Elektronisch patiëntendossier: de toekomst staat op de rails

Met de invoering van het elektronisch patiëntendossier (EPD) in hun zorgeenheden zijn de ziekenhuizen van de Osiris-campus definitief op de trein van de moderniteit gestapt. Focus op de eigenschappen, voordelen en uitdagingen van deze nieuwe tool.

Momenteel is dit artikel enkel in het Frans beschikbaar, we werken aan de vertaling. Verder lezen ? Klik hier.

Palliatieve zorg: ook een heus levensproject uit bouwen met z’n allen

De term ‘palliatieve zorg’, je hebt er moeite mee telkens je hem hoort, omdat hij al te vaak gelinkt wordt aan de dood. En toch… palliatieve zorg is vaak ook het jarenlang begeleiden van ernstig zieke kinderen in een poging om met z’n allen: kind, gezin en zorgverstrekkers, een heus levensproject uit te bouwen. Portret van het Mobiele Team voor Palliatieve Zorg in het Kinderziekenhuis.

Welzijn en levenskwaliteit van het kind en het gezin

Bij palliatieve zorg vormen het welzijn en de levenskwaliteit van het kind en van het hele gezin onze absolute prioriteit. Met de palliatieve behandeling en zorgverstrekking helpen wij de levenskwaliteit van het kind te verbeteren en streven wij er tevens naar om de ouders steun en begeleiding te bieden. Dit kan gaan van een paar dagen tot enkele jaren. Het betreft een erg actieve en complete zorg die heel wat dimensies omvat op fysiek, psychologisch, sociaal en existentieel – inclusief waarden en geloofsovertuigingen – vlak” vertelt Dr. Christine Fonteyne, verantwoordelijke van het mobiele team voor palliatieve zorg binnen het UKZKF.

De symptomen verlichten, de zorg afstemmen op het kind

Palliatieve zorg wordt in eerste instantie verstrekt aan kinderen met een ernstige, evolutieve en/of terminale ziekte én in situaties waarbij de tegen de ziekte gerichte behandelingen helaas niets opleverden. Maar palliatieve zorg wordt ook voorgesteld bij kinderen met een pathologie waar er sowieso geen behandeling voor bestaat. Je kunt er met name de symptomen mee verlichten, aangezien de zorg wordt afgestemd op de noden en behoeftes van het kind die na verloop van tijd kunnen evolueren. Soms kan palliatieve zorg gepaard gaan met een curatieve behandeling, wanneer dit het comfort van het kind ten goede komt.

Respijt geven, ontberingen helpen te overwinnen

Via palliatieve zorg kan het gezin ook terecht bij een gespecialiseerd team voor troost en hulp om de repercussies van de ziekte op sociaal en psychologisch vlak beter te kunnen verwerken. Bij dit team – dat hiertoe nauw samenwerkt met de diverse zorgteams – voelen het kind en zijn gezin zich nóg beter omringd, schipperend van de ene leefplek naar de andere, al naargelang van de medische toestand en van de behoeftes en vereisten.

Een kwestie van emoties, tijd en (heel wat) vragen

De melding van het opstarten van palliatieve zorg komt aan als een schok, zodat de vragen vaak wat op zich laten wachten. Wij laten iedereen zijn gang gaan en houden ons gewoon beschikbaar wanneer er vragen rijzen om dan samen de opvang en begeleiding uit te werken. En wanneer het einde van het leven alsnog dichterbij komt, kan het team helpen zoeken naar oplossingen die dan zo goed mogelijk worden afgestemd op het kind, het gezin en de situatie. Nadenken over de medische vragen, maar ook over het relationele aspect. Praten over de (laatste) wensen en deze ook op papier zetten, biedt vaak al heel wat opluchting”, licht Dr. Fonteyne ons tot slot nog toe.

 


Referentie: brochure ‘Palliatieve zorg in het Kinderziekenhuis’

Over palliatieve zorgen bij de Kinderziekenhuis

https://www.huderf.be/nl/pluri/palliat/index.asp

Contact:

Secretariaat : 02 477 33 25

soinspalliatifs@huderf.be

 

 


 

Vaccinatie, een recht en een verantwoordelijkheid voor iedereen

In talrijke opzichten zijn ziekenhuizen unieke plekken, alleen al wegens de bijzondere aandacht die besteed wordt aan de veiligheid en gezondheid van onze patiënten en onszelf. In die context is vaccinatie essentieel om ziekten te voorkomen.

Vooreerst moeten we benadrukken dat de omvang van de bescherming die in België geboden wordt door vaccinatie veel ruimer is dan de simpele inenting tegen griep. Het gedetailleerde basisvaccinatieschema voor kinderen en volwassen, zoals aanbevolen door de Hoge Gezondheidsraad, omvat tevens polio, difterie, tetanus, kinkhoest, hepatitis B, mazelen, rubella, bof, het rotavirus en het humaan papillomavirus (HPV), evenals drie prikken tegen hersenvliesontsteking (Haemophilus influenzae type b, meningokokken C en pneumokokken). Dit schema kan nog worden uitgebreid op individuele basis in het licht van de gezondheidstoestand, de werkplek en de reisbestemming.

Is vaccineren werkelijk ongevaarlijk ?

De informatiestroom via het internet en de sociale media haakte opnieuw in op zekere vormen van ongerustheid en wantrouwen ten opzichte van vaccinaties. De beste manier om daarop een bevredigend – en geruststellend – antwoord te geven, is erover praten met artsen, die objectieve en wetenschappelijke argumenten kunnen aanvoeren.

We zijn allemaal verantwoordelijk

Als ziekenhuis hebben we tegenover onze patiënten de plicht om te voorkomen dat mensen ziek kunnen worden op deze plaats.. Dat is bijzonder hachelijk in de klinische sectoren waar de patiënten kwetsbaarder zijn, zoals de kindergeneeskunde in het algemeen en de neonatologie in het bijzonder, en daarnaast ook op intensieve zorgen, in de oncologie en de geriatrie.

Ook voor onszelf, en bij uitbreiding voor onze familie, vormt vaccinatie een schild tegen ziekten die potentieel zeer gevaarlijk zijn. Zo was er de voorbije maanden een verhevigde terugkeer van mazelen, die in de buurlanden leidde tot dramatische toestanden (in 2017 werden er in België 369 gevallen van mazelen vastgesteld; in Europa waren er dan weer 37 overlijdens als gevolg van mazelen).

Het UKZKF en het CHU Brugmann organiseren vaccinatiesessies voor hun personeel. De betrokkenheid van elke medewerker is van primordiaal belang om een bevredigende vaccinatiegraad te bereiken. Dat alleen kan garant staan voor een efficiënte bescherming.


Auteurs : Francis de Drée (Algemeen Directeur UKZKF en UVC Brugmann) & Professor Pierre Smeesters (Diensthoofd kindergeneeskunde UKZKF)
Bron : Osiris News (nr 49, maart-juni 2018)


Vind hier alle blogs over vaccinatie : http://www.huderf30.be/nl/tag/vaccinatie/

Focus op de ‘overgang’

Dankzij de vooruitgang in de geneeskunde bereiken steeds meer pediatrische patiënten met een ernstige chronische ziekte tegenwoordig de volwassen leeftijd. Ze moeten dan overschakelen van een pediatrische afdeling naar een ‘volwassen’ afdeling. Hoe organiseren de teams van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola en het UVC Brugmann zich om de overgang tussen deze twee types behandeling optimaal te laten verlopen? Ontdek het samen met ons …

Om de uitdagingen van deze overgang beter te begrijpen, vertrekken we vanuit een voorbeeld van een kind met een ernstige bloedziekte, sikkelcelziekte. Voor de meeste patiëntjes bestaat er geen behandeling om deze ziekte te genezen. Het is echter wel mogelijk – via een nauwgezette medische opvolging – om de complicaties verbonden aan sikkelcelziekte te voorkomen of behandelen.
Tegenwoordig bereikt een zeer grote meerderheid van onze sikkelcelziektepatiëntjes de volwassen leeftijd”, aldus prof. Alina Ferster, hoofd van de kliniek voor Hemato-oncologie van het UKZKF. Dat is bijvoorbeeld het geval voor ons patiëntje: hij is ondertussen een adolescent. Zijn lichamelijke problemen, maar ook zijn verwachtingen en bezorgdheden vallen niet langer binnen het domein van de pediatrie en hij zal weldra het UKZKF moeten verlaten. “Om continuïteit in de kwaliteit van de behandeling te garanderen, werken wij vooral samen met de medische teams van het UVC Brugmann”, vervolgt prof. Ferster. “Het UKZKF en het UVC Brugmann vangen al jaren een groot aantal sikkelcelziektepatiënten op. We hebben dus een erkende expertise kunnen opbouwen.”

Van het ene team naar het andere

Sikkelcelziekte geeft problemen met het bloed, maar ook de hersenen, het hart, de nieren, de ogen en moeilijkheden op psychologisch en sociaal vlak… Wanneer de patiënt de ene instelling verlaat om naar een andere te gaan, moet heel het multidisciplinaire team rond hem veranderen”, aldus prof. André Efira, honoraris kliniekhoofd in de kliniek voor Hemato-oncologie van het UVC Brugmann. “Wij hebben het geluk op dezelfde campus te beschikken over een groot kinderziekenhuis én een ziekenhuis voor volwassen, die een doorgedreven behandeling voor dit soort bloedziekte aanbieden. We komen vaak samen met onze collega’s van het UKZKF. We praten dan over patiënten die in de nabije toekomst zullen worden behandeld op de dienst ‘volwassenen’ van de afdeling Hemato-oncologie. Wat zijn hun specifieke kenmerken? Welke moeilijkheden ondervinden ze? Hoe zien de pediaters hun verdere behandeling? Ook de liaisonverpleegkundigen van elke instelling hebben voor de transfer van patiënten regelmatig contact. Op die manier wordt de continuïteit van de behandeling gegarandeerd”.

Voorbereiding van de overgang

De overgang wordt altijd voorbereid. Net als onze sikkelcelziektepatiënt zijn adolescenten die naar een volwassen afdeling gaan sinds hun geboorte regelmatig opgevolgd door hetzelfde team. De overschakeling van de ene naar de andere dienst moet dus zo geleidelijk mogelijk verlopen. “We praten erover met de patiënten gedurende ongeveer een jaar, voordat we de fakkel doorgeven aan onze collega’s”, preciseert prof. Ferster. “Bovendien komt een team van het UVC Brugmann minstens eenmaal per jaar naar het UKZKF om de dienst ‘volwassenen’ voor te stellen en de manier waarop de behandeling georganiseerd zal worden, toe te lichten. De pediatrische patiënten worden ook uitgenodigd voor een bezoek aan de afdelingen Hemato-oncologie van het UVC Brugmann.” Vorig jaar zijn overigens voor het eerst ontmoetingen georganiseerd tussen ‘volwassen’ patiënten en pediatrische patiënten die op het punt staan te worden getransfereerd. “Deze praatgroepen gericht op de patiënten waren een onverdeeld succes en leverden vruchtbare uitwisselingen op”, vertelt prof. Efira blij.

Credits: F. Raevens

5 sleutelfasen: de overgang stap voor stap

Veel afdelingen van de Osiris-campus zijn betrokken bij transfers. Elke afdeling heeft een specifiek traject voor haar patiënten ontwikkeld, maar de grote stappen in het proces zijn gemeenschappelijk voor alle afdelingen. Een voorbeeld.

#1: therapeutische educatie in de pediatrie

Het voorbeeld van sikkelcelziekte
Op het moment van de diagnose – wanneer het kind nog heel klein is – richten we ons voornamelijk tot de ouders”, aldus Malou Ngalula, referentieverpleegkundige ‘sikkelcelziekte’ in het UKZKF. In een tweede fase richten de teams zich steeds meer tot het kind. “Naarmate de patiënt opgroeit, praat ik direct met hemzelf”, bevestigt Malou Ngalula. “Ik vraag hem hoe hij zich voelt, welke geneesmiddelen hij neemt … Ik baseer mij op zijn dagelijkse leven (school, vrije tijd, excursies …) om samen te zoeken naar oplossingen voor de problemen die hij mogelijk ondervindt. Het doel is het kind opnieuw centraal te stellen in de gesprekken. Dat helpt de overgang die enkele jaren later zal plaatsvinden, voor te bereiden.”

Op het moment van de overgang naar een dienst voor volwassenen moet de patiënt zijn ziekte kennen, beslissingen in verband met zijn behandeling kunnen begrijpen, weten hoe hij de symptomen onder controle moet houden, in staat zijn alarmsignalen te herkennen en dus weten wanneer hij naar het ziekenhuis moet komen. Kortom, hij moet actor van zijn eigen gezondheid zijn.”

#2: de patiënt als ‘actor’ van zijn gezondheid

Credits : F. Raevens

Het voorbeeld van mucoviscidose
Al heel vroeg hebben we een georganiseerd en gestructureerd overgangsproces ontwikkeld”, benadrukt dr. Laurence Hanssens, kliniekhoofd van Pneumologie aan het UKZKF. “In de loop der tijd hebben we onze projecten verfijnd. Het proces dat we aan onze patiënten aanbieden, is gespreid over verschillende jaren en heet MOVE UP, als duidelijke verwijzing naar het idee van progressie in de behandeling.”
Rond de leeftijd van 14 of 15 jaar worden onze patiënten met hun ouders ontvangen door een psychologe van het team. Ze worden uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen waarmee een stand van zaken kan worden opgemaakt van hun kennis over de ziekte en de behandeling ervan. De idee is ook de vragen die de patiënt zich mogelijk stelt, de problemen die hem bezighouden, de angsten die hij misschien heeft, enz., te belichten. Deze vragenlijst vormt de basis van de overgang die we later samen met hem realiseren. Gedurende ongeveer een jaar wordt de patiënt in het UKZKF gezien door elk lid van het team (artsen, apotheker, kinesitherapeut, maatschappelijk werker, diëtist, psycholoog …)”, vervolgt dr. Hanssens. “Na afloop van dat jaar wordt hij uitgenodigd om dezelfde vragenlijst nog een keer in te vullen om te evalueren hoe zijn kennis geëvolueerd is. Vervolgens krijgt hij een informatiebrochure die door onze afdeling is opgesteld. In deze brochure wordt het team van het Erasmusziekenhuis voorgesteld, een team waarmee wij nauw samenwerken. We leggen er ook in uit hoe de behandeling zal verlopen gedurende de drie komende jaren, meer specifiek met afwisselend consultaties in elke instelling.”

#3: het doorgeven van de fakkel

Credits : L. Bazzoni

Het voorbeeld van stofwisselingsziekten
De overgang is een cruciale stap voor de patiënten. Het is een kritieke periode, waarin het risico dat ze aan de behandeling ontsnappen, reëel is. We moeten er dus heel goed op letten dat de overgang van de ene naar de andere dienst optimaal verloopt”, aldus dr. Corinne De Laet, kliniekhoofd op de afdeling Stofwisselingsziekten. “We werken samen met de dienst Interne geneeskunde van het UVC Brugmann”, gaat ze verder.
We organiseren eenmaal per week gemeenschappelijke consultaties in het UKZKF. De patiënten worden uitgenodigd op twee of drie van dit soort afspraken voordat ze overgaan naar een dienst voor volwassenen. Op die manier leren ze het medisch team kennen dat hen zal opvolgen en krijgen ze informatie over de manier waarop de behandeling zal verlopen en over wat ze zelf zullen moeten doen, enz.

 

#4: de patiënt als belangrijkste gesprekspartner

Het voorbeeld van aangeboren hartziekten
De medische behandeling van aangeboren hartziekten is verdeeld over twee verschillende entiteiten. “Een goede samenwerking tussen de teams is essentieel voor een geslaagde overgang”, benadrukt prof. Pierre Wauthy, diensthoofd Hartchirurgie. “Daarom hebben we een pediater (dr. Hugues Dessy) en een cardioloog voor volwassenen (dr. Marielle Morissens), die de verbinding tussen de twee soorten behandeling garanderen.”

Credits : F. Raevens

In de pediatrie zijn de voorkeursgesprekspartners nog vaak de ouders. Maar tijdens de ‘overgangsconsultatie’ die ik wekelijks in het UKZKF houd, richt ik mij vooral tot de patiënt, zelfs wanneer zijn ouders aanwezig zijn”, aldus dr. Marielle Morissens. “In de praktijk is deze consultatie bestemd voor jongeren van 16 tot 18 jaar met een aangeboren hartaandoening. Maar het gebeurt dat bepaalde patiënten die nog niet klaar zijn om de pediatrische omgeving te verlaten, langer naar deze consultaties blijven komen”, preciseert dr. Morissens. “Deze consultaties zijn voor de patiënten een gelegenheid voor een eerste contact met een cardioloog voor volwassenen in een vertrouwde omgeving, soms in aanwezigheid van een pediater die hen tijdens hun kindertijd heeft opgevolgd. Tijdens deze afspraken stel ik mij voor en leg ik de patiënt uit waarom hij voortaan als ‘volwassen’ patiënt zal worden behandeld. Ik kom ook terug op de hartaandoening waaraan hij lijdt en leg hem de redenen uit waarom hij levenslang moeten blijven worden opgevolgd. Dat is cruciaal om te vermijden dat de patiënt zijn behandeling gaat verwaarlozen.”

#5: de therapeutische educatie gaat door

Het voorbeeld van sikkelcelziekte
Eens volwassen hebben ook sikkelcelziektepatiënten behoefte aan een nauwgezette medische opvolging. “Naarmate de ziekte evolueert, moet de behandeling aangepast worden. Het is cruciaal dat duidelijk uit te leggen aan de patiënt om de therapietrouw te bevorderen”, legt Blanche Dohet, referentieverpleegkundige ‘sikkelcelziekte’ in het UVC Brugmann uit. “De adolescentie is een bijzondere periode voor de patiënt”, voegt ze toe. “Hij zal belangrijke keuzes moeten maken op het vlak van zijn studies, zijn beroepsleven, de plaats waar hij zal wonen … Dat betekent dat hij zal moeten omgaan met veel veranderingen, en tegelijk met de overgang naar een andere afdeling. En dan vergeten we nog dat de adolescentie soms samengaat met een rebelse houding: weigeren zich te identificeren met de ziekte, absoluut willen kunnen leven zoals iedereen … Allemaal parameters waarmee we rekening moeten houden.”


Zich aanpassen aan de patiënt

Het voorbeeld van de diabetologie

De overgang bestaat in de meeste afdelingen van de Osiris-campus al jaren, maar het traject dat wordt aangeboden aan diabetespatiënten is nog maar onlangs ingevoerd. Tot begin juli 2017 had het UKZKF namelijk een dubbele conventie voor diabetologie (voor pediatrische en volwassen patiënten). Een groot aantal volwassen diabetespatiënten werd nog opgevolgd in het kinderziekenhuis. “Het RIZIV heeft echter een einde gemaakt aan deze volwassen conventie in het UKZKF en we werden verplicht op zeer korte tijd een overgangsproces te organiseren”, legt dr. Hakan Bodur, adjunct-kliniekhoofd Endocrinologie in het UVC Brugmann. “Concreet brengt de pediater het onderwerp voorzichtig aan en als de patiënt zich er klaar voor voelt, stellen we hem een eerste gemeenschappelijke consultatie voor. We willen ons echt aanpassen aan zijn ritme!

Sommige patiënten zien de overgang als iets positiefs”, stelt dr. Sylvie Tenoutasse, kliniekhoofd  diabetologie in het UKZKF, vast. “Deze overgang van de pediatrie naar een ‘volwassen’ behandeling is voor hen synoniem voor autonomie, meer vrijheid. Andere patiënten voelen zich dan weer ‘losgelaten in de natuur’. Daarom is een gepersonaliseerd, aan de patiënt aangepast proces zo belangrijk.”

 

Credits : F. Raevens

 ‘Tot ziens’

De relatie die in de loop der jaren is opgebouwd tussen de patiënten en de teams is duurzaam. We leggen hen uit dat onze deur altijd openblijft! Ze weten dat we altijd beschikbaar zijn als ze vragen of zorgen hebben, of als ze ons willen terugzien, dag willen komen zeggen en – wie weet – ons hun partner en kinderen willen voorstellen.

Malou Ngalula

 

 

 

 

 

 

 


www.huderf.be

www.uvc-brugmann.be

Aude Dion
Bron : Osiris News (n° 48, december 2017 – februari 2018)

Vaccinatie: ouders aan het woord

Het verhaal van Sofia

“Wij hebben zopas de twee zwaarste weken in ons leven achter de rug. Ons kleine meisje van amper twee maand heeft namelijk een tijdje in het ziekenhuis gelegen en daar voor haar leven moeten vechten. Vaccineren is belangrijk om je baby alle kansen te bieden! Wij mogen ons gelukkig prijzen dat zij er nog is. Wij hebben geluk gehad: kinkhoest, da’s immers 50/50.
Sofia die aan het stikken was, dat was veruit de ergste nacht in mijn leven…”

Sofia was amper twee maand oud toen zij kinkhoest kreeg. In het kader van de week van de vaccinatie willen haar ouders ons daarom graag hun getuigenis meegeven.

 

 

 

Het verhaal van Raphaël

“Hij zou over drie dagen zijn vaccin hebben moeten krijgen. De vaccinatie had de situatie helemaal kunnen doen keren. Laat je kinderen vaccineren en houd je daarbij aan de officiële aanbevelingen van de instanties voor volksgezondheid. Vaccineren kan gerust tijdens de zwangerschap. Pas op voor wat je hieromtrent op het internet kunt lezen; ga met je vragen naar de kinderarts en houd je strikt aan het vaccinatieschema. Als wij andere kinderen kunnen redden door deze informatie en onze ervaringen op dit vlak door te geven, dan moeten wij dat zeker doen. Het is té belangrijk. [Je kind verliezen] is traumatisch. De jaren gaan voorbij, maar het is alsof het pas gisteren is gebeurd. Het gemis, het verdriet verandert nooit…”

Raphaël was amper twee maand oud toen hij aan kinkhoest is bezweken. In het kader van de week van de vaccinatie wou de moeder graag het verhaal van haar zoontje met ons delen.

De mama van Raphaël verbindt er zich toe om de ouders op dit vlak te sensibiliseren, met name via de sociale media. Had je graag wat meer geweten over kinkhoest, dan kun je altijd een kijkje gaan nemen op Facebook.

https://www.facebook.com/kinkhoest/

 

 

Interviews door Dr. Isabel Castroviejo Fernandez, post graduaat in pediatrie in het UKZKF


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Spreek met uw arts of de kinderarts van uw kind om u te informeren.

Lees in dit verband ook ons artikel over de terugkeer van kinkhoest en mazelen

 

Hersenvliesontsteking voorkomen met vaccinatie

Meningokok is een bacterie die verantwoordelijk is voor ernstige infecties die voornamelijk hersenvliesontstekingen uitlokken. Zorgverleners maken zich zorgen over een uiterst ernstige vorm van infectie met meningokok die onomkeerbare gevolgen heeft en in 20 à 25 % van de gevallen dodelijk is. Deze infectie vormt dus een gevaar voor de bevolking, en met name voor kinderen jonger dan een jaar, adolescenten en jongvolwassenen. Er bestaan drie vaccins om infecties met meningokok te voorkomen, waaronder een nieuwe formule. Een woordje uitleg van onze experts, dokter Sarah Jourdain, kinderarts in de Iris Ziekenhuizen Zuid en dokter Tessa Goetghebuer, kliniekhoofd pediatrie van het UMC Sint-Pieter.

Meningokok is een bacterie die verantwoordelijk is voor een ernstige infectie bij de mens (Neisseria meningitidis). Als ze in de keel aanwezig is, wordt ze gemakkelijk overgedragen door bijvoorbeeld te hoesten of te spugen. Wanneer ze door het slijmvlies dringt en in het bloed terechtkomt, leidt ze tot een invasieve infectie door meningokok. De ergste vormen zijn voornamelijk hersenvliesontstekingen in 50 % van de gevallen (infectie van de vloeistof en de membranen rond de hersenen), bacteriëmieën en bloedvergiftigingen. Een bijzonder ernstige vorm van infectie met meningokok, met de naam purpura fulminans, wordt gekenmerkt door ‘rode puntjes’ op de huid. Die evolueren tot grote zwarte vlekken, hoge koorts en een falen van de bloedsomloop waardoor er geen goede bloeddoorstroming meer is naar de organen. “Zoals de naam laat vermoeden, evolueert purpura fulminans zeer snel, met een dodelijk afloop in 20 à 25 % van de gevallen ondanks de toediening van een behandeling. Mogelijke gevolgen zijn doofheid, onomkeerbare handicap en amputatie van de ledematen als gevolg van necrosen”, legt dr. Sarah Jourdain uit.

Moeilijke diagnose van een medische urgentie

Infecties met meningokokken zijn moeilijk te diagnosticeren. “Ze treden op als een beginnende infectie met vaak voorkomende symptomen (koorts) en ‘rode puntjes’ die onopgemerkt kunnen blijven. Het is een infectievorm die ons grote zorgen baart, omdat ze zo snel evolueert. Het gaat om een medische urgentie, gezien het hoge sterftecijfer en de onomkeerbare gevolgen. Bovendien kan meningokok epidemieën uitlokken op plaatsen waar veel mensen dicht bij elkaar zitten, zoals in crèches, scholen, kazernes …”, voegt dr. Tessa Goetghebuer toe. Invasieve infecties met meningokok treffen vooral jonge kinderen van minder dan een jaar, adolescenten en jongvolwassenen. In België wordt het aantal infecties geraamd op 1 per 100.000 inwoners per jaar, ofwel 110 slachtoffers per jaar.

Drie vaccins beschikbaar in België

Afhankelijk van de aard van de omringende capsule wordt deze bacterie geklasseerd in verschillende types (meningokok van type A, B, C, W, Y …).

  • Het eerste vaccin maakt deel uit van het vaccinatieschema dat aan alle kinderen wordt voorgesteld, en is gericht op de meningokok van het type C (Neisvac®, Meningitec®). Het gaat om een injectie op de leeftijd van 15 maanden.
  • Het tweede vaccin is gericht op vier types van de meningokok (A, C, W en Y) (Nimenrix®) en is eerder bestemd voor patiënten die reizen naar gebieden waar er epidemieën zijn zoals bepaalde regio’s van Afrika of in Mekka (vaccinatie verplicht).
  • Het derde vaccin ten slotte vormt een aanvulling op de andere en is bij ons sinds minder dan een jaar verkrijgbaar. Het is gericht op de meningokok van type B (Bexsero®). Dit vaccin is het resultaat van een nieuwe techniek om vaccins te ontwikkelen.

Een nieuw vaccin tegen de meningokok van type B

De meningokok van type B vertoont sterke analogieën met het menselijke weefsel. Het was dus moeilijk om een doelwit te vinden dat een bescherming zou bieden zonder infecties tegen zijn eigen weefsel te induceren (auto-immuunziekten). Dankzij nieuwe technieken voor DNA-sequencing van de meningokok B, was het mogelijk om vier proteïnen te selecteren, die worden uitgedrukt op het oppervlak van de bacterie en niet werden teruggevonden in het menselijke weefsel.

Dit vaccin kan worden toegediend vanaf de leeftijd van 2 maanden en kan samen met de standaardvaccins worden geïnjecteerd. Het kind kan wel meer koorts vertonen dan met de vaccins van het schema. Het is echter niet gratis en moet door de patiënt worden betaald. Het Verenigd Koninkrijk is het enige land waar dit vaccin is opgenomen in het nationale vaccinatieprogramma en waar het gratis wordt aangeboden aan de hele bevolking. Het percentage invasieve infectie met meningokok in het Verenigd Koninkrijk is een van de hoogste van Europa. In sommige regio’s van andere Europese landen wordt de vaccinatie eveneens aangeboden (Spanje, Portugal …).

In de Verenigde Staten werd een tweede vaccin, afkomstig van die nieuwe techniek en gericht op twee proteïnes, goedgekeurd. Het is bedoeld voor kinderen vanaf tien jaar en is nog niet verkrijgbaar bij ons.

Dr. Sarah Jourdain

Dr. Tessa Goetghebuer


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Spreek met uw arts of de kinderarts van uw kind om u te informeren over infecties met meningokokken en vaccinatie. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

Twee aanbevolen vaccins voor de zwangere vrouw

In tegenstelling tot wat velen denken, heeft het toedienen van sommige vaccins tijdens de zwangerschap wel degelijk zijn nut bewezen. In de eerste plaats zal de zwangere vrouw zelf beschermd zijn tegen de ziekte waartegen ze is ingeënt en de complicaties. Vervolgens zal ze veel antilichamen tegen die ziekte aanmaken die, via de placenta, naar de foetus kunnen getransfereerd worden waardoor deze laatste gedurende de eerste 3 tot 6 maanden van zijn leven beschermd is. Het is precies tijdens die eerste levensmaanden dat een pasgeborene het meest kwetsbaar is en dat zijn immuunsysteem nog niet klaar is om op vaccins te « reageren ».

Tijdens de zwangerschap zijn twee vaccins aanbevolen om de moeder en het nog niet geboren kind te beschermen

Als de zwangerschap in het griepseizoen plaatsheeft, is het griepvaccin sterk aanbevolen. Zwangere vrouwen behoren tot de groepen met een hoog risico op complicaties, hoewel griep de reputatie heeft een lichte ziekte te zijn. Vooral tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap komt hospitalisatie wegens griep 7x meer voor bij zwangere vrouwen dan onder de bevolking met dezelfde leeftijd en het risico op overlijden is reëel. De complicaties betreffen vooral het hart en de ademhaling. In Frankrijk bijvoorbeeld worden elk jaar 30 tot 60 zwangere vrouwen op intensive care opgenomen wegens een zware griep. Men denkt dat griep hen harder treft omdat hun immuunrespons tegen de infectie door de zwangerschapshormonen verstoord is. Ook kan hun longcapaciteit verminderd zijn. Griep stelt zwangere vrouwen ook bloot aan het risico op een miskraam, foetale sterfte (risico maal 2 in geval van griep) en vroeggeboorte.

Ook zuigelingen, vooral vóór de leeftijd van 6 maanden, lopen risico op ernstige griep en opname op intensive care. Helaas mag het antigriepvaccin niet voor de leeftijd van 6 maanden worden toegediend: het zou weinig doeltreffend zijn want het immuunsysteem is op die leeftijd nog niet voldoende ontwikkeld.

Veel studies tonen het positieve effect van het griepvaccin tijdens de zwangerschap aan, en dat zowel op de hospitalisatie van zwangere vrouwen als op het optreden van bevestigde griep en de complicaties van griep. Ook werd aangetoond dat de pasgeborenen van zwangere vrouwen die tijdens hun zwangerschap gevaccineerd werden, gedurende meerdere maanden tegen de griep beschermd waren. Net die eerste maanden waarin ze het meest kwetsbaar zijn.

Het griepvaccin werd bij honderdduizenden zwangere vrouwen bestudeerd. Er is geen enkele nadelige bijwerking aangetoond voor de vrouw, de foetus, de pasgeborene of het verloop van de zwangerschap. Het vaccin kan dus zonder risico op elk moment van de zwangerschap toegediend worden.

 

De rode lijn (grafiek links) toont aan dat bevestigde griep minder vaak voorkomt bij gevaccineerde mama’s en bij baby’s tot de leeftijd van minstens 6 maanden geboren uit een gevaccineerde mama (grafiek rechts).

De terugkeer van kinkhoest

Het is eveneens aanbevolen zich tijdens de zwangerschap tegen kinkhoest te laten vaccineren, bij voorkeur tussen de 24e en de 32e zwangerschapsweek. Sinds 2011 stellen we in onze landen en meerdere regio’s een heropleving van deze zeer besmettelijke ziekte vast, zelfs in gebieden met een hoge vaccinatiedekking. In meerdere landen van de Europese Unie steeg het aantal gevallen, hoofdzakelijk bij zeer jonge zuigelingen, adolescenten en volwassenen.

Kinkhoestgevallen 2011-2014

Weerom zijn de heel kleine baby’s, de zuigelingen jonger dan 6 maanden, het meest kwetsbaar voor kinkhoest en lopen ze het risico een potentieel fatale complicatie te ontwikkelen: apneus. Deze zuigelingen worden doorgaans door adolescenten en volwassenen besmet, vaak binnen het gezin.

Als een vrouw bij elke zwangerschap gevaccineerd wordt, zal dat haar antilichamen tegen kinkhoest een boost geven. Zo verhoogt het aantal antilichamen dat naar de foetus wordt getransfereerd en verbetert de passieve bescherming van de pasgeborene. Bij zijn geboorte zal hij het aantal beschermende antilichamen gedurende meerdere maanden behouden.

Studies tonen aan dat vaccinatie tijdens de zwangerschap 91-93% van de kinkhoestgevallen bij pasgeborenen voorkomt. Ze bewijzen ook dat het kinkhoestvaccin tijdens de zwangerschap veilig is. De meest beschreven bijwerking is een verharding op de plaats van de infectie, gevolgd door een lichte zwelling op dezelfde plaats. Deze kleine ongemakken zijn binnen de 72 uur na de vaccinatie verdwenen.

Alle beschikbare studies tonen geen enkel neveneffect van deze vaccinatie voor de zwangere vrouw, de foetus, de pasgeborene of het verloop van de zwangerschap.

Tot besluit kunnen we stellen dat duidelijk is aangetoond dat de vaccins tegen griep en kinkhoest nuttig en veilig zijn voor de moeder en het ongeboren kind. Als zorgverlener is het onze taak deze vaccins aan zwangere vrouwen aan te bevelen. Toekomstige mama’s kunnen gerust zijn. U doet er goed aan u tijdens uw zwangerschap te laten inenten. U beschermt er uzelf en uw baby mee.

 

Dr. Charlotte Martin

Adjunct-kliniekhoofd Infectieziekten

Verantwoordelijke Travel & Vaccine Clinic

UMC Sint-Pieter

 

Referenties

  • Omer Maternal Immunization N Engl J Med 2017;376:1256-67.
  • Madhi et al. Influenza Vaccination of Pregnant Women and Protection of Their Infants N Engl J Med 2014;371:918-31.
  • Kourtis et al.   N Engl J Med. 2014 ; 370(23): 2211–2218
  • Zaman et al. New Eng J Med 2008 ; 359(15):1555-6
  • Vaccination anticoquelucheuse (avril 2014) (Conseil Supérieur de la Santé n° 9110)

Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Vraag het aan uw arts. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

 

Video: veelgestelde vragen over vaccinatie

Jennifer en Chahnez zijn studenten geneeskunde (ULB) en met de Belgian Medical Students Association hebben ze een video gemaakt op basis van veelgestelde vragen van mensen op straat. De topic van de week: vaccinatie.

  • Kunnen we ons verdedigen tegen alle ziektes?
  • Vaccins, hoe werkt het?
  • Wat zit er in een vaccin?
  • Zijn vaccins veilig?
  • Is aluminium giftig?
  • Griepvaccin: wat heeft het voor zin?
  • Wat te denken van polemiek?
  • Uw kind laten vaccineren / zelf gevaccineerd zijn: is het de moeite waard?

Dit zijn hun antwoorden.

Referenties:

www.kindengezin.be

www.huderf30.be


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Vraag het aan uw huisarts of de pediater van uw kind. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

 

Vaccinatie en pijn: ons advies voor zorgverleners en artsen

De pijn waarmee de injectie van vaccins gepaard gaat, blijft een bron van ongerustheid en angst bij zowel kinderen als ouders. Volgens ramingen is bijna 25 % van de bevolking bang voor naalden en vermijdt 10 % vaccinatie en zorgcentra uit angst. Die angst ontwikkelt zich voornamelijk in de kinderjaren. De pijn blijft een herinnering. Het is dus belangrijk om processen in te voeren om pijn tijdens de injecties te verminderen, zodat er geen angst en vermijdingsgedrag kan worden ontwikkeld. Hoe kunnen we pijn en angst verminderen bij de toediening van vaccins?

Begin bij uzelf! Als u zich rustig en begripvol opstelt, de bezorgdheden van het kind en zijn ouders ter harte neemt, dan creëert u al een gunstig klimaat. Toon dat u beschikbaar bent voor hen. Maak tijd om uitleg te geven en vraag het kind ook wat het graag doet, zodat u de ouder stimuleert om het kind af te leiden. Een geïnformeerde ouder die een rol speelt tijdens de verzorging, is vaak zelf kalmer en meer op zijn gemak.

Bereid u goed voor

Hou alles wat u nodig hebt, binnen handbereik. Richt het gezicht van het kind indien mogelijk weg van de zorgingreep en bereid het materiaal buiten zijn gezichtsveld voor.

Wat is de beste positie voor uw patiënt?

De positie is belangrijk en hangt af van de leeftijd van het kind. Baby’s en jonge kinderen (< 3 jaar) moeten in de armen worden genomen door hun begeleider; oudere kinderen kunnen op hun knieën zitten om de angst te verminderen. Liggen verhoogt de angst en het gevoel van pijn. Deze houding is enkel aan te raden als er antecedenten van malaise zijn.

Het moment van de injectie

Intramusculaire injectie moet zo snel mogelijk gebeuren (dus geen aspiratie en/of langzame injectie). Wanneer verschillende vaccins moeten worden gegeven in één enkele sessie, dan wordt eerst het orale vaccin toegediend, daarna de vaccins via injectie, van de minst onaangename tot de pijnlijkste.

Borstvoeding

Borstvoeding geven tijdens de injectie is een krachtig analgeticum gebleken, door een combinatie van factoren: het kind bevindt zich in een comfortabele en vertrouwde positie tijdens de borstvoeding, er is ‘huid-tegen-huid’-contact, de melk smaakt zoet en de zuigbeweging heeft een geruststellend effect. Een vaccin toedienen hoeft niet zo vaak te gebeuren, en daardoor zal het kind de borstvoeding niet gaan associëren met een pijnlijke ervaring. Sommige kinderen willen niet drinken en sommige moeders wensen geen borstvoeding te geven op dat vervelende moment. Dat is een keuze die we moeten respecteren.

En een suikeroplossing?

De toediening van een suikeroplossing tijdens de injectie heeft een analgetisch effect bij baby’s. Daardoor komen endogene opioïden vrij en wordt het kind afgeleid. Dit is doeltreffend bij kinderen tot 12 maanden. Het orale vaccin tegen het rotavirus bevat trouwens suiker en kan de pijn van de daarop volgende injecties verminderen.

Hoe leidt u uw patiëntjes het best af?

Elke leeftijd heeft zo zijn kenmerken als het op spelen aankomt, maar de ervaring leert ons dat kinderen ook zelf voorkeuren hebben: een poppenkast, zeepbellen blazen, spelen met kleuren, licht of geluid, een film … Virtuele realiteit werkt ook erg goed. Hoewel dit elke dag en van de ene dienst tot de andere kan verschillen, is het belangrijk nieuwe dingen te blijven proberen. De ouders van de patiënten kunnen ook helpen: stel vragen, betrek hen erbij! Een gesprekje en muziek zijn ook efficiënt bij grotere kinderen en volwassenen. Goed om te weten: het is belangrijk dat de afleiding begint vóór de toediening van het vaccin, zodat de patiënt zijn aandacht al op iets anders heeft gevestigd.

Wat met analgetica

Orale pijnstillers (paracetamol, ibuprofen) zijn niet aan te raden voor of tijdens de vaccinatie omdat ze geen effect hebben op pijn tijdens de injectie. Ze zijn wel effectief voor eventuele gevolg van het vaccin: ongemak, prikkelbaarheid, pijn op de injectieplaats en koorts na de toediening van de vaccins. Analgetische crèmes (EMLA) zijn een mogelijkheid, als ze voldoende op voorhand worden aangebracht. Ze worden echter niet systematisch aanbevolen.

De behandeling van pijn en angst is een belangrijk aspect dat we niet over het hoofd mogen zien voor een doeltreffende en rustige vaccinatie. Afleiding, comfort talk: recent onderzoek toont het belang en effect hiervan op de zorgkwaliteit en op de relatie met de patiënt aan.

 

Dr. Sarah Jourdan, kinderarts Iris Ziekenhuizen Zuid

Dr. Tessa Goetghebuer, kliniekhoofd pediatrie in het UMC Sint-Pieter

Wij danken de opvoeders en de Pijn Resource-Eenheid van het Kinderziekenhuis om hun ervaring met ons te delen!

—-

[Toolbox] Afleiding om pijn te voorkomenwww.jeutesoigne.be

Het Universitaire Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (HUDERF) en de vereniging ABELDI hebben in 2016 een instrument gelanceerd om kinderen en ouders te helpen om beter om te gaan met pijn. Het platform www.jeutesoigne.be pleit voor afleiding als instrument om pijn te voorkomen en stelt de ouders, patiënten en zorgverleners spelletjes en informatie voor om beter om te gaan met pijn.

http://www.huderf30.be/nl/nieuws/pijn-bij-kinderen-tijdens-de-zorg-voorkomen-een-elementair-recht-van-de-patient/


Nog wat aanvullende informatie over het onderwerp? Vraag het aan uw huisarts of de pediater van uw kind. Meer artikels over vaccinatie vindt u op de blog www.huderf30.be terug, in samenwerking met de experten van het UKZKF, UMC Sint-Pieter en de Iris Ziekenhuizen Zuid.


[Uitnodiging voor professionals]: seminar en webinar op 27 april om 17 uur
Het UKZKF organiseert samen met het UMC Sint-Pieter, de Iris Ziekenhuizen Zuid, het UVC Brugmann en het Instituut voor Medische Immunologie van de ULB een seminarie voor professionals. Alle presentaties worden gegeven in het Frans en worden simultaan vertoond in het UMC Sint-Pieter.


 


Blogs: onze experts aan het woord in 2017

In beeld: het voedingsteam van het Kinderziekenhuis

Ter gelegenheid van de Week van de Diëtist willen we de betrokkenheid van het voedingsteam binnen ons ziekenhuis bij de behandeling van bepaalde ziekten in beeld brengen. Ze werken met kinderen die lijden aan diabetes, stofwisselingsziekten, nierziekten, voedselallergieën, inflammatoire darmaandoeningen, neurologische aandoeningen, mucoviscidose …

Het team van de eenheid Voeding en dieet van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola is verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit en het evenwicht van het dieet van alle gehospitaliseerde kinderen en heeft als doel het opmaken van specifieke diëten. Het therapeutisch aspect van hun missie is essentieel. Zo organiseert het team dieetworkshops maar ook geïllustreerde infobrochures… dit  voor de kinderen en hun gezinnen, om de voedingseducatie zo leuk, positief en aangenaam mogelijk te maken.

Enkele afbeeldingen als voorbeeld…

Workshop Allergologie

 

Dialyseboekje

 

Metabolische workshop

 

Binnen deze eenheid werken diëtisten samen met gespecialiseerde pediaters nutritionisten, de melkkeuken, de moedermelkbank en de dieetkeuken waar hulpkokken en kinderverzorgsters dagelijks tewerkgesteld zijn.