Het belang van de zorg in een pediatrisch operatiekwartier

Het operatiekwartier van een ziekenhuis is zoals een “black-box”. Onze collega’s bereiden hun patiënten voor op de operatie en komen hen terug ophalen in de verkoeverkamer na de operatie. Maar wat is er ondertussen gebeurd? De beperkte toegang, om de veiligheid van de patiënt te waarborgen, creëert een afstand die voor heel wat misvattingen kan zorgen. Techniciteit, teamwerk, fysieke veiligheid, emotionele veiligheid: Lauriane Rouard, hoofdverpleegkundige in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, heeft twintig jaar in het operatiekwartier gewerkt. Zij maakt een portret en legt de specificiteit uit van het beroep van verpleegkundige in deze omgeving.

De specifieke anatomie van het kind, de pediatrische pathologieën, enz… vormen soms obstakels voor bepaalde interventies, en geven dan weer voordelen bij andere behandelingen. De pediatrische versie van de operatiekunst vereist de vertegenwoordiging van vele operatieve disciplines; met technieken, uitrusting en teams die volledig gewijd zijn aan kindergeneeskunde. We herhalen het vaak, hier in het Kinderziekenhuis, op de scholen waar we lesgeven, tijdens de training die we aanbieden: een kind is geen miniatuur volwassene, zeker niet in het geval van een heelkundige ingreep. Een grondige kennis van de anatomie en fysiopathologie van het kind in alle stadia van zijn evolutie is zeer belangrijk voor het begrijpen van de chirurgische technieken. Het is ook van essentiëel belang voor elke verpleegkundige in een operatiezaal, voor wie het vermogen om te anticiperen op de chirurgische procedure en de anesthesietechniek gebaseerd is op inzicht in alle beïnvloedbare factoren.

Een teamwerk dus, waarbij de jonge patiënt altijd centraal staat temidden van een sterk trio: een chirurg, een anesthesist en een verpleegkundige. Iedereen oefent een cruciale rol uit in het belang van de patiënt, vooral bij de operationele veiligheid die wordt verbeterd door de beveiligingschecklist en het professionalisme van alle teamleden. Ze zijn er zich allemaal van bewust: deze korte momenten van uitwisseling zijn heel belangrijk. We doen dan ook ons best om een ​​klimaat van vertrouwen op te bouwen en de patiënt en zijn gezin zo goed mogelijk te omringen. In deze zeer technische omgeving mogen de basisbehoeften van de jonge patiënt en zijn gezin niet worden vergeten. De pediatrische patiënt die naar de operatiezaal wordt overgebracht, is en blijft een individu, met een gezin waar ouders, broers en zussen soms angstig zijn vanwege de pathologie of de behandeling. Goede zorg omvat ook de emotionele veiligheid van de patiënt. Een ouder vergezelt zijn kind gedurende de pre- en postoperatieve periode in de herstelkamer en zelfs in de operatiezaal voor de inductie. Van zodra het kind slaapt, begeleidt het personeel mama of papa naar buiten en zij halen hen terug op als de operatie voorbij is.

U heeft het begrepen, de rol van de verpleegkundige in deze omgeving is niet enkel beperkt tot de operatiekamer, waar de taken al heel divers zijn: zorgen voor het vervoer en de instrumenten, hulp bij de anesthesie en tijdens de ingreep… Dit werk vereist constante aandacht en nieuwsgierigheid. In het kader van een ziekenhuisopname of een One-Day ingreep, moeten de verpleegkundigen heel goed kunnen omgaan met de kinderen en moeten zij instaan voor het onthaal van de familie. Het multimodaal beheer van pijn is ook specifiek in de kindergeneeskunde. Elk kind moet individueel worden opgevangen en vooral in deze hightech-omgeving moet een goede zorg altijd centraal staan.

Lauriane Rouard


Zomer 2019: opening van het nieuw operatiekwartier

In juli 2019 wordt een nieuw operatiekwartier geopend in het Kinderziekenhuis: een ruimte van meer dan 2.000 m² in een gloednieuw pand. Vier traditionele operatiezalen en drie ambulante operatiezalen zullen hun deuren openen in een infrastructuur, specifiek ontworpen voor het comfort van de patiënt,  het welzijn van het personeel en de toegangkelijkheid tot spitstechnologieën (hybride kamer, chirurgische robot).

Meer informatie: Blog & www.huderf.be 

Salle d’opération One Day


Vacatures: oproep voor superhelden

Het tirannieke kind: hoe (re)ageren? Illustratie van het geweldloos weerstandsmodel in het kinderziekenhuis

Alle ouders zullen je vertellen dat het opvoeden van een kind of tiener een taak op zich is, die veel energie vereist in het dagelijkse leven. Sommige kinderen zijn “moeilijker”, ze kunnen onevenredige reacties hebben en soms gewelddadig en agressief zijn tegenover zichzelf en anderen. Ze zijn wat we in het jargon van de kinderpsychologie ‘tirannieke kinderen’ noemen. Hoe reageren op dit soort (auto) destructief gedrag? Illustratie met het team kinderpsychiatrie van het Kinderziekenhuis, dat de principes van geweldloos verzet in de psychotherapie toepast om conflicten elke dag onschadelijk te maken of te voorkomen.

 

Lange tijd stonden twee onderwijsmodellen tegenover elkaar. Aan de ene kant is er het autoritaire model waar het educatieve kader erg strikt is, berisping, bedreigingen en straffen. Anderzijds is er het vrijheidsmodel waar de grenzen van dit kader integendeel zeer flexibel zijn en het kind weinig beperkingen worden opgelegd. Beide modellen hebben hun voordelen en hun gebreken. Sommige gedragsproblemen kunnen inderdaad in beide gevallen optreden: delinquentie, gebrek aan zelfvertrouwen … Kortom, het ene model is niet beter dan het andere … Een derde model is naar voren gekomen Het is een soort midden, “een nieuwe autoriteit”, zoals ontwikkeld door Haim Homer.

Een derde onderwijsmodel: geweldloos verzet        

Haïm Hoder is professor in de psychologie aan de universiteit van Tel Aviv. Wanneer hij ouders ontmoette zonder educatieve hulpmiddelen om met het agressieve gedrag van hun kind om te gaan, kwam het idee bij hem op om het principe van geweldloos verzet bruikbaar te maken voor de psychotherapie.

Geweldloos verzet is een concept dat op veel gebieden van toepassing is, waaronder sociaal-politieke doctrines. Gandhi, Martin Luther King of Rosa Parks zijn echte pioniers van dit concept. Wanneer Rosa Parks weigerde om haar plaats af te staan aan een blanke man en op de vloer van de bus ging zitten, in een gebied “voorbehouden aan zwarten” geeft zij blijk van geweldloos verzet.

Op het gebied van de kinderpsychiatrie is dit concept zeer gemakkelijk om te zetten om educatieve sleutels te vinden voor gewelddadige en zelfvernietigende kinderen en adolescenten.

Het kanaliseren van het gewelddadige gedrag van het kind: gemakkelijker gezegd dan gedaan

Wanneer een kind gewelddadig gedrag vertoont, zijn de ouders bang om de controle te verliezen, dus zullen ze natuurlijk proberen onmiddellijk een oplossing te vinden om de crisis te stoppen. Vaak zijn deze oplossingen korte termijn oplossingen en hierdoor komen nieuwe crisissen voor en komt men in een vicieuze cirkel terecht. In het begin zullen de ouders ingaan tegen het gedrag van hun kind. Dit zal dan bijdragen tot de escalatie van het ouder-kind geweld. Ten slotte, om het geweld te stoppen, vergeldingsmaatregelen te vermijden of wanneer het kind zijn ouders ongerust maakt, hebben ze geen andere keuze dan zich over te geven en toe te geven aan zijn verzoek. Deze vicieuze cirkel leidt tot een desinvestering van de ouderrol: er ontstaat een conflictrelatie, er worden geen kwaliteitsmomenten meer gedeeld tussen ouder en kind.

Het gedrag van ouders laten evolueren om dat van het kind te veranderen

Het toepassen van het principe van geweldloos verzet berust in de eerste plaats op een evolutie van het gedrag van de ouders zodat het gedrag van het kind verandert. In die zin is geweldloos verzet gebaseerd op verschillende pijlers waarmee ouders het geweld kunnen kanaliseren en niet verder voeden:

de ouderlijke aanwezigheid herstellen: om echt samen te zijn, dingen te delen, door te geven aan het kind: “Ik ben aanwezig, je kunt jezelf niet van me scheiden, ik zal er zijn en blijven, wat je ook doet”.

– til de sluier van geheimhouding op voor de ouders: vaak schamen ouders van tirannieke kinderen zich en voelen zich schuldig voor het gedrag van hun kind. Het is echter belangrijk om een ​​ondersteuningsnetwerk te creëren waar ouders op kunnen rekenen.

reageren op het uitgestelde verzoek: reageer niet direct op het kind, maar neem de tijd om na te denken. Wanneer het antwoord snel wordt gegeven, ontstaan ​​er conflicten. Een “Ik zal erover nadenken” zal altijd beter zijn dan een direct en definitief antwoord.

gebruik geen strafmodel: dit werkt niet bij dit type kind met agressief gedrag.

accepteer stilte: wanneer een beslissing van de ouder wordt genomen, is het niet nodig om de redenen daarvoor te argumenteren of uit te leggen.

De professionele toepassing binnen de kinderpsychiatrische dienst

Een van belangrijkste tools van het team kinderpsychiatrie is de schriftelijke verklaring. Wanneer een kind in de eenheid gewelddadig gedrag vertoont, ontmoeten verschillende professionals elkaar en schrijven een brief aan het kind waarin het gedrag dat niet wordt geduld, nauwkeurig wordt beschreven. De professionals en het kind ontmoeten elkaar vervolgens in een kamer, waar de brief hardop wordt voorgelezen. Aan het einde van de lezing verlaat het kinderpsychiatrisch team de kamer, geeft de brief en laat de jongere alleen. Later zal een tweede ontmoeting plaatsvinden, zodat het team en het kind de brief kunnen bespreken.

Over het algemeen zorgt het team kinderpsychiatrie ervoor dat de ouder in deze benadering wordt geïntegreerd. Dus vanaf het begin van de ziekenhuisopname van hun kind, ontvangen de ouders een gids die de gevolgde aanpak in het ziekenhuis presenteert en ze worden ook betrokken tijdens concrete acties, zoals het geval is voor de schriftelijke verklaring. De ouders nemen deel aan het opstellen van de brief, maar zijn ook betrokken bij het lezen ervan (als een eenvoudige deelnemer of lezer). De integratie van de ouders in de aanpak die in het ziekenhuis wordt geïnitieerd, is belangrijk omdat deze hen waardeert in hun ouderlijke rol, maar hen ook momenten van experimenteren met geweldloos verzet biedt die hen daarna kunnen helpen wanneer het kind naar huis terugkeert. Het gaat erom bruggen te slaan tussen wat er gebeurt binnen de zorgeenheid en daarbuiten. Het doel is om een ​​continuïteit van de aanpak te bewerkstelligen die gedragsverbetering op de lange termijn mogelijk maakt, en niet alleen in een bepaald kader.

Deze tool, zoals andere, heeft een aanzienlijk impact omdat het een betrokkenheid van de volwassen figuur (ouder of professional) aantoont. Niet alleen illustreert het de aanwezigheid van de volwassene, maar het laat ook het kind zien dat hij niet alleen is.

Een methode die zich al heeft bewezen

Binnen het Kinderziekenhuis hebben kinderpsychiatrische professionals al de gunstige effecten van de benadering van geweldloos verzet gezien. Kinderen en adolescenten hebben meer respect voor volwassenen, ze zijn meer betrokken bij activiteiten die hen worden aangeboden en situaties van geweld worden zeldzamer. In die zin draagt deze benadering sterk bij aan de humanisering van de zorg.

Geweldloos verzet, wanneer aangepast aan het kind, is daarom een oplossing voor het gewelddadige en agressieve gedrag van tirannieke kinderen. Er is geen specifieke leeftijdscategorie om deze methode toe te passen, de effectiviteit ervan ligt in de aanpassing die voor het kind zal worden aangebracht, de moeilijkheden en pathologie. Wat betreft de schriftelijke verklaring zal deze bijvoorbeeld niet op dezelfde manier worden geschreven voor een 7-jarige als voor een 17-jarige.

 

Over het concept van geweldloos verzet in het Kinderziekenhuis

Het is in 2017 dat dit concept werd opgenomen bij de managementpraktijken van het kinderpsychiatrisch team van het Kinderziekenhuis. Gedurende een jaar heeft het hele team, alle beroepen samen – kinderpsychiater, maatschappelijk werker, verpleegkundige, psycholoog – getraind in geweldloos verzet. Vandaag is het geweldloos verzet sterker ontwikkeld in Vlaanderen dan in Franstalig België. De teams van het Universitair Ziekenhuis Brussel kwamen de professionals in het Kinderziekenhuis trainen.

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Hier zijn enkele interessante bronnen:

  • Omer Haim, et Uri Weinblatt. « Résistance non violente : guide pour les parents d’adolescents présentant des comportements violents ou autodestructeurs », Cahiers critiques de thérapie familiale et de pratiques de réseaux, vol. no 34, no. 1, 2005, pp. 77-105.
  • Omer Haim, La résistance non violente, une nouvelle approche des enfants violents et autodestructeurs, 2ième édition DeBoeck Supérieur, “Carrefour des psychothérapies”, 2017, 234 pages

Chirurgie cardiaque : comment les hôpitaux Osiris parviennent à rester attractifs ?

Chez les patients atteints d’une malformation cardiaque présente dès la naissance, la chirurgie reste le “golden standard”. C’est d’ailleurs précisément dans ce domaine que nous avons engrangé les plus gros progrès ces dernières années. Aperçu de l’évolution de la prise en charge des affections cardiaques dans les établissements Osiris avec Pr Pierre Wauthy, responsable du service de Chirurgie cardiaque sur le site du CHU Brugmann et de l’HUDERF.

Nombre de chirurgiens cardiaques réputés ont été formés au CHU Brugmann et y ont laissé leur empreinte. Ainsi, dès la fin des années 40, le Pr Jean Govaerts et son équipe interviennent sur les anomalies situées au voisinage du coeur. Une dizaine d’années plus tard, l’hôpital abrite les premières interventions à coeur ouvert. Et, au début des années 70, c’est à Brugmann que le Pr Georges Primo réalise la première transplantation cardiaque belge.

La montée en puissance de la cardiologie interventionnelleLe Prof. Pierre Wauthy au bloc opératoire

Au fil des années, la prise en charge des affections cardiaques a considérablement évolué. «La chirurgie cardiaque a perdu du terrain au profit de la cardiologie interventionnelle », observe le Pr Pierre Wauthy, responsable du service de Chirurgie cardiaque. «C’est particulièrement le cas pour les lésions les plus simples. Au lieu d’opérer ces patients, on intervient désormais en introduisant un cathéter jusqu’au coeur via un accès vasculaire

Ces interventions permettent de colmater un orifice en y apposant une «ombrelle» ou de dilater un vaisseau à l’aide d’un ballonnet ou d’un petit stent. «Autant de techniques qui ont été mises en place au cours de ces 30 dernières années», précise le Pr Wauthy.
«En parallèle, la prévention des maladies cardiovasculaires commence à réellement porter ses fruits, entraînant une diminution du nombre de patients nécessitant une intervention chirurgicale», note encore le Pr Wauthy. «Les traitements de l’hypertension artérielle, de l’hypercholestérolémie ou du diabète sont de plus en plus efficaces. Sans compter qu’on assiste à une prise de conscience accrue des effets délétères de l’obésité, de la sédentarité et du tabac sur la santé cardiovasculaire

Une meilleure prise en charge des affections lourdes

Aujourd’hui, la chirurgie cardiaque est dès lors réservée aux cas les plus complexes. «Depuis 10 à 20 ans, nous sommes en mesure de proposer une prise en charge performante aux patients atteints de polypathologies ou d’affections extrêmement sévères», indique le Pr Wauthy. «Une série de progrès ont été engrangés dans ce domaine: les techniques utilisées ont évolué, la durée des interventions se réduit. Être amenés à prendre en charge des cas de plus en plus lourds a aussi accru notre savoirfaire… En fait, la prise en charge globale du patient s’est considérablement améliorée, tant du côté de la chirurgie que de l’anesthésie, des soins intensifs ou encore du département de diététique.»

L’expertise des hôpitaux Osiris

«Le revers de la médaille, c’est que nous assistons à une diminution généralisée de l’activité de chirurgie cardiaque dans tous les centres», déplore le Pr Wauthy.

Prof. Pierre Wauthy

Dans ce contexte particulier, les hôpitaux Osiris tirent cependant leur épingle du jeu grâce à leur expertise dans la prise en charge des cardiopathies congénitales. «Chez les patients atteints d’une malformation cardiaque présente dès la naissance, la chirurgie reste le “golden standard”», explique le Pr Wauthy. «Il s’agit de cas extrêmement complexes, avec des opérations multiples et une évolution de la cardiopathie sur le long terme. Ces patients sont généralement considérés comme plus fragiles dans le cadre d’interventions chirurgicales, mais les résultats que nous obtenons chez eux sont tout à fait satisfaisants. C’est d’ailleurs précisément dans ce domaine que nous avons engrangé les plus gros progrès ces dernières années

Dans notre pays, seuls quatre centres prennent en charge ce type de pathologies. «Au CHU Brugmann et à l’HUDERF, nous accueillons des patients de Belgique, mais aussi de certains pays d’Afrique. Ils se rendent spécifiquement chez nous en raison de notre expertise», indique le Pr Wauthy. «Nous jouissons dans ce domaine d’une reconnaissance tant au niveau national qu’international

Auteur : Aude Dion
Source : Osiris News (n° 50, juillet 2018 – avril 2019)

Het ziekenhuis doet meer dan alleen behandelen !

Thérèse Locoge en Myriam DamblonDe voorbije vijftien jaar is onze patiëntenadministratie compleet veranderd.

Dankzij de informatica hoeven de secretaressen niet langer te noteren wat de artsen dicteren, maar krijgen ze complexe patiëntendossiers te beheren van a tot z. Dat beheer is een extra uitdaging voor het ziekenhuis, temeer omdat die dossiers zeer persoonlijke gegevens bevatten.

Auteur : MG
Bron : Osiris News (nr 50, juli 2018 – april 2019)

 

Bij de STOP : Met de juiste reflex kunnen we infecties bestrijden !

U kan ons helpen om uw kinderen (onze patiënten) te beschermen … door te stoppen aan de STOP ! Wanneer u aankomt in het ziekenhuis, wanneer u een dienst binnen of buiten gaat, neem dan de reflex aan om steeds uw handen te desinfecteren! Hoesten, koorts of verkoudheid? Draag dan een masker!

Het team voor Preventie en bestrijding van infecties van het Kinderziekenhuis heeft verschillende STOP-borden geplaatst. Deze panelen zijn uitgerust met een desinfecterend middel voor de handen en beschermende maskers om neus en mond te bedekken. Het doel? De proliferatie van microben (infecties) beperken !

Het ziekenhuis is een plaats waar verschillende infecties en ziekten worden behandeld. Neem dus even de tijd om deze eenvoudige handelingen uit te voeren zodat we samen onze kinderen kunnen beschermen !

 

“Au coeur de l’Hôpital des Enfants”

Avez-vous suivi les épisodes de «Au coeur de l’Hôpital des Enfants» sur RTL-TVI ces dernières semaines ? Vous posez-vous des questions sur le comment ou le pourquoi de cette émission, qui met en lumière la vie quotidienne de trois de ses médecins, les Drs Franck, Demanet et Luyckx? Découvrez l’envers du décor….

Qui a décidé de tourner cette série, l’hôpital ou RTL-TVI?

L’histoire a commencé par un dîner entre amis, lors duquel les Drs Franck et Luyckx discutaient de leur travail. Le producteur de l’émission a trouvé les sujets passionnants et leur a proposé une série, à laquelle ils ont également convié leur collègue Dr Demanet. Les chirurgiens et le producteur sont allés à la rencontre des directions et du service de communication et les ont convaincus. Il a été décidé d’organiser le tournage d’un épisode pilote pour que les producteurs approchent une chaîne de télévision d’une part, mais aussi pour illustrer la philosophie de la série auprès des parents des patients. Ce pilote a d’ailleurs fait l’objet d’une projection en avantpremière à tout le personnel de l’HUDERF.

L’hôpital a-t-il imposé des règles à l’équipe de tournage?

Il y a des règles liées au contexte particulier de l’environnement hospitalier. Un accompagnement spécifique était prévu pour l’équipe de tournage, pour baliser les contacts initiaux, aussi pour veiller à obtenir le consentement de ceux qui apparaissaient à l’image. La communication avec les patients restait du ressort de l’hôpital. Du côté des thématiques, la discussion a été élargie à ce qui caractérise notre hôpital: la pluridisciplinarité, l’accompagnement des familles, la prise en charge de la douleur, le caractère universitaire, l’éducation thérapeutique, la prévention. Certaines histoires se sont imposées, comme celle de Zélia et de son papa, qui ont permis d’aborder la thématique du don d’organe et de la greffe rénale de A à Z. L’équipe porteuse du projet a aussi été impliquée par RTL TVI lors du montage et de la promotion.

Est-ce que la chaîne RTV-TVI a payé l’hôpital? Ou est-ce l’hôpital qui a payé RTL-TVI?

Ni l’un ni l’autre. Les médecins, les équipes, les patients qui ont participé l’ont fait sur base volontaire, dans l’échange et le respect.

Quel était l’objectif de l’hôpital en autorisant le tournage de cette série?

Il a été clair depuis le début que la série ne serait pas une téléréalité. La volonté de la chaîne était de mettre l’accent sur des messages d’espoir. L’objectif de l’HUDERF était également de rendre hommage à son personnel pour son investissement de tous les jours. Il se dit que l’équipe de tournage a été particulièrement touchée par la bienveillance et le professionnalisme des équipes après avoir passé plus de deux ans à tourner.

Quelles leçons l’hôpital a-t-il tiré de cette expérience?

D’abord, qu’un tel projet demande un gros investissement en temps et en énergie ! Deuxièmement, que le projet de l’hôpital bénéficie du soutien d’une grande communauté. L’émission a provoqué une avalanche de commentaires sur les réseaux sociaux. Le fait que 400.000 personnes en moyenne ont regardé chaque épisode prouve que beaucoup de Belges ont envie de savoir ce qui se passe dans un hôpital! Continuer à démystifier l’hôpital, à mettre des visages sur les équipes et à ouvrir ses portes est important pour contribuer à réduire l’anxiété encore souvent associée au monde hospitalier.

 


Source: Iris&You n°33 – avril 2019

Een besmettelijke ziekte stopt niet bij de taalgrens

Ontmoeting tussen de professoren Pierre Smeesters en Pierre Van Damme

Dubbeltinterview met Pierre Smeesters, kinderarts en afdelingshoofd van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en Pierre Van Damme, hoogleraar vaccinatie en infectieziekten aan de Universiteit Antwerpen. Omdat een besmettelijke ziekte niet stopt aan de taalgrens en omdat sommige ziekten die in België bijna verdwenen zijn opnieuw de kop opsteken, ontmoetten we twee vaccinatiespecialisten die samen een actieplan ontwikkelden en hun individuele ervaringen delen.

Wat zeggen de cijfers?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) trekt aan de alarmbel over mazelen. In 2016 werden in Europa 5.000 gevallen van mazelen gemeld. In 2018 steeg de teller tot 82.000 meldingen.

Vandaag, in het eerste trimester van 2019, is het aantal gevallen van mazelen wereldwijd verdrievoudigd (112.000 getroffenen).

Alleen al in ons land is de vaccinatiegraad voor mazelen verschillend in Wallonië en Vlaanderen.

In Vlaanderen in 2016:
96,2 % bij de eerste dosis
93,4 % bij de tweede dosis

In Wallonië in 2016:
96 % bij de eerste dosis
75 % bij de tweede dosis

Hoe kan dit verschil in vaccinatiegraad verklaard worden?

Pierre Smeesters: “Er is een sterke invloed van Frankrijk op Wallonië. In Frankrijk hebben veel mensen nog steeds twijfels bij vaccinatie. In België kan de daling van de vaccinatiegraad bij de tweede dosis verklaard worden door het drukke levensritme van vele ouders. Daardoor vergeten sommige ouders om de tweede dosis te laten toe dienen. Een andere vaststelling is dat sommige artsen onvoldoende geïnformeerd zijn over het onderwerp en moeite hebben met het beantwoorden van vragen van ouders.

Pierre Van Damme: “We merken dat meer en meer ouders theoretische vragen hebben rond vaccinatie. Dat is een positieve evolutie, want dat wil zeggen dat de ouders geïnformeerd willen worden om zo de beste beslissingen te kunnen nemen.

Hoe kunnen we de vaccinatiegraad in België verhogen?

Smeesters: “De overgrote meerderheid van de ouders heeft vragen over vaccinatie. Wat normaal is aangezien het gaat om een medische behandeling en de gezondheid van hun kind. Als we de tijd nemen om de vragen te beantwoorden, kunnen we uiteindelijk hun kind vaccineren. Zoals professor Van Damme al zei, hebben ouders zeer praktische vragen. We moeten de tijd nemen om die vragen te beantwoorden, anders zoeken de ouders antwoorden op het internet en daar lees je vooral de opmerkingen van de tegenstanders van vaccinatie.

Van Damme: “De meeste ouders zijn vandaag tussen de 20 en 40 jaar. Ze nemen minder de tijd om zelf naar de dokter te gaan en vergeten soms de tweede vaccinatiedosis van hun kinderen. Het is daarom belangrijk dat we onze contacten met de ouders onderhouden. Dat kan ook door middel van kwaliteitsartikelen in de pers.

Hoe is het met de opleiding van de professionelen in de zorgsector in België?

Uit recent onderzoek van de Universiteit van Antwerpen, uitgevoerd door onder andere Pierre Van Damme, blijkt dat 30% van de afgestudeerde artsen in Europa geen opleiding kreeg rond vaccinatie.

Vaccinatie is een heel dynamisch onderwerp, het is een bewegende materie die non-stop evolueert. Daarom moeten we de professionelen uit onze sector constant blijven voeden met informatie”, legt Pierre Van Damme uit.

In Vlaanderen, aan de Universiteit Antwerpen, wordt er een module vaccinologie gegeven aan de studenten geneeskunde. Die module duurt één week en geeft onder andere informatie rond de communicatie over vaccinatie, de bijverschijnselen van vaccinatie en de evolutie ervan.

Toekomstige artsen volgen die module aan de universiteit en ook apothekers krijgen een pakket van 12 uur over vaccinatie. Binnenkort zal deze ook beschikbaar zijn voor studenten verpleegkunde.

Wanneer we kijken naar Wallonië zien we dat er wordt gewerkt aan een interuniversitair certificaat bij de drie grootste Franstalige universiteiten. Dat zal een onlinecursus zijn, gemaakt voor een breed publiek, die zich richt op zowel artsen, zorgkundigen, apothekers, journalisten, vroedvrouwen, …

Van Damme: “In Vlaanderen organiseren we al 18 jaar een congres, gebaseerd op vragen van professionals uit de zorgsector. De laatste editie bracht maar liefst 500 deelnemers samen. We willen dat iedereen een antwoord krijgt op zijn of haar vraag.”

Smeesters: “Met de hulp van Pierre Van Damme en het GIEV (Groupe Interuniversitaire d’Experts en Vaccinologie) organiseerden we dit jaar voor de eerste keer zo’n congres voor Franstalig België. Bij dat congres waren er 250 aanwezigen en werden er meer dan 107 vragen beantwoord.

Voor beide experten is het daarom belangrijk om de krachten te bundelen en alle betrokken partijen, of het nu gaat om ouders of professionals uit de zorgsector, samen te brengen om de vaccinatiegraad in ons land te verhogen en de zwaksten te beschermen tegen ziekten die vandaag de dag nog steeds dodelijk zijn.


VACCINATIE – Waar kunt u betrouwbare informatiebronnen op internet vinden?

Aarzel niet om vaccinatie met uw huisarts of kinderarts te bespreken!

Moeten we een expert zijn om een standpunt over vaccinatie in te nemen?

Voelt u zich bezorgd door de heropleving van de antivaccinatiebeweging en infectieziekten waarvan werd gedacht dat ze verdwenen waren? Dit artikel zal u misschien interesseren.

Twee Australische onderzoeksters van het Murdoch Children’s Research Institute hebben gekeken naar de rol die iedereen op zijn niveau kan spelen in het vaccindebat. In hun artikel gepubliceerd op Theconversation.com, geven ze hun bevindingen mee: iedereen kan een influencer worden op het gebied van vaccinatie, in zijn eigen netwerk, mits enige basiskennis, enkele communicatietechnieken op basis van feitelijke informatie, en vooral de menselijke kwaliteiten van luisteren en empathie. Sterker nog: u zal waarschijnlijk meer invloed hebben op mensen die aarzelen dan welke deskundige ook in het vakgebied, omdat gedrag meestal wordt gevormd onder invloed van de normen van een groep. Het onderwerp vaccinatie polariseert. Uzelf positioneren als expert of te abrupt communiceren, heeft geen positief effect, integendeel.

Niet iedereen bestempelen als anti vaccinatie 

Ten eerste is het niet omdat u uw kind (nog) niet hebt gevaccineerd dat u tegen vaccinatie bent. Het kan zijn dat u wordt geconfronteerd met een ongeïnformeerde persoon, iemand die, bij twijfels, de vaccinatie heeft uitgesteld; of iemand die gewoon geen toegang kreeg tot de vaccinatie.

Kies uw gesprekspartners

Ten tweede is het onwaarschijnlijk dat u erin zult slagen iemand te overtuigen die de vaccinatie met grote overtuiging afwijst. Mensen die zichzelf vragen stellen of die twijfelen staan meer open voor dialoog. De waarschijnlijkheid dat u een positief gesprek kunt hebben dat uiteindelijk zal helpen om naar een vaccinatie toe te werken, is belangrijker.

Hoe u communiceert is even belangrijk als wat u zegt

Frontaal ingaan tegen overtuigingen kan een averechts effect hebben. Een agressieve of moralistische toon is niet alleen ineffectief, het werkt ook contraproductief. Een open, constructieve, respectvolle dialoog met iemand die u vertrouwt, zal waarschijnlijk een terughoudende ouder aanmoedigen om te vaccineren.

Luisteren is effectiever dan feiten alleen

Enkel feiten vermelden is onvoldoende. Evenmin argumenten tegenspreken. Vraag uw gesprekspartner wat hem dwars zit en luister! De oorsprong van zijn bezorgdheid kan bijvoorbeeld verband houden met veiligheid, effectiviteit of de bijwerkingen. De persoon voor u aarzelt misschien, maar niemand wilt dat zijn kind (of andere kinderen) ziek worden! Toon empathie en begrip voor zijn bezorgdheid, zeg dat u de bezorgdheid, welke zijn oorsprong misschien heeft in een eigen ervaring of vanuit de omgeving is opgevangen, begrijpt. Dit laat toe een vertrouwensband op te bouwen die nuttig zal zijn in het vervolg van de discussie.

Deel informatie en ervaringen

Door te luisteren, kan men de bezorgdheden identificeren. Deel informatie die deze zorgen of twijfels verhelpen. Leg uit wat u weet, verwijzend naar betrouwbare bronnen. Deel ook uw eigen ervaringen want verhalen hebben vaak meer impact dan feiten. Vertel bijvoorbeeld over die ene kinderarts die tijdens de vaccinatie al zingend de aandacht van uw kinderen afleidde. Vermeld de ziekte van een naaste die had vermeden kunnen worden met een vaccinatie. Dit zal impact hebben want het betreft een concreet geval. Verhalen laten sporen achter in het geheugen.

Word een vertrouwenspersoon

Als u aarzelt over iets, gaat u toch ook op zoek naar opinies of praat u met anderen, voordat u een beslissing neemt en actie onderneemt? De persoon voor u waarschijnlijk hetzelfde doen. Zonder oordeel te vellen, wordt u een vertrouwenspersoon, iemand aan wie vragen gesteld kunnen worden bij twijfels. Als hij/zij zich beoordeeld voelt, zal uw contactpersoon minder geneigd zijn om vaccinatie met u te bespreken. Als uw eerste gesprek daarentegen vertrouwen gaf omdat u luisterde zal u als een vertrouwenspersoon beschouwd worden. De beslissing hoeft niet per se onmiddellijk te zijn: het gaat erom dat deze beslissing doordacht is en wordt gemaakt door de persoon zelf.

Een openbaar debat aangaan

Geconfronteerd met een persoon die volledig gekant is tegen vaccinatie, zullen deze communicatietechnieken niet werken. Maar in het geval van een groepsdiscussie, is uw publiek niet de persoon die tegen vaccinatie is, maar het publiek dat het debat bijwoont. Dit publiek omvat mogelijk mensen die aarzelen. Als u denkt dat u genoeg kennis hebt, durf dan het debat aan te gaan om de persoon het gesprek niet te laten monopoliseren en meer twijfel te zaaien. De argumenten die worden gebruikt door de ‘antivaxers’ zijn samenzweringen, valse experts, selectief of niet-representatief bewijsmateriaal of onmogelijke verwachtingen (zoals het bereiken van 100% veiligheid bijvoorbeeld). Het correct identificeren van het argument en het op een systematische manier corrigeren van de inhoud, op basis van betrouwbare bronnen, is effectief. Minder zelfzeker? Niets weerhoudt u  ervan het debat gewoon te observeren en het dan terzijde te bespreken. 

Iedereen kan helpen de stroom van valse informatie op alle gebieden tegen te gaan

Sinds ons ziekenhuis een duidelijke stelling innam over vaccinatie, hebben talrijke personen met ons contact opgenomen en hun wens uitgedrukt om zich te informeren en deel te nemen. Deze week zullen we hen aan het woord laten op onze blog www.huderf30.be, ter gelegenheid van de Europese Vaccinatie Week.


Actie ondernemen

Waar kunt u betrouwbare informatiebronnen op internet vinden?

Aarzel niet om vaccinatie met uw huisarts of kinderarts te bespreken!

Alle blogs over vaccinatie vind u op http://www.huderf30.be/nl/tag/vaccinatie/

Terugkeer van mazelen op alle leeftijden: maximale en volledige vaccinatie is de enige remedie

Ter gelegenheid van de Europese Vaccinatieweek nodigen we Dr Charlotte Martin van het UVC Sint Pieter op de blog voor meer uitleg over de terugkeer van mazelen in België. 

In tegenstelling tot wat meestal wordt gezegd, zijn mazelen geen onschuldige ziekte en ook geen kinderziekte. Mazelen is echter een van de meest besmettelijke ziektes ter wereld. Men kan al besmet raken als men op meerdere meters staat van iemand met mazelen of in een ruimte komt waar enkele uren voordien een persoon met mazelen is geweest (denk maar aan een wachtzaal).

Het is geen onschuldige ziekte want ze kan pneumonie (longontsteking) en encefalitis (hersenvliesontsteking) veroorzaken of tientallen jaren later zelfs leiden tot de vernietiging van het centrale zenuwstelsel. Soms kan deze ziekte fataal zijn want, zelfs in onze tijd, bestaat er geen enkele behandeling tegen dit virus. Zodra iemand mazelen heeft, kan men enkel de symptomen van de zieke verlichten.

Het is geen kinderziekte, want hoewel voornamelijk kinderen werden getroffen voordat vaccinatie algemeen was ingeburgerd, kan men mazelen eigenlijk op elke leeftijd krijgen als men slecht of niet gevaccineerd is. Soms zijn mazelen zelfs gevaarlijker voor volwassenen, vooral voor diegenen die verzwakt zijn door ziekte of geneesmiddelen (zoals immunosuppressiva, kankermedicatie, geneesmiddelen tegen hiv …). Ook bij heel kleine baby’s (jonger dan 6 maanden) treden meer complicaties op.

De ziekte keert terug door gebrek aan vaccinatie

Er bestaat geen behandeling, maar wel een vaccin tegen mazelen. Dit vaccin is zeer doeltreffend als het tweemaal (meestal in de kinderjaren) wordt toegediend. Als men het vaccin maar één keer heeft gekregen, kan men toch mazelen krijgen, soms in afgezwakte vorm. Een goed beschermde bevolking is dus een bevolking waarvan alle kinderen in hun kinderjaren twee doses van dit vaccin hebben gekregen. In België heeft 95% van de kinderen de eerste dosis gekregen, maar slechts 75% van de Franstalige kinderen heeft de tweede dosis gekregen. Dit betekent dat het mazelenvirus nog kan circuleren tussen personen die slechts een enkele dosis hebben gekregen, maar ook bij bijvoorbeeld heel kleine baby’s (die meer risico lopen op complicaties) die het vaccin nog niet hebben gekregen omdat dit in België pas wordt toegediend wanneer een kindje 11 à 12 maanden oud is. Andere volwassenen die niet werden gevaccineerd (contra-indicatie voor het vaccin, persoon afkomstig uit een land waar geen of een chaotisch vaccinatieprogramma bestaat zoals een land in oorlog) kunnen ook mazelen en eventueel complicaties krijgen.

Situatie in Europa

De afgelopen twee jaar werden er in Europa enkele tientallen sterfgevallen als gevolg van mazelen gemeld: enkele tientallen sterfgevallen die met vaccinatie hadden kunnen worden voorkomen. In meer dan een derde van de gevallen ging het om kinderen jonger dan 5 jaar en de overgrote meerderheid was niet gevaccineerd: soms omdat ze uit een land in oorlog kwamen, soms omdat de ouders nonchalant waren geweest, maar soms ook omdat de ouders dachten dat het vaccin niet nodig was of gevaarlijk kon zijn voor hun kind.

In welke landen van Europa zien we eigenlijk de meeste gevallen? In landen die heel dicht bij ons land liggen, zoals Frankrijk, of in landen waar we makkelijk naartoe reizen, zoals Italië of Griekenland, en in Roemenië en Polen. Het valt dus makkelijk te begrijpen dat een persoon ziek terugkomt uit een van deze landen en de slecht gevaccineerde bevolking van ons land besmet, wat de epidemie in stand zal houden. In België zijn in de eerste drie maanden van 2019 immers al meer gevallen van mazelen gemeld dan in heel het jaar 2018. Wij staan dus op de lijst van landen van Europa met een ‘actieve epidemie’: zelfs aan personen die als toerist naar België komen, raden wij aan om zich (opnieuw) te laten vaccineren tegen mazelen voordat ze naar ons land reizen …

 

 

 

 

 

 

 

 


VACCINATIE – Waar kunt u betrouwbare informatiebronnen op internet vinden?

Aarzel niet om vaccinatie met uw huisarts of kinderarts te bespreken!

Nieuw screeningtool voor de diagnose van autisme in België

Vergissingen rond de diagnose van autisme vermijden, een degelijk instrument bieden aan de professionelen van de pediatrie, risicokinderen opsporen vanaf de kleuterklas: dit zijn de mogelijkheden van het nieuwe opsporingsmiddel voor autisme. Het Autism Discriminative Tool (ADT) laat toe om gemakkelijk, snel en nauwkeurig vast te stellen of er bij het kind met een atypische ontwikkeling een vermoeden van autisme is of indien het gaat om een andere ontwikkelingspathologie, taalachterstand of psychologische stoornissen. Een wetenschappelijk artikel rond deze screeningtool werd voor publicatie opgenomen in het tijdschrift Research in Autism Spectrum Disorders, met de nadruk op de mogelijkheid om vroegtijdig autisme op te sporen waardoor een snellere verwijzing van de  patiënten naar aangepaste tertiaire diagnostische diensten mogelijk wordt.

Het Autism Discriminative Tool of ADT, ontwikkeld door Sophie Carlier in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, is een screeningsinstrument voor autismespectrumstoornissen, voornamelijk voor tweedelijns gezondheidswerkers of -diensten die in contact staan met zogenaamde “risico”kinderen die ontwikkelingsmoeilijkheden vertonen in het kleuter- en lager onderwijs. In de praktijk wordt dit instrument onder de vorm van een vragenlijst ingevuld door kleuterleidsters. Nadien wordt het resultaat geanalyseerd en geïnterpreteerd door artsen, gespecialiseerd in de ontwikkeling van kinderen (bijv. pediaters, neuropediaters, kinderpsychiaters), maar ook door paramedici (bijv. psychologen), teams voor kinderpreventie en -bescherming, ondersteunende diensten, psycho-medisch-sociale centra, centra voor geestelijke gezondheidszorg of andere teams die in contact staan met kinderen met een atypische ontwikkeling. Deze snelle en eenvoudig te gebruiken vragenlijst geeft de clinicus de nodige informatie over de noodzaak om het kind door te verwijzen naar een centrum voor autisme voor een diagnostische oppuntstelling.

De beste voorspellers van autisme zijn vooral de leerkrachten
Aan de validatiestudie[1] van de tool namen 118 kinderen zonder ontwikkelingsstoornissen deel en 126 kinderen die al werden ontvangen door een centrum voor autisme voor een diagnose. Daaruit bleek dat in de omgeving van het autistische kind, de leerkrachten het meest geschikt zijn om te observeren, gevolgd door de vaders en daarna de moeders. De leerkrachten observeerden terecht meer tekenen van autisme dan de ouders en zij zullen vooral de moeilijkheden wat betreft groepssocialisatie evalueren. Moeders zullen beter presteren in de analyse van de interrelationele socialisatie, terwijl vaders een objectievere afstand nemen in hun analyse. “De combinatie van de evaluatie door een clinicus, de familie en de school maakt het mogelijk om, gebaseerd op diverse criteria, kinderen met autisme met grotere zekerheid te detecteren”, zegt Sophie Carlier, dokter in psychologie in het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en ontwerpster van de tool.

Stereotypen en sociaal communicatieve criteria
De ADT is gemaakt om de valse positieven van bestaande vragenlijsten aan te passen en bestaat uit 35 items gebaseerd op de aan- of afwezigheid van specifiek gedrag, waarvan er 26 worden gebruikt voor screening op autismespectrumstoornissen. “Deze tool is de enige test die gebaseerd is op de nieuwe diagnose criteria voor autisme zoals gedefinieerd in de DSM-5. Naast vragen met betrekking tot sociaal communicatieve problemen, bevat de ADT vijftien vragen met betrekking tot stereotiepe criteria. De ADT belicht systematisch bepaalde zintuiglijke bijzonderheden en belangrijke markers bij kinderen metautistisme: zoals bijvoorbeeld: het kind kijkt opzij, bedekt zijn oren…”, verduidelijkt Mevrouw Carlier.

De patiënten van het UKZKF zijn dankzij deze tool opgespoord
De tool wordt sinds 2018 gebruikt in het UKZKF, meer bepaald in het Referentiecentrum ‘Anders’ voor autisme, maar ook tijdens de consultaties van de algemene kinderpsychiatrie. Dit maakt het mogelijk om sneller kinderen die nood hebben aan een autisme rapport te identificeren, maar ook om de irrelevante verwijzing naar het Referentiecentrum ‘Anders’ voor autisme te vermijden. De leerkrachten van de Therapeutische Kleuterschool integreerden de tool eveneens in hun pre-opname systeem en gebruiken de tool ook in de aanpassingsperiode van twee maanden waarna het autistische kind eventueel kan worden doorverwezen naar een gespecialiseerde zorg.

“De vraag naar krachtige tools is sterk in de sector. Een vroegtijdige opsporing is de sleutel voor de behandeling van autisme: hoe eerder een diagnose wordt gesteld, hoe gemakkelijker het zal zijn om de vooruitgang van het kind met deze aandoening positief te beïnvloeden. Naast het vermijden van problemen tijdens de ontwikkeling van het kind, helpen de teams die voor het kind zorgen na de screening, ook om problemen binnen het gezin te voorkomen, vaak door een gebrek aan begrip en kennis van het probleem, maar ook door de moeilijkheid om een autistisch kind te stimuleren zonder de juiste hulpmiddelen”, verklaart Prof. Véronique Delvenne, diensthoofd van de kinderpsychiatrie.

[1] De tool werd gevalideerd in 2 fasen, met een eerste verkennende studie en een tweede prospectieve studie. De validatiefase bracht 126 kinderen van 2 1/2 tot 6 1/2 jaar samen, in afwachting van een diagnostische beoordeling bij 3 Belgische en Franse centra voor autisme. De ontwikkeling verliep op een strikt wetenschappelijke wijze, via blinde noteringen, de inclusie van een controlegroep, een follow-up van de klinische cohorte en de naleving van internationale normen tijdens het laatste diagnostische proces. Aan het einde van deze studie werd een waarde van 0,94 verkregen voor de specificiteit en 0,83 in termen van gevoeligheid, waardoor het mogelijk was om het risico op ASS en de kans op een andere (neuro) ontwikkelingspathologie te bepalen.


Bronnen
http://www.adt-autism.com/

Carlier, S., Ducenne, L., Leys, C., Stanciu, R., Deconinck, N., Wintgens, A., Orêve,M-J., & Delvenne, V. Improving autism screening in French-speaking countries: Validation of the Autism Discriminative Tool, a teacher-rated questionnaire for clinicians’use. Research in Autism Spectrum Disorders, 61, 33-44. Accès gratuit jusque fin mars via https://lnkd.in/dXAR3jr

Carlier, S., Kurzeja, N., Ducenne, L., Pauwen, N., Leys, C., & Delvenne, V. (2017). Differential profile of four groups of children referred to an autism diagnostic service in Belgium: Autism-specific hallmarks. Journal of intellectual Disabilities, 22(4), 340-346. DOI:10.1177/1744629517713516.


Blog – Een vroegtijdige opsporing is de sleutel voor de behandeling van autisme !

www.huderf.be