte pioniers van dit concept. Wanneer Rosa Parks weigerde om haar plaats af te staan aan een blanke man en op de vloer van de bus ging zitten, in een gebied “voorbehouden aan zwarten” geeft zij blijk van geweldloos verzet.

Op het gebied van de kinderpsychiatrie is dit concept zeer gemakkelijk om te zetten om educatieve sleutels te vinden voor gewelddadige en zelfvernietigende kinderen en adolescenten.

Het kanaliseren van het gewelddadige gedrag van het kind: gemakkelijker gezegd dan gedaan

Wanneer een kind gewelddadig gedrag vertoont, zijn de ouders bang om de controle te verliezen, dus zullen ze natuurlijk proberen onmiddellijk een oplossing te vinden om de crisis te stoppen. Vaak zijn deze oplossingen korte termijn oplossingen en hierdoor komen nieuwe crisissen voor en komt men in een vicieuze cirkel terecht. In het begin zullen de ouders ingaan tegen het gedrag van hun kind. Dit zal dan bijdragen tot de escalatie van het ouder-kind geweld. Ten slotte, om het geweld te stoppen, vergeldingsmaatregelen te vermijden of wanneer het kind zijn ouders ongerust maakt, hebben ze geen andere keuze dan zich over te geven en toe te geven aan zijn verzoek. Deze vicieuze cirkel leidt tot een desinvestering van de ouderrol: er ontstaat een conflictrelatie, er worden geen kwaliteitsmomenten meer gedeeld tussen ouder en kind.

Het gedrag van ouders laten evolueren om dat van het kind te veranderen

Het toepassen van het principe van geweldloos verzet berust in de eerste plaats op een evolutie van het gedrag van de ouders zodat het gedrag van het kind verandert. In die zin is geweldloos verzet gebaseerd op verschillende pijlers waarmee ouders het geweld kunnen kanaliseren en niet verder voeden:

de ouderlijke aanwezigheid herstellen: om echt samen te zijn, dingen te delen, door te geven aan het kind: “Ik ben aanwezig, je kunt jezelf niet van me scheiden, ik zal er zijn en blijven, wat je ook doet”.

– til de sluier van geheimhouding op voor de ouders: vaak schamen ouders van tirannieke kinderen zich en voelen zich schuldig voor het gedrag van hun kind. Het is echter belangrijk om een ​​ondersteuningsnetwerk te creëren waar ouders op kunnen rekenen.

reageren op het uitgestelde verzoek: reageer niet direct op het kind, maar neem de tijd om na te denken. Wanneer het antwoord snel wordt gegeven, ontstaan ​​er conflicten. Een “Ik zal erover nadenken” zal altijd beter zijn dan een direct en definitief antwoord.

gebruik geen strafmodel: dit werkt niet bij dit type kind met agressief gedrag.

accepteer stilte: wanneer een beslissing van de ouder wordt genomen, is het niet nodig om de redenen daarvoor te argumenteren of uit te leggen.

De professionele toepassing binnen de kinderpsychiatrische dienst

Een van belangrijkste tools van het team kinderpsychiatrie is de schriftelijke verklaring. Wanneer een kind in de eenheid gewelddadig gedrag vertoont, ontmoeten verschillende professionals elkaar en schrijven een brief aan het kind waarin het gedrag dat niet wordt geduld, nauwkeurig wordt beschreven. De professionals en het kind ontmoeten elkaar vervolgens in een kamer, waar de brief hardop wordt voorgelezen. Aan het einde van de lezing verlaat het kinderpsychiatrisch team de kamer, geeft de brief en laat de jongere alleen. Later zal een tweede ontmoeting plaatsvinden, zodat het team en het kind de brief kunnen bespreken.

Over het algemeen zorgt het team kinderpsychiatrie ervoor dat de ouder in deze benadering wordt geïntegreerd. Dus vanaf het begin van de ziekenhuisopname van hun kind, ontvangen de ouders een gids die de gevolgde aanpak in het ziekenhuis presenteert en ze worden ook betrokken tijdens concrete acties, zoals het geval is voor de schriftelijke verklaring. De ouders nemen deel aan het opstellen van de brief, maar zijn ook betrokken bij het lezen ervan (als een eenvoudige deelnemer of lezer). De integratie van de ouders in de aanpak die in het ziekenhuis wordt geïnitieerd, is belangrijk omdat deze hen waardeert in hun ouderlijke rol, maar hen ook momenten van experimenteren met geweldloos verzet biedt die hen daarna kunnen helpen wanneer het kind naar huis terugkeert. Het gaat erom bruggen te slaan tussen wat er gebeurt binnen de zorgeenheid en daarbuiten. Het doel is om een ​​continuïteit van de aanpak te bewerkstelligen die gedragsverbetering op de lange termijn mogelijk maakt, en niet alleen in een bepaald kader.

Deze tool, zoals andere, heeft een aanzienlijk impact omdat het een betrokkenheid van de volwassen figuur (ouder of professional) aantoont. Niet alleen illustreert het de aanwezigheid van de volwassene, maar het laat ook het kind zien dat hij niet alleen is.

Een methode die zich al heeft bewezen

Binnen het Kinderziekenhuis hebben kinderpsychiatrische professionals al de gunstige effecten van de benadering van geweldloos verzet gezien. Kinderen en adolescenten hebben meer respect voor volwassenen, ze zijn meer betrokken bij activiteiten die hen worden aangeboden en situaties van geweld worden zeldzamer. In die zin draagt deze benadering sterk bij aan de humanisering van de zorg.

Geweldloos verzet, wanneer aangepast aan het kind, is daarom een oplossing voor het gewelddadige en agressieve gedrag van tirannieke kinderen. Er is geen specifieke leeftijdscategorie om deze methode toe te passen, de effectiviteit ervan ligt in de aanpassing die voor het kind zal worden aangebracht, de moeilijkheden en pathologie. Wat betreft de schriftelijke verklaring zal deze bijvoorbeeld niet op dezelfde manier worden geschreven voor een 7-jarige als voor een 17-jarige.

 

Over het concept van geweldloos verzet in het Kinderziekenhuis

Het is in 2017 dat dit concept werd opgenomen bij de managementpraktijken van het kinderpsychiatrisch team van het Kinderziekenhuis. Gedurende een jaar heeft het hele team, alle beroepen samen – kinderpsychiater, maatschappelijk werker, verpleegkundige, psycholoog – getraind in geweldloos verzet. Vandaag is het geweldloos verzet sterker ontwikkeld in Vlaanderen dan in Franstalig België. De teams van het Universitair Ziekenhuis Brussel kwamen de professionals in het Kinderziekenhuis trainen.

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Hier zijn enkele interessante bronnen:

  • Omer Haim, et Uri Weinblatt. « Résistance non violente : guide pour les parents d’adolescents présentant des comportements violents ou autodestructeurs », Cahiers critiques de thérapie familiale et de pratiques de réseaux, vol. no 34, no. 1, 2005, pp. 77-105.
  • Omer Haim, La résistance non violente, une nouvelle approche des enfants violents et autodestructeurs, 2ième édition DeBoeck Supérieur, “Carrefour des psychothérapies”, 2017, 234 pages

Chirurgie cardiaque : comment les hôpitaux Osiris parviennent à rester attractifs ?

Chez les patients atteints d’une malformation cardiaque présente dès la naissance, la chirurgie reste le “golden standard”. C’est d’ailleurs précisément dans ce domaine que nous avons engrangé les plus gros progrès ces dernières années. Aperçu de l’évolution de la prise en charge des affections cardiaques dans les établissements Osiris avec Pr Pierre Wauthy, responsable du service de Chirurgie cardiaque sur le site du CHU Brugmann et de l’HUDERF.

Nombre de chirurgiens cardiaques réputés ont été formés au CHU Brugmann et y ont laissé leur empreinte. Ainsi, dès la fin des années 40, le Pr Jean Govaerts et son équipe interviennent sur les anomalies situées au voisinage du coeur. Une dizaine d’années plus tard, l’hôpital abrite les premières interventions à coeur ouvert. Et, au début des années 70, c’est à Brugmann que le Pr Georges Primo réalise la première transplantation cardiaque belge.

La montée en puissance de la cardiologie interventionnelleLe Prof. Pierre Wauthy au bloc opératoire

Au fil des années, la prise en charge des affections cardiaques a considérablement évolué. «La chirurgie cardiaque a perdu du terrain au profit de la cardiologie interventionnelle », observe le Pr Pierre Wauthy, responsable du service de Chirurgie cardiaque. «C’est particulièrement le cas pour les lésions les plus simples. Au lieu d’opérer ces patients, on intervient désormais en introduisant un cathéter jusqu’au coeur via un accès vasculaire

Ces interventions permettent de colmater un orifice en y apposant une «ombrelle» ou de dilater un vaisseau à l’aide d’un ballonnet ou d’un petit stent. «Autant de techniques qui ont été mises en place au cours de ces 30 dernières années», précise le Pr Wauthy.
«En parallèle, la prévention des maladies cardiovasculaires commence à réellement porter ses fruits, entraînant une diminution du nombre de patients nécessitant une intervention chirurgicale», note encore le Pr Wauthy. «Les traitements de l’hypertension artérielle, de l’hypercholestérolémie ou du diabète sont de plus en plus efficaces. Sans compter qu’on assiste à une prise de conscience accrue des effets délétères de l’obésité, de la sédentarité et du tabac sur la santé cardiovasculaire

Une meilleure prise en charge des affections lourdes

Aujourd’hui, la chirurgie cardiaque est dès lors réservée aux cas les plus complexes. «Depuis 10 à 20 ans, nous sommes en mesure de proposer une prise en charge performante aux patients atteints de polypathologies ou d’affections extrêmement sévères», indique le Pr Wauthy. «Une série de progrès ont été engrangés dans ce domaine: les techniques utilisées ont évolué, la durée des interventions se réduit. Être amenés à prendre en charge des cas de plus en plus lourds a aussi accru notre savoirfaire… En fait, la prise en charge globale du patient s’est considérablement améliorée, tant du côté de la chirurgie que de l’anesthésie, des soins intensifs ou encore du département de diététique.»

L’expertise des hôpitaux Osiris

«Le revers de la médaille, c’est que nous assistons à une diminution généralisée de l’activité de chirurgie cardiaque dans tous les centres», déplore le Pr Wauthy.

Prof. Pierre Wauthy

Dans ce contexte particulier, les hôpitaux Osiris tirent cependant leur épingle du jeu grâce à leur expertise dans la prise en charge des cardiopathies congénitales. «Chez les patients atteints d’une malformation cardiaque présente dès la naissance, la chirurgie reste le “golden standard”», explique le Pr Wauthy. «Il s’agit de cas extrêmement complexes, avec des opérations multiples et une évolution de la cardiopathie sur le long terme. Ces patients sont généralement considérés comme plus fragiles dans le cadre d’interventions chirurgicales, mais les résultats que nous obtenons chez eux sont tout à fait satisfaisants. C’est d’ailleurs précisément dans ce domaine que nous avons engrangé les plus gros progrès ces dernières années

Dans notre pays, seuls quatre centres prennent en charge ce type de pathologies. «Au CHU Brugmann et à l’HUDERF, nous accueillons des patients de Belgique, mais aussi de certains pays d’Afrique. Ils se rendent spécifiquement chez nous en raison de notre expertise», indique le Pr Wauthy. «Nous jouissons dans ce domaine d’une reconnaissance tant au niveau national qu’international

Auteur : Aude Dion
Source : Osiris News (n° 50, juillet 2018 – avril 2019)

Het ziekenhuis doet meer dan alleen behandelen !

Thérèse Locoge en Myriam DamblonDe voorbije vijftien jaar is onze patiëntenadministratie compleet veranderd.

Dankzij de informatica hoeven de secretaressen niet langer te noteren wat de artsen dicteren, maar krijgen ze complexe patiëntendossiers te beheren van a tot z. Dat beheer is een extra uitdaging voor het ziekenhuis, temeer omdat die dossiers zeer persoonlijke gegevens bevatten.

Auteur : MG
Bron : Osiris News (nr 50, juli 2018 – april 2019)

 

Bij de STOP : Met de juiste reflex kunnen we infecties bestrijden !

U kan ons helpen om uw kinderen (onze patiënten) te beschermen … door te stoppen aan de STOP ! Wanneer u aankomt in het ziekenhuis, wanneer u een dienst binnen of buiten gaat, neem dan de reflex aan om steeds uw handen te desinfecteren! Hoesten, koorts of verkoudheid? Draag dan een masker!

Het team voor Preventie en bestrijding van infecties van het Kinderziekenhuis heeft verschillende STOP-borden geplaatst. Deze panelen zijn uitgerust met een desinfecterend middel voor de handen en beschermende maskers om neus en mond te bedekken. Het doel? De proliferatie van microben (infecties) beperken !

Het ziekenhuis is een plaats waar verschillende infecties en ziekten worden behandeld. Neem dus even de tijd om deze eenvoudige handelingen uit te voeren zodat we samen onze kinderen kunnen beschermen !

 

“Au coeur de l’Hôpital des Enfants”

Avez-vous suivi les épisodes de «Au coeur de l’Hôpital des Enfants» sur RTL-TVI ces dernières semaines ? Vous posez-vous des questions sur le comment ou le pourquoi de cette émission, qui met en lumière la vie quotidienne de trois de ses médecins, les Drs Franck, Demanet et Luyckx? Découvrez l’envers du décor….

Qui a décidé de tourner cette série, l’hôpital ou RTL-TVI?

L’histoire a commencé par un dîner entre amis, lors duquel les Drs Franck et Luyckx discutaient de leur travail. Le producteur de l’émission a trouvé les sujets passionnants et leur a proposé une série, à laquelle ils ont également convié leur collègue Dr Demanet. Les chirurgiens et le producteur sont allés à la rencontre des directions et du service de communication et les ont convaincus. Il a été décidé d’organiser le tournage d’un épisode pilote pour que les producteurs approchent une chaîne de télévision d’une part, mais aussi pour illustrer la philosophie de la série auprès des parents des patients. Ce pilote a d’ailleurs fait l’objet d’une projection en avantpremière à tout le personnel de l’HUDERF.

L’hôpital a-t-il imposé des règles à l’équipe de tournage?

Il y a des règles liées au contexte particulier de l’environnement hospitalier. Un accompagnement spécifique était prévu pour l’équipe de tournage, pour baliser les contacts initiaux, aussi pour veiller à obtenir le consentement de ceux qui apparaissaient à l’image. La communication avec les patients restait du ressort de l’hôpital. Du côté des thématiques, la discussion a été élargie à ce qui caractérise notre hôpital: la pluridisciplinarité, l’accompagnement des familles, la prise en charge de la douleur, le caractère universitaire, l’éducation thérapeutique, la prévention. Certaines histoires se sont imposées, comme celle de Zélia et de son papa, qui ont permis d’aborder la thématique du don d’organe et de la greffe rénale de A à Z. L’équipe porteuse du projet a aussi été impliquée par RTL TVI lors du montage et de la promotion.

Est-ce que la chaîne RTV-TVI a payé l’hôpital? Ou est-ce l’hôpital qui a payé RTL-TVI?

Ni l’un ni l’autre. Les médecins, les équipes, les patients qui ont participé l’ont fait sur base volontaire, dans l’échange et le respect.

Quel était l’objectif de l’hôpital en autorisant le tournage de cette série?

Il a été clair depuis le début que la série ne serait pas une téléréalité. La volonté de la chaîne était de mettre l’accent sur des messages d’espoir. L’objectif de l’HUDERF était également de rendre hommage à son personnel pour son investissement de tous les jours. Il se dit que l’équipe de tournage a été particulièrement touchée par la bienveillance et le professionnalisme des équipes après avoir passé plus de deux ans à tourner.

Quelles leçons l’hôpital a-t-il tiré de cette expérience?

D’abord, qu’un tel projet demande un gros investissement en temps et en énergie ! Deuxièmement, que le projet de l’hôpital bénéficie du soutien d’une grande communauté. L’émission a provoqué une avalanche de commentaires sur les réseaux sociaux. Le fait que 400.000 personnes en moyenne ont regardé chaque épisode prouve que beaucoup de Belges ont envie de savoir ce qui se passe dans un hôpital! Continuer à démystifier l’hôpital, à mettre des visages sur les équipes et à ouvrir ses portes est important pour contribuer à réduire l’anxiété encore souvent associée au monde hospitalier.

 


Source: Iris&You n°33 – avril 2019

Een besmettelijke ziekte stopt niet bij de taalgrens

Ontmoeting tussen de professoren Pierre Smeesters en Pierre Van Damme

Dubbeltinterview met Pierre Smeesters, kinderarts en afdelingshoofd van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en Pierre Van Damme, hoogleraar vaccinatie en infectieziekten aan de Universiteit Antwerpen. Omdat een besmettelijke ziekte niet stopt aan de taalgrens en omdat sommige ziekten die in België bijna verdwenen zijn opnieuw de kop opsteken, ontmoetten we twee vaccinatiespecialisten die samen een actieplan ontwikkelden en hun individuele ervaringen delen.

Wat zeggen de cijfers?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) trekt aan de alarmbel over mazelen. In 2016 werden in Europa 5.000 gevallen van mazelen gemeld. In 2018 steeg de teller tot 82.000 meldingen.

Vandaag, in het eerste trimester van 2019, is het aantal gevallen van mazelen wereldwijd verdrievoudigd (112.000 getroffenen).

Alleen al in ons land is de vaccinatiegraad voor mazelen verschillend in Wallonië en Vlaanderen.

In Vlaanderen in 2016:
96,2 % bij de eerste dosis
93,4 % bij de tweede dosis

In Wallonië in 2016:
96 % bij de eerste dosis
75 % bij de tweede dosis

Hoe kan dit verschil in vaccinatiegraad verklaard worden?

Pierre Smeesters: “Er is een sterke invloed van Frankrijk op Wallonië. In Frankrijk hebben veel mensen nog steeds twijfels bij vaccinatie. In België kan de daling van de vaccinatiegraad bij de tweede dosis verklaard worden door het drukke levensritme van vele ouders. Daardoor vergeten sommige ouders om de tweede dosis te laten toe dienen. Een andere vaststelling is dat sommige artsen onvoldoende geïnformeerd zijn over het onderwerp en moeite hebben met het beantwoorden van vragen van ouders.

Pierre Van Damme: “We merken dat meer en meer ouders theoretische vragen hebben rond vaccinatie. Dat is een positieve evolutie, want dat wil zeggen dat de ouders geïnformeerd willen worden om zo de beste beslissingen te kunnen nemen.

Hoe kunnen we de vaccinatiegraad in België verhogen?

Smeesters: “De overgrote meerderheid van de ouders heeft vragen over vaccinatie. Wat normaal is aangezien het gaat om een medische behandeling en de gezondheid van hun kind. Als we de tijd nemen om de vragen te beantwoorden, kunnen we uiteindelijk hun kind vaccineren. Zoals professor Van Damme al zei, hebben ouders zeer praktische vragen. We moeten de tijd nemen om die vragen te beantwoorden, anders zoeken de ouders antwoorden op het internet en daar lees je vooral de opmerkingen van de tegenstanders van vaccinatie.

Van Damme: “De meeste ouders zijn vandaag tussen de 20 en 40 jaar. Ze nemen minder de tijd om zelf naar de dokter te gaan en vergeten soms de tweede vaccinatiedosis van hun kinderen. Het is daarom belangrijk dat we onze contacten met de ouders onderhouden. Dat kan ook door middel van kwaliteitsartikelen in de pers.

Hoe is het met de opleiding van de professionelen in de zorgsector in België?

Uit recent onderzoek van de Universiteit van Antwerpen, uitgevoerd door onder andere Pierre Van Damme, blijkt dat 30% van de afgestudeerde artsen in Europa geen opleiding kreeg rond vaccinatie.

Vaccinatie is een heel dynamisch onderwerp, het is een bewegende materie die non-stop evolueert. Daarom moeten we de professionelen uit onze sector constant blijven voeden met informatie”, legt Pierre Van Damme uit.

In Vlaanderen, aan de Universiteit Antwerpen, wordt er een module vaccinologie gegeven aan de studenten geneeskunde. Die module duurt één week en geeft onder andere informatie rond de communicatie over vaccinatie, de bijverschijnselen van vaccinatie en de evolutie ervan.

Toekomstige artsen volgen die module aan de universiteit en ook apothekers krijgen een pakket van 12 uur over vaccinatie. Binnenkort zal deze ook beschikbaar zijn voor studenten verpleegkunde.

Wanneer we kijken naar Wallonië zien we dat er wordt gewerkt aan een interuniversitair certificaat bij de drie grootste Franstalige universiteiten. Dat zal een onlinecursus zijn, gemaakt voor een breed publiek, die zich richt op zowel artsen, zorgkundigen, apothekers, journalisten, vroedvrouwen, …

Van Damme: “In Vlaanderen organiseren we al 18 jaar een congres, gebaseerd op vragen van professionals uit de zorgsector. De laatste editie bracht maar liefst 500 deelnemers samen. We willen dat iedereen een antwoord krijgt op zijn of haar vraag.”

Smeesters: “Met de hulp van Pierre Van Damme en het GIEV (Groupe Interuniversitaire d’Experts en Vaccinologie) organiseerden we dit jaar voor de eerste keer zo’n congres voor Franstalig België. Bij dat congres waren er 250 aanwezigen en werden er meer dan 107 vragen beantwoord.

Voor beide experten is het daarom belangrijk om de krachten te bundelen en alle betrokken partijen, of het nu gaat om ouders of professionals uit de zorgsector, samen te brengen om de vaccinatiegraad in ons land te verhogen en de zwaksten te beschermen tegen ziekten die vandaag de dag nog steeds dodelijk zijn.


VACCINATIE – Waar kunt u betrouwbare informatiebronnen op internet vinden?

Aarzel niet om vaccinatie met uw huisarts of kinderarts te bespreken!